- Arrest van 29 april 2011

29/04/2011 - C.10.0183.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een wet is van openbare orde als hij de essentiële belangen van de Staat of van de gemeenschap raakt of als hij in het privaatrecht de juridische grondslagen bepaalt waarop de economische of morele orde van de maatschappij rust (1). Cass. 29 nov. 2007, AR C.07.0173.N, A.C., 2007, nr. 596.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0183.N

1. TRADART INSTITUT sa, vennootschap naar Zwitsers recht, met zetel te 1204 Genève (Zwitserland), rue du Perron 1,

2. TRADART HOLDING sa, vennootschap naar Zwitsers recht, met zetel te 1905 Sion (Zwitserland), rue de Lausanne 35,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiseressen woonplaats kiezen,

tegen

S. L.,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest,

mede inzake

1. E. B.,

2. J. B.,

3. C. V. S.,

4. K. D.,

5. L. D.,

6. Y. D.,

7. B. H.,

8. J. K.,

9. F. M.,

10. M. S.,

11. M. S.,

12. J. V. W.,

13. G. L.,

14. J.-F. J.,

15. G. V.,

16. R.V. O.,

17. P. D.,

18. M. V.,

19. J. S.,

20. J. V. B.,

21. R. D.,

22. L. B.,

23. J.-L. G.,

24. L. D. J.,

in bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij,

25. N. V. D. B., advocaat, met kantoor te 1180 Ukkel, de Frélaan 229, als vereffenaar van Tradart Bruxelles nv,

verweerder, in bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 26 mei 2009.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste en tweede onderdeel

1. Volgens artikel 6 Burgerlijk Wetboek kan door bijzondere overeenkomsten geen afbreuk worden gedaan aan de wetten die de openbare orde en de goede zeden betreffen. Volgens de artikelen 1131 en 1133 van datzelfde wetboek kunnen verbintenissen geen gevolg hebben wanneer hun oorzaak door de wet is verboden of strijdig is met de goede zeden of met de openbare orde.

Een wet is van openbare orde als hij de essentiële belangen van de Staat of van de gemeenschap raakt of als hij in het privaatrecht, de juridische grondslagen bepaalt waarop de economische of morele orde van de maatschappij rust.

2. Titel II van het KB nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten (hierna: KB nr. 185), voor de opheffing ervan, bevat verplichtingen omtrent het openbaar te koop stellen, te koop bieden en verkopen van titels en effecten.

Artikel 22 van de wet 10 juni 1964 op het openbaar aantrekken van spaargelden breidt het toepassingsgebied van titel II KB nr. 185 uit tot de publieke tekoopstellingen, tekoopbiedingen en verkopen van alle roerende waarden of van al dan niet verhandelbare effecten en van alle documenten die dergelijke waarden of effecten vertegenwoordigen of recht geven op de verwerving ervan.

3. De verbintenissen, vervat in titel II KB nr. 185 leggen eenieder die de genoemde daden wil stellen, op de Commissie voor het Bank- en Financiewezen (hierna: CBF) minstens één maand op voorhand daarvan op de hoogte te stellen, de CBF bij deze kennisgeving een volledig dossier met vooraf omschreven informatie - met inbegrip van een ontwerp van prospectus - over te maken en (enkel) de door de CBF goedgekeurde prospectus bekend te maken. De bedoelde prospectus dient de gegevens te bevatten die het publiek nodig heeft om zich met kennis van zaken een oordeel te kunnen vormen over de aard van de zaak en de aan de effecten verbonden rechten.

Niet alleen worden de bepalingen van titel II KB nr. 185 strafrechtelijk gesanctioneerd, aan de CBF wordt tevens de bevoegdheid toegekend om indien zij van mening is dat die haar ter kennis gebrachte handelingen de kapitaalmarkt kunnen ontwrichten, de vermindering of de verdeling ervan over een zekere tijd aan te bevelen en het te koop stellen, te koop bieden en verkopen van de effecten gedurende hoogstens drie maanden te verbieden.

4. De in deze bepalingen uitgedrukte wil van de wetgever om de informatieverstrekking en de belangen van de potentiële verwervers van effecten veilig te stellen, strekken eveneens ertoe om de goede werking van de markt te verzekeren en te bevorderen en hangen nauw samen met een organisatie van de effectenmarkt die het vertrouwen van de spaarders wekt.

Aldus betreffen zij de economische grondslagen van de maatschappij en raken zij de openbare orde.

5. De onderdelen die van een andere rechtsopvatting uitgaan, falen naar recht.

Derde onderdeel

6. De appelrechters overwegen dat de agentuurovereenkomst een ongeoorloofd voorwerp heeft. Ze verantwoorden aldus hun beslissing dat deze overeenkomstig nietig dient verklaard te worden, naar recht.

7. Het onderdeel dat aanvoert dat de appelrechters daarenboven dienden na te gaan of het doel van die agentuurovereenkomst het omzeilen van wetgeving van openbare orde beoogde, faalt naar recht.

Vierde onderdeel

8. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de nietigheidsanctie wegens schending van een bepaling van openbare orde slechts vermag aangewend te worden jegens degene die die bepalingen geschonden heeft, faalt naar recht.

Bindendverklaring

9. De verwerping van het cassatieberoep ontneemt alle belang van de vordering tot bindendverklaring die de eiseressen tegen de overige mede inzake opgeroepen partijen hebben ingesteld.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring.

Veroordeelt de eiseressen in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseressen op de som van 2.514,83 euro en voor de verweerster en N. V. D. B. op de som van 145,72 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 29 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van hoofdgriffier Chantal Van Der Kelen.

Vrije woorden

  • Openbare orde