- Arrest van 20 april 2011

20/04/2011 - P.11.0012.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het feit dat het arrest met de verklaring van de jury en de formulering van de hoofdredenen van de beslissing van de gezworenen, na de beslissing van de jury wordt opgemaakt met de medewerking van de magistraten die daaraan geen deel hebben genomen, bewijst niet dat de redenen die achteraf op schrift zijn gesteld, niet op juiste en nauwkeurige wijze de redenen kunnen weergeven, ook al zijn die onwettig, waarom de jury aldus heeft beslist.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0012.F

I. M. L.,

II. M. L.,

III. M. L.,

Mrs. Julien Pierre en Marie Kassab, advocaten bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen drie arresten van het hof van assisen van de provincie Luik, van 9 en 10 december 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Het cassatieberoep tegen het tussenarrest van 9 december 2010

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Het cassatieberoep tegen het redengevend arrest van 9 december 2010

Het arrest baseert zijn beslissing over het opzettelijk karakter van beide schoten, op de omstandige bekentenissen van de eiser en zijn beslissing over het inzicht om te doden, op de impact ervan op de vitale levensfuncties, alsook op het feit dat beide schoten op zeer korte afstand werden afgevuurd door iemand die militaire ervaring had en de moorddadige gevolgen kende.

De eiser voert aan dat dit arrest hem niet in staat stelt te begrijpen waarom de jury hem schuldig heeft bevonden, aangezien de motivering van de beslissing niet door hen werd opgesteld maar door magistraten die de beraadslaging van de jury niet hebben bijgewoond.

De kritiek is niet gericht tegen de in het cassatieberoep bedoelde beslissing maar tegen de artikelen 327 tot 334 Wetboek van Strafvordering waaruit blijkt dat de gezworenen zonder bijstand beraadslagen over de schuld, maar door de magistraten van het hof van assisen worden bijgestaan op het ogenblik dat zij de hoofdredenen van hun beslissing formuleren.

Het feit dat het arrest na de beslissing wordt opgemaakt met de medewerking van de magistraten die er geen deel aan hebben genomen, bewijst niet dat de redenen die achteraf op schrift zijn gesteld, niet op juiste en nauwkeurige wijze de redenen kunnen weergeven, ook al zijn die onwettig, waarom de jury aldus heeft beslist.

In strijd met wat het middel aanvoert, schenden de voormelde wetsbepalingen artikel 6 EVRM niet.

Het middel faalt naar recht.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

C. Het cassatieberoep tegen het veroordelend arrest van 10 december 2010

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing bevat geen onregelmatigheid die de eiser zou kunnen benadelen..

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 20 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsnvoorzitter,

Vrije woorden

  • Verklaring van de jury

  • Formulering van de hoofdredenen van de beslissing van de gezworenen

  • Magistraten die niet aan de beraadslaging van de jury hebben deelgenomen

  • Opmaak van het arrest

  • Juistheid van de redenen