- Arrest van 20 april 2011

20/04/2011 - P.11.0438.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit het feit dat het debat beperkt is gebleven tot het vraagstuk van de onttrekking van de zaak aan de jeugdrechtbank, blijkt niet dat dit rechtscollege zich kan onttrekken aan het onderzoek van een verweermiddel dat de overschrijding van de redelijke termijn aanvoert (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0438.F

Q. P.,

Mr. Marco Obradovic en mr. Jean-Vincent Couck, advocaten bij de balie te Nijvel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, jeugdkamer, van 7 februari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

De eiser verwijt het arrest dat het beslist dat de betwisting van de redelijke termijn niet diende te worden onderzocht, daar het debat beperkt bleef tot het vraagstuk van de uithandengeving.

Artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat indien de duur van de strafvervolging de redelijke termijn overschrijdt, de rechter de veroordeling kan uitspreken bij eenvoudige schuldigverklaring of een straf kan opleggen die lager is dan de wettelijke minimumstraf.

De onredelijke duur van de rechtspleging kan evenwel ook aanleiding geven tot de niet-ontvankelijkheid van de vervolging als de overdreven lange duur ervan tot gevolg heeft dat bewijsmateriaal verloren is gegaan of dat het de normale uitoefening van het recht van verdediging onmogelijk maakt.

Uit de beperking van het debat tot het vraagstuk van de uithandengeving van de zaak door de jeugdrechtbank, volgt dus niet dat dit rechtscollege zich ervan mag onthouden een verweermiddel te onderzoeken dat, indien het gegrond zou worden bevonden, tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering zou kunnen leiden.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

Het onderdeel dat niet tot ruimere cassatie kan leiden, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het voor de feiten van de telastleggingen I tot XVII de zaak uit handen van het jeugdgerecht geeft.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, jeugdkamer, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 20 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Gerechtelijke bescherming

  • Minderjarige delinquent

  • Jeugdgerecht

  • Verzoek tot onttrekking

  • Debat beperkt tot de onttrekking

  • Verweermiddel dat een overschrijding van de redelijke termijn aanvoert

  • Onderzoek van het verweermiddel

  • Verplichting