- Arrest van 13 mei 2011

13/05/2011 - C.11.0378.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Dat de voorzitter van het hof van assisen in een vraagstelling verwijst naar het feit dat de eiser in wraking zijn echtgenote heeft gedood, is, mede gelet op de betekenis die het woord “doden“ in het gewone spraakgebruik heeft, en het feit dat hij ter rechtszitting heeft gezegd dat hij zijn vrouw een messteek heeft toegebracht niet van aard dat ze bij de verzoeker en bij derden gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over de geschiktheid van die magistraat om met de vereiste onpartijdigheid en onafhankelijkheid uitspraak te doen; die bewoordingen gaan niet de grenzen te buiten van wat toegelaten is aan de strafrechter en aan de voorzitter van een hof van assisen in het bijzonder; hij mag met het oog op de waarheidsvinding indringende vragen stellen (1) (1) Zie Cass. 28 febr. 2008, AR C.08.0086.N, A.C., 2008, nr. 144.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0378.N

S. A. I.,

eiser in wraking, aangehouden,

met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Recollettenlei 39-40

in de zaak van

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT

en

1. T. S.,

2. Z. M.,

3. L. M.,

4. A. M., in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter E. M.,

5. A. F.,

6. A. F.,

7. S. A.,

8. A. A.,

burgerlijke partijen,

allen met als raadsman mr. Thomas Gillis, advocaat bij de balie te Gent,

9. N. V. E., in haar hoedanigheid van voogd ad hoc over de minderjarige kinderen M. A. en S. A.,

burgerlijke partij,

tegen

S. I., voornoemd,

beschuldigde, aangehouden.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, beoogt de wraking van de voorzitter van het hof van assisen van de provincie Oost-Vlaanderen. Het is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven.

De voorzitter van het hof van assisen heeft op 6 mei 2011 overeenkomstig artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek verklaard dat hij weigert zich van de zaak te onthouden.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

1. Krachtens artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek, kan iedere rechter worden gewraakt wegens gewettigde verdenking.

2. De eiser houdt voor dat de voorzitter van het hof van assisen als reactie op de mededeling van de burgerlijke partij A. M. dat de eiser een brief heeft geschreven naar zijn kinderen vanuit de gevangenis, zich tot hem richtte in vragende en verwijtende zin. Hij zou gezegd hebben: "het is nog niet genoeg dat ge de moeder van uw kinderen gedood hebt. Ge moest haar ook nog zwart maken in uw brieven."

De voorzitter van het hof van assisen nuanceert dit. Hij merkt op dat de voormelde bewoordingen, al dan niet zo letterlijk correct weergegeven hoe dan ook in vraagvorm werden gesteld. Volgens de magistraat zijn de bewoordingen naar best vermogen, op vraag van de verdediging, in het zittingsblad geacteerd en heeft de eiser in wraking vanaf 24 december 2008 tot en met 2 mei 2011 nooit ontkend dat hij zijn vrouw om het leven heeft gebracht.

3. Het zittingsblad van de rechtszitting van 4 mei 2011 geeft de interpellatie van de voorzitter van het hof van assisen weer als volgt: "I., klopt het dat u een dergelijke brief heeft gestuurd aan uw kinderen nadat u R. I. heeft gedood?"

Die bewoordingen gaan niet de grenzen te buiten van wat toegelaten is aan de strafrechter en aan de voorzitter van een hof van assisen in het bijzonder. Hij mag met het oog op de waarheidsvinding indringende vragen stellen.

4. Dat de voorzitter in een vraagstelling heeft verwezen naar het feit dat de eiser in wraking zijn echtgenote heeft gedood, is, mede gelet op de betekenis die het woord "doden" in het gewone spraakgebruik heeft, en het feit dat hij ter rechtszitting heeft gezegd dat hij zijn vrouw een messteek heeft toegebracht (zie memorie tot staving) niet van aard dat ze bij de verzoeker en bij derden gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over de geschiktheid van die magistraat om met de vereiste onpartijdigheid en onafhankelijkheid uitspraak te doen.

5. Op het verzoek van de eiser in wraking tot het houden van een getuigenverhoor over de feiten kan niet worden ingegaan, aangezien hij zelf ervan uitgaat dat de precieze bewoordingen geen belang hebben voor de gegrondheid van zijn verzoekschrift. Een getuigenverhoor tegen de inhoud van een zittingsblad, dat een authentieke akte is, is bovendien niet toegelaten.

Het verzoek kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek in wraking.

Wijst gerechtsdeurwaarder Stéphan Massa, met kantoor te 1190 Vorst, Fontaine Vanderstraetenlaan 57, aan om het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen en aan kamervoorzitter H. H. te betekenen.

Veroordeelt de eiser in wraking in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser tot op heden op de som van nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelings-voorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 13 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Gewettigde verdenking

  • Hof van assisen

  • Bewoordingen van de voorzitter