- Arrest van 9 mei 2011

09/05/2011 - C.10.0043.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het middel is niet ontvankelijk wanneer het geen melding maakt van de wettelijke bepaling die het bestreden arrest geschonden zou hebben, maar het arrest verwijt dat het zich vergist omtrent de omvang van de uitgesproken vernietiging en, derhalve, omtrent de mate waarin de zaak bij de rechter op verwijzing aanhangig is gemaakt (1). (1) Het eerste middel, dat uitsluitend de schending van art. 1138, 3°, Ger. W., aanvoert, verwijt het arrest, dat op verwijzing uitspraak doet na cassatie, dat het geen uitspraak heeft gedaan over de incidentele vordering van de eiser tot vergoeding van de morele schade. Het Hof beslist dat het bestreden arrest niet verzuimd heeft over de incidentele vordering uitspraak te doen, daar het duidelijk vermeldt dat de rechter op verwijzing, gezien de omvang van de eerste uitgesproken vernietiging, die incidentele vordering, die was verworpen door het hof van beroep, niet meer mocht onderzoeken. In zoverre het eerste middel het bestreden arrest verwijt dat het de mate waarin de zaak aanhangig is verkeerd heeft beoordeeld, had het art. 1110 Ger. W. moeten aanvoeren, dat betrekking heeft op de rechtsmacht van de rechter naar wie een zaak verwezen wordt (Cass. 15 maart 2007, AR C.05.0571.F, AC, 2007, nr. 139). Het middel wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Arrest - Integrale tekst

Vrije woorden

  • Verwijzingsarrest

  • Draagwijdte

  • Rechter op verwijzing

  • Aanhangigmaking

  • Grenzen

  • Miskenning

  • Geen vermelding van de geschonden wettelijke bepaling

  • Ontvankelijkheid