- Arrest van 21 april 2011

21/04/2011 - C.11.0002.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aangezien geen enkele wettelijke bepaling wraking in strafzaken regelt, zijn de artikelen 828 tot 842 van het Gerechtelijk Wetboek, overeenkomstig artikel 2 van dat wetboek, van toepassing op die zaken in zoverre ze verenigbaar zijn met de rechtsbeginselen ter zake van wraking (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0002.F

H. de C.-S.,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie.

in tegenwoordigheid van

1. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

(...).

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 14 december 2010.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert drie middelen aan.

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Aangezien geen enkele wettelijke bepaling wraking in strafzaken regelt, zijn de artikelen 828 tot 842 Gerechtelijk Wetboek, overeenkomstig artikel 2 van dat wetboek, van toepassing op die zaken in zoverre ze verenigbaar zijn met de rechtsbeginselen ter zake van wraking.

Luidens artikel 833 van dat wetboek moet degene die een wraking wil voordragen dit doen vóór de aanvang van de pleidooien tenzij de redenen van wraking later zijn ontstaan en, indien de zaak bij verzoekschrift is ingeleid, alvorens op het verzoekschrift een beschikking is gegeven.

Wraking, die bestaat in het recht dat de wet aan een partij toekent om, op een van de in artikel 828 Gerechtelijk Wetboek vermelde gronden, te weigeren gevonnist te worden door een lid van het gerecht dat uitspraak moet doen, is in wezen verbonden met het recht van verdediging.

In het strafproces ontstaat het recht van verdediging zodra de beklaagde instemt met het mondelinge debat voor de rechtbank die met zijn vervolging is belast.

Hieruit volgt dat, in strafzaken, de beklaagde, teneinde zich te schikken naar artikel 833 van het Gerechtelijk Wetboek, zijn wrakingsrecht moet doen gelden vóór elk openbaar debat.

Hoewel artikel 833 geen uitdrukkelijke termijn oplegt waarbinnen de wraking moet worden voorgedragen die steunt op een grond die zich heeft voorgedaan na de opening van het debat, blijkt zowel uit de letter en de geest van die bepaling, als uit de welomschreven termijnen voor de wrakingsprocedure en uit de schorsing van alle vonnissen en handelingen die zij met zich meebrengt, dat een dergelijke wraking moet worden voorgedragen zodra de grond van de wraking bekend is aan de partij die zich erop beroept en, hoe dan ook, vóór de eerste terechtzitting die op dat tijdstip volgt, ook al is die zitting niet bedoeld om er pleidooien te horen, maar enkel om het onderzoek van de zaak voort te zetten.

Het arrest, dat vaststelt dat de eiser kennisgenomen heeft van de wrakingsgronden op de terechtzittingen van 29 oktober, 2, 4 en 5 november 2010, en dat het onderzoek van de zaak voortgezet werd op de terechtzittingen van 8 en 9 november 2010, tijdens welke niet wordt aangevoerd dat zich een wrakingsgrond zou hebben voorgedaan, verantwoordt naar recht zijn beslissing om de wrakingsakte van 10 november 2010 wegens laattijdigheid niet-ontvankelijk te verklaren;

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep;

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 21 april 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Gerechtelijk Wetboek

  • Toepasbaarheid