- Arrest van 29 april 2011

29/04/2011 - C.10.0201.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 88 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst is niet van toepassing op de eigen schadeverzekering die een zaakverzekeringsovereenkomst en geen aansprakelijkheidsverzekeringsovereenkomst betreft.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0201.N

I. S.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 27 oktober 2009.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. In strijd met wat het onderdeel aanvoert, heeft de eiser in zijn hernemende syntheseconclusie in hoger beroep niet aangevoerd dat ook de subrogatoire vordering van de verweerster dient afgewezen te worden wegens niet-naleving van artikel 88, tweede lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst, maar slechts dat het verhaal in zoverre gestoeld op artikel 88 Wet Landverzekeringsovereenkomst niet kan worden ingewilligd wegens de niet-naleving van de verplichting tot kennisgeving waarvan sprake in het tweede lid van deze bepaling.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

2. Artikel 88, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de verzekeraar zich, voor zover hij volgens de wet op de verzekeringsovereenkomst de prestaties had kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal kan voorbehouden tegen de verzekeringsnemer en indien daartoe grond bestaat, tegen de verzekerde die niet de verzekeringsnemer is.

Krachtens het tweede lid van deze bepaling is de verzekeraar op straffe van verval van zijn recht van verhaal verplicht de verzekeringsnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringsnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is.

3. De appelrechters stellen vast dat de verweerster in haar hoedanigheid van eigen schadeverzekeraar schadebedragen heeft uitbetaald aan haar verzekerde D. en vervolgens is overgegaan tot dagvaarding van de eiser met het oog op de recuperatie van de door haar uitbetaalde bedragen.

4. Het onderdeel gaat ervan uit dat voornoemd artikel 88 van toepassing is op de eigen schadeverzekering die een zaakverzekeringsovereenkomst en geen aansprakelijkheidsverzekeringsovereenkomst betreft.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

5. Door te oordelen dat de verweerster op basis van het expertiseverslag D. heeft vergoed ten belope van 62.500,21 euro en de eiser op geen enkele wijze aantoont dat de waardebepaling niet correct gebeurde, verwerpen de appelrechters de door de eiser met die gegevens strijdige en andere aangevoerde feitelijke gegevens en beantwoorden aldus het verweer van de eiser.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

6. De appelrechters oordelen dat de eiser weliswaar stelt dat het verslag hem niet tegenwerpelijk is, maar dat hij, op geen enkele wijze aantoont dat de waardebepaling niet correct gebeurde.

7. De appelrechters weerleggen aldus de aanvoering dat de schadevaststelling thans niet meer kan gecontroleerd worden. Ingevolge dit oordeel heeft het verweer van de eiser dat hij nooit bij een minnelijke expertise betrokken werd en dat hij op de daartoe nuttige momenten nooit uitgenodigd werd om zijn standpunt te laten kennen, geen belang meer. De appelrechters hoefden dit niet meer te beantwoorden.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

8. Door te oordelen dat verweerster op basis van het expertiseverslag van het geleed voertuig D. heeft vergoed ten belope van 62.500,21 euro en de eiser op geen enkele wijze aantoont dat de waardebepaling niet correct gebeurde, leggen de appelrechters aan iedere partij het bewijs op van de feiten die ze aanvoert.

In zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters hierdoor de bewijsregels schenden, kan het niet worden aangenomen.

9. Door te oordelen dat de eiser op geen enkele wijze aantoont dat de waardebepaling niet correct gebeurde, geven de appelrechters te kennen dat de eiser in de mogelijkheid was de juistheid van de eenzijdige schadevaststelling te controleren.

In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de eiser in de onmogelijkheid was de juistheid van de eenzijdige schadevaststelling te controleren, berust het op een verkeerde lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op de som van 508,74 euro en voor de verweerster op de som van 171,24 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 29 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van hoofdgriffier Chantal Van Der Kelen.

Vrije woorden

  • Artikel 88 Landverzekeringsovereenkomst

  • Eigen schadeverzekering

  • Aard

  • Toepasselijkheid