- Arrest van 18 mei 2011

18/05/2011 - P.11.0138.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 90quater, §1, tweede lid, 2°, van het Wetboek van Strafvordering, legt op straffe van nietigheid de verplichting op om in de beschikking waarbij de telefoontap wordt bevolen, de redenen op te geven waarom de maatregel onontbeerlijk is om de waarheid te onthullen; de onderzoeksrechter die in zijn beschikking vaststelt dat de gewone onderzoeksmiddelen ondoeltreffend zijn, gelet met name op de feiten die dienen opgehelderd te worden of de wijze waarop ze zijn gepleegd, voldoet aan die verplichting (1). (1) Zie Cass. 4 sept. 2007, AR P.07.0894.F, AC, 2007, nr. 385; Cass. 16 sept. 2008, AR P.08.0620.N, AC, nr. 477, R.W., 2009-2010, p. 834, noot F. VANNESTE, 'De motivering van het subsidiariteitsbeginsel bij een afluistermaatregel'.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0138.F

I. A. Y.,

II. Y. E. K.,

Mr. Cédric Vergauwen, advocaat bij de balie te Brussel,

III. M. B. A. D.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 15 december 2010.

De eiser Y. E. K. voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. De cassatieberoepen van A. Y. en M. B. A. D., gericht tegen de veroordelende beslissingen op de tegen hen ingestelde strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen.

B. Het cassatieberoep van Y. E. K., gericht tegen de veroordelende beslissing op de tegen hem ingestelde strafvordering

Artikel 90quater, § 1, tweede lid, 2°, Wetboek van Strafvordering legt op straffe van nietigheid de verplichting op om in de beschikking waarbij de telefoontap wordt bevolen, de redenen op te geven waarom de maatregel onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen.

De onderzoeksrechter die in zijn beschikking vaststelt dat de gewone onderzoeksmiddelen ondoeltreffend zijn, gelet met name op de feiten die dienen opgehelderd te worden of de wijze waarop ze zijn gepleegd, voldoet aan die verplichting.

Na erop te hebben gewezen dat er ernstige aanwijzingen bestaan dat een vereniging van boosdoeners werd opgericht om voertuigen te stelen en daarmee een internationale handel op te zetten, vermeldt de door de eiser bekritiseerde beschikking dat de gewone onderzoeksmiddelen niet volstaan om de waarheid aan de dag te brengen, rekening houdend met de omvang van de trafiek, het feit dat het overgrote gedeelte van die activiteit telefonisch verloopt en dat zij die daarvan worden verdacht vaak van mobiele telefoon wisselen om aan opsporing te ontkomen.

Het middel dat aan de beschikking een motiveringsgebrek toeschrijft dat na lezing van dat stuk niet wordt bevestigd, mist feitelijke grondslag.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 18 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bewijsvoering

  • Afluistermaatregel

  • Met redenen omklede beschikking

  • Bijzondere motiveringsvereiste

  • Onontbeerlijke maatregel om de waarheid te onthullen