- Arrest van 6 mei 2011

06/05/2011 - C.10.0385.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 1239 Burgerlijk Wetboek volgt dat wanneer een schuldenaar niet betaalt aan zijn schuldeiser, maar aan een derde, die betaling hem toch bevrijdt, indien de schuldeiser er voordeel uit getrokken heeft (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0385.N

M.-L. J. A. E.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. H. J. G. M. V.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest,

2. L. V.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 8 maart 2010.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

Advocaat-generaal Guy Gubrulle heeft op 11 april 2011 een conclusie neergelegd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 1239, eerste lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de betaling moet gedaan worden aan de schuldeiser of aan iemand die volmacht van hem heeft, of die door de rechter of door de wet gemachtigd is om voor hem te ontvangen.

Artikel 1239, tweede lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de betaling gedaan aan iemand die geen macht heeft om voor de schuldeiser te ontvangen, geldig is indien de schuldeiser de betaling bekrachtigt of indien hij er voordeel uit getrokken heeft.

2. Uit die bepaling volgt dat wanneer een schuldenaar niet betaalt aan zijn schuldeiser, maar aan een derde, die betaling hem toch bevrijdt, indien de schuldeiser er voordeel uit getrokken heeft.

3. Het middel bekritiseert niet het oordeel van de appelrechters dat de eiseres voordeel heeft bij de maandelijkse onderhoudsbijdragen die de eerste verweerder rechtstreeks aan zijn dochter, de tweede verweerster, heeft betaald vanaf 1 oktober 2003.

Die zelfstandige niet-bekritiseerde reden schraagt de beslissing dat de onderhoudsbijdragen die de eerste verweerder heeft betaald, dienen aangerekend te worden op de onderhoudsbijdragen die de eerste verweerder ten behoeve van zijn dochter aan de eiseres verschuldigd is.

Het middel dat niet tot cassatie kan leiden, is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 669,86 euro jegens de eisende partij in debet en op de som van 248,72 euro jegens eerste verwerende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Albert Fettweis en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 6 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Aan een derde

  • Gevolg