- Arrest van 10 mei 2011

10/05/2011 - P.10.1927.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het Hof verleent de eiser in cassatie afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep wanneer de feitenrechter hem heeft veroordeeld tot betaling van een provisie en rechtsplegingsvergoeding en voor het overige de burgerlijke belangen aanhoudt (1). (1) zie: Steven Van Overbeke, Afstand van cassatieberoep in strafzaken, Kluwer, nrs. 21 ev.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1927.N

M. S.

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Kris Beirnaert, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

F. O.

burgerlijke partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 4 november 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Hij doet zonder berusting afstand van zijn cassatieberoep in zoverre de beslissing over zijn burgerlijke rechtsvordering geen eindbeslissing is.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Afstand van het cassatieberoep

1. De eiser baseert zijn afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep op het niet-definitieve karakter van de beslissing over zijn vordering tot schadevergoeding.

De appelrechters veroordelen de eiser tot betaling van een provisie en rechtsplegingsvergoeding en houden voor het overige de burgerlijke belangen aan.

De afstand kan worden verleend.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 149 Grondwet evenals miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: het arrest laat niet toe te toetsen of de appelrechters wettig hebben besloten dat het louter verstrijken van een bepaalde tijd bewijselementen onbetrouwbaar heeft gemaakt; het verstrijken van de tijd is geen wettige reden voor de vermeende onbetrouwbaarheid.

3. Het middel dat formeel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet en miskenning van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces, komt in werkelijkheid op tegen de onaantastbare beoordeling door de rechter van de bewijswaarde van de hem regelmatig overgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren.

Het middel is niet ontvankelijk.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 399, eerste lid, Strafwetboek: de appelrechters vermelden niet dat de slagen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg hadden.

5. Anders dan waarvan het middel uitgaat, heeft de eiser in appelconclusie niet aangevoerd dat de slagen geen ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg hadden.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

6. Met hun oordeel dat de schuld van de eiser vaststaat, oordelen de appelrechters dat de door de eiser toegebrachte slagen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg heeft gehad, en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Derde middel

7. Gelet op de afstand behoeft het middel, dat uitsluitend betrekking heeft op de omvang van de schadevergoeding, geen antwoord.

Vierde middel

8. Het middel dat uitsluitend betrekking heeft op de veroordeling tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding waarvoor afstand van cassatieberoep werd gedaan, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verleent de hiervoor vermelde afstand.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 72,80 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 10 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Veroordeling van betaling tot een provisie

  • Aanhouden van de burgerlijke belangen voor het overige

  • Rechtsplegingsvergoeding