- Arrest van 5 mei 2011

05/05/2011 - C.10.0496.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Elke aantasting van de rechten van een auteur, met name van zijn moreel recht op een werk, kan aanleiding geven tot vergoeding overeenkomstig de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek (1). (1) Zie concl. O.M., AR. C.10.0496.F, Pas., 2011, nr.…


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0496.F

STAD NAMEN,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

N. N.,

Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 1 april 2010 gewezen door het hof van beroep te Luik.

Op 5 april 2011 heeft advocaat-generaal André Henkes een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert een middel aan

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek;

- de artikelen 1, § 2, en 9, § 1, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, zowel voor als na de wijziging ervan bij de wet van 4 december 2006;

- algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt.

Aangevochten beslissing

Het arrest beslist dat de eiseres de morele rechten van de verweerder op zijn werk "Sambre et Meuse" in grove mate heeft geschonden. Het betreft hier zowel zijn recht op eerbied voor het werk "dat in algemene bewoordingen wordt omschreven in het voorlaatste lid van artikel 2 [lees: 1] § 2, van de wet van 30 juni 1994" als zijn recht op het vaderschap van het werk. Het stelt vast dat het werk "zich in een zodanige staat bevindt dat geen restauratie of herstel mogelijk is". Vervolgens beslist het dat "(de verweerder) met zijn eis dat van het werk een reproductie in brons zou worden gemaakt en dat die reproductie ofwel in de buurt van het casino ofwel in een gelijkwaardige publieke ruimte zou worden opgesteld geen ander doel voor ogen heeft dan het herstel in natura van die aantastingen" van zijn morele rechten, dat hij door die wijze van herstel te eisen geen misbruik maakt van zijn rechten. Het verklaart die eis in beginsel gegrond, houdt de uitspraak voor het overige aan en beveelt ambtshalve "de heropening van het debat opdat de auteur nieuwe bestekken zou overleggen aan de hand waarvan de kostprijs voor de reproductie in brons, het vervoer en de bewerking van het beeld zou kunnen worden berekend en opdat de stad openbare ruimten zou voorstellen waar de reproductie van het standbeeld kan worden geplaatst".

Die beslissing is gewezen om alle redenen van het arrest die hier als volledig weergegeven worden beschouwd.

Grieven

De in artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde vergoeding van de door een fout veroorzaakte schade moet volledig zijn maar mag, wanneer zij in natura wordt bevolen, de maat van de aangetaste rechten niet te buiten gaan . Misbruik van recht valt hier niet onder.

Krachtens artikel 1, § 1, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten heeft de auteur op zijn kunstwerk een onvervreemdbaar moreel recht, het recht om het vaderschap van het werk op te eisen of te weigeren, het recht op eerbied voor zijn werk wat het hem mogelijk maakt zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere wijziging van dit werk, dan wel tegen enige andere aantasting van zijn werk die zijn eer of zijn reputatie kunnen schaden.

Artikel 9 van voornoemde wet - zowel voor als na de wijziging ervan bij de wet van 4 december 2006 - bepaalt dat bij de overdracht van een werk van beeldende kunst aan de verkrijger het recht wordt overgedragen "het werk als dusdanig tentoon te stellen, in omstandigheden die geen afbreuk doen aan de eer of faam van de auteur, maar dat de andere auteursrechten niet worden overgedragen".

Bijgevolg 1° heeft de schepper van een werk van beeldende kunst, zoals een beeldhouwwerk, het morele recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of wijziging van zijn werk en heeft hij het recht te eisen dat het "als dusdanig", namelijk zoals het is geconcipieerd, tentoon te stellen, maar hij heeft niet het recht te eisen dat, wanneer het werk beschadigd wordt, het herstel zou bestaan in een kopie van dat werk in een ander materiaal, ook al vraagt dat materiaal veel minder onderhoud en is het gemakkelijker uit te voeren dan het oorspronkelijke materiaal, en 2° mag een dergelijk herstel niet bevolen worden op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek.

Het arrest verwerpt het verweermiddel van de eiseres, namelijk dat niet van haar kon worden geëist dat "zij de kosten voor de uitvoering van een ander werk dat de kopie van eerstgenoemd werk in een ander materiaal zou zijn, op zich zou nemen" op grond dat de verweerder, "met zijn eis dat van het werk een reproductie in brons zou worden gemaakt en dat die reproductie ofwel in de buurt van het casino ofwel in een gelijkwaardige publieke ruimte zou worden opgesteld geen ander doel voor ogen heeft dan het herstel in natura van die aantastingen" van zijn morele rechten en dat hij door die wijze van herstel te eisen geen misbruik maakt van zijn rechten. Het beslist aldus op grond dat elke andere vorm van herstel uitgesloten is en dat "de kunstenaar, door te eisen dat van het werk een reproductie in brons zou worden gemaakt, redelijk blijft daar brons in vergelijking met het oorspronkelijk materiaal, ontegensprekelijk ‘veel minder onderhoud vraagt en bovendien veel gemakkelijker uit te voeren is dan in het oorspronkelijk materiaal"". Aldus staat het arrest aan de verweerder een herstel toe dat de maat van de aangetaste rechten te buiten gaat en schendt het bijgevolg alle in het middel aangegeven bepalingen.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Overeenkomstig artikel 1, § 2, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten heeft de auteur van een kunstwerk op dat werk een onvervreemdbaar moreel recht; hij heeft recht op eerbied voor zijn werk en dat maakt het hem mogelijk zich te verzetten tegen elke wijziging ervan; niettegenstaande enige afstand, behoudt hij het recht om zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere wijziging van dit werk dan wel tegen enige andere aantasting van het werk, die zijn eer of zijn reputatie kunnen schaden.

Artikel 9, eerste lid, van genoemde wet bepaalt dat, tenzij anders is overeengekomen, bij de overdracht van een werk van beeldende kunst aan de verkrijger het recht wordt overgedragen het werk als dusdanig tentoon te stellen, in omstandigheden die geen afbreuk doen aan de eer of de faam van de auteur.

Elke aantasting van de rechten van een auteur, met name van zijn moreel recht op een werk, kan aanleiding geven tot vergoeding overeenkomstig de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.

Die artikelen verplichten degene die door zijn schuld schade heeft veroorzaakt deze volledig te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde hersteld wordt in de staat waarin hij zou gebleven zijn indien de fout niet was begaan.

Zij geven bovendien de benadeelde het recht de vergoeding van zijn schade in natura te vorderen indien dit mogelijk is en geen misbruik van recht oplevert.

Het arrest vermeldt, zonder op dat punt te worden bekritiseerd, dat de eiseres "de morele rechten [van de verweerder] op zijn werk, [namelijk een monumentaal beeldhouwwerk in Franse steen, ‘Sambre et Meuse' genaamd, dat met name bestemd was als sierstuk voor het casino van Namen], in grove mate heeft geschonden. Het betreft hier zijn recht op eerbied voor het werk dat gebroken is geraakt, niet hersteld is volgens de regels van de kunst, bedekt is met een laag verf en aan het zicht van het publiek onttrokken werd om dienst te doen als standbeeld voor het plezier van een particulier".

Het arrest stelt vast dat het niet wordt betwist dat dit standbeeld "zich in een zodanige staat bevindt dat geen restauratie of herstel mogelijk is". Vervolgens beslist het dat "[de verweerder] met zijn eis dat van het werk een reproductie in brons zou worden gemaakt en dat die reproductie ofwel in de buurt van het casino ofwel in een gelijkwaardige publieke ruimte zou worden opgesteld, geen ander doel voor ogen heeft dan het herstel in natura van die aantastingen".

Het preciseert dat hij door die wijze van herstel te eisen zijn rechten niet misbruikt en wijst erop dat hij "met die eis allesbehalve winst najaagt, [dat] de kostprijs voor de reproductie van het standbeeld in brons geen voldoende reden is om [de] eis als een misbruik van recht te bestempelen, te meer daar het onomkeerbaar karakter van de aantastingen waarvoor [de eiseres] aansprakelijk is elke andere vorm van herstel uitsluit, [dat] de auteur bovendien, door te eisen dat van het werk een reproductie in brons zou worden gemaakt, redelijk blijft daar brons in vergelijking met het oorspronkelijk materiaal ontegensprekelijk ‘veel minder onderhoud vraagt en bovendien veel gemakkelijker uit te voeren is dan in het oorspronkelijk materiaa' [en dat] de omstandigheid dat het werk 26 jaar lang voor het publiek tentoongesteld is geweest de auteur evenmin genoegdoening kan verschaffen".

Het arrest dat aldus aan de verweerder een vergoeding toekent die niet buiten de maat van de aangetaste rechten valt, schendt geen van de in het middel aangegeven wetsbepalingen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis en Sylviane Velu, en in openbare terechtzitting van 5 mei 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Moreel recht

  • Aantasting

  • Vergoeding

  • Grondslag