- Arrest van 5 mei 2011

05/05/2011 - F.10.0037.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het cassatieverzoekschrift gericht tegen een arrest dat een beschikking in kort geding bevestigt waarbij de belastingadministratie bevolen wordt op een aantal vragen te antwoorden, moet worden ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie, daar de afwijking van de regel dat een advocaat bij het Hof zowel het origineel als de kopie van het cassatieverzoekschrift moet ondertekenen enkel geldt als cassatieberoep is ingesteld tegen een beslissing over een geschil over een aanslag in de inkomstenbelastingen (1). (1) Zie concl. O.M., AR F.10.0037.F, Pas., 2011, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0037.F

CENTRE DE GESTION FISCALE, nv,

Mr. Thierry Radelet, advocaat bij de balie te Nijvel,

tegen

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 21 oktober 2009 van het hof van beroep te Bergen.

Op 17 februari 2011 heeft advocaat-generaal André Henkes een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconlcudeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht voert de eiseres twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Ontvankelijkheid van de memorie van wederantwoord van de eiseres

Artikel 1094 Gerechtelijk Wetboek kent aan de eiser slechts de mogelijkheid toe om een memorie van wederantwoord neer te leggen indien de verweerder tegen de voorziening een middel van niet-ontvankelijkheid heeft opgeworpen.

De memorie van antwoord van de verweerder werpt geen dergelijk middel van niet-ontvankelijkheid op.

Het Hof mag derhalve geen acht slaan op de memorie van wederantwoord van de eiseres.

Middel van niet-ontvankelijkheid, ambtshalve tegen de voorziening aangevoerd: het cassatieverzoekschrift is niet ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie:

Krachtens artikel 1080 Gerechtelijk Wetboek wordt het verzoekschrift zowel op het afschrift als op het origineel ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie.

Artikel 378 WIB1992 wijkt af van die regel. Het bepaalt immers dat het verzoekschrift houdende voorziening in cassatie en het antwoord op de voorziening door een advocaat mogen worden ondertekend en neergelegd.

Die afwijking geldt enkel als cassatieberoep is ingesteld tegen een beslissing over een geschil over een aanslag in de inkomstenbelastingen.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt:

- dat de eiseres de verweerder op 14 november 2007 voor de rechter in kort geding heeft gedagvaard teneinde de belastingadministratie te verplichten te antwoorden op een aantal vragen, onder verbeurte van een dwangsom;

- dat de eiseres, blijkens die dagvaarding, de dringende noodzakelijkheid om zich tot de rechter in kort geding te wenden verantwoordt met het argument dat zij "haar balans diende op te maken (het laatste boekjaar was afgesloten op 30 september 2007) en haar financieringsmiddelen zowel op financieel als op fiscaal vlak diende aan te wenden op een wijze die haar belangen het best dienden, dat in het algemeen, geschillen van allerlei aard - met inbegrip van belastinggeschillen - in de mate van het mogelijke moeten worden vermeden en dat zij bijgevolg haar wijze van financiering bij de aanvang van het boekjaar moest aanpassen aan de motivering van de beslissing van de administratie indien die pertinent is en dat zij dus een eventueel bijkomend geschil voor het nieuwe boekjaar moest voorkomen, en [dat gelet op] de korte duur van de termijnen voor het instellen van beroep, het erop aankomt zo snel mogelijk op de hoogte te zijn van de gronden die de administratie aanvoert om [de belasting] zo goed mogelijk te innen".

Die rechtspleging in kort geding heeft geen betrekking op een welbepaalde aanslag in de inkomstenbelastingen, zodat het cassatieverzoekschrift door een advocaat bij het Hof van Cassatie had moeten worden ondertekend.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Christine Matray en Martine Regout, en in openbare terechtzitting van 5 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Ondertekening

  • Advocaat bij het Hof van Cassatie

  • Beschikking in kort geding waarbij de belastingadministratie bevolen wordt op een aantal vragen te antwoorden

  • Bevestigend arrest

  • Cassatieverzoekschrift

  • Ontvankelijkheid