- Arrest van 20 april 2011

20/04/2011 - P.10.2013.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vonnis dat het aanbod tot bewijs van een betwist akkoord verwerpt op grond van een feitelijk gegeven dat niet door de partijen is aangevoerd en waarover zij vooraf geen tegenspraak hebben gevoerd, miskent het algemeen beginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.2013.F

NATEUS, naamloze vennootschap,

Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

K. C..

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel, van 24 november 2010.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

Het middel voert miskenning aan van het algemeen beginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging.

De eiseres heeft een conclusie neergelegd waarin zij met name aanvoert dat er geen grond meer was tot vergoeding van de schade die voortvloeit uit de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, aangezien er met de verweerder een akkoord was bereikt dat bezegeld werd met de storting van een provisioneel bedrag van 6.342,08 euro op 21 december 2004.

Van zijn kant heeft de verweerder aangevoerd dat de bewering van zijn tegenstander door geen enkel objectief gegeven werd gestaafd.

De eiseres heeft subsidiair gevraagd dat de uitspraak zou worden aangehouden zodat zij alsnog haar beweringen zou kunnen bewijzen.

Het vonnis wijst zowel dat verweermiddel af als het verzoek ertoe strekkende dit aan te tonen. Het vermeldt daartoe dat de aangevoerde overeenkomst "waarschijnlijk slechts berust op een foute woordkeuze in een conclusie voor de politierechter".

De appelrechters die het aanbod tot bewijs van het betwiste akkoord verwerpen op grond van een feitelijk gegeven dat niet door de partijen is aangevoerd en waarover zij vooraf geen tegenspraak hebben gevoerd, miskennen het in het middel bedoelde algemeen rechtsbeginsel.

Het onderdeel is gegrond.

Derde onderdeel

De eiseres heeft een conclusie neergelegd waarin zij aanvoert dat er van de schadeposten die volgens haar nog moeten geraamd worden, het bedrag van 6.608,53 euro moet worden afgetrokken, wat overeenkomt met een door haar op 29 oktober 2008 verrichte betaling.

De verweerder heeft in zijn conclusie met de aftrek van dat provisioneel bedrag ingestemd.

Het vonnis trekt van de aan de verweerder toegekende vergoeding slechts het bedrag van 7.581,55 euro af, dat overeenkomt met de provisionele bedragen die op 10 mei 1999 en 21 december 2004 zijn betaald.

De correctionele rechtbank heeft dus de derde betaling, waarvan de aftrek nochtans niet werd betwist, niet in aanmerking genomen.

Het vonnis werpt aldus een geschil op dat de partijen in hun conclusies hadden uitgesloten.

Het onderdeel is gegrond.

Er is geen grond om acht te slaan op het tweede onderdeel dat niet tot ruimere cassatie kan leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, over de huishoudelijke schade tijdens die periodes en over het bedrag van de provisies die daarvan in mindering moeten worden gebracht.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de eiseres in één derde van de kosten van haar cassatieberoep en de verweerder in de overige twee derde.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Nijvel, zitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 20 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De

Vrije woorden

  • Aanbod tot bewijs van een betwist akkoord door een partij

  • Vonnis stelt daar een feitelijk gegeven tegenover dat niet door de partijen is aangevoerd

  • Geen tegenspraak over dat gegeven