- Arrest van 19 mei 2011

19/05/2011 - C.10.0657.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Genicot.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0657.F

A. F.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. Q. T. C.,

2. C. S.,

3. JOSSART Dominique, q.q. curator faillissement La Grande Muraille Wavre, naamloze vennootschap,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel dat op 21 mei 2010 in hoger beroep en op verwijzing na het arrest van het Hof van 30 april 2007 is gewezen.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In zijn cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiseres twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Krachtens artikel 779, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek moet het vonnis op straffe van nietigheid worden gewezen door de rechters die alle zittingen over de zaak bijgewoond hebben.

Uit die bepaling volgt dat de beslissing die uitspraak doet over de vordering, nadat een beslissing was gewezen tot heropening van het debat over het voorwerp dat zij bepaalt, zodat het vorige debat over dat punt wordt voortgezet, gewezen moet worden door de rechters de vorige zittingen hebben bijgewoond, of indien dit niet mogelijk is, door de rechters voor wie het debat in zijn geheel werd hervat.

Uit de rechtsplegingsstukken blijkt dat de rechtbank, die was samengesteld uit de rechters Dessy, Lepaffe en Pinte, op 27 maart 2009 in de zaak een vonnis tot heropening van het debat heeft gewezen, dat op de terechtzitting van 7 mei 2010, waarop het debat werd heropend, de rechtbank samengesteld was uit de rechters Dessy, Lepaffe en Kalugina, en dat het bestreden vonnis door laatstgenoemde magistraten werd gewezen op 21 mei 2010.

Hoewel het proces-verbaal van de zitting van 7 mei 2010 en het bestreden vonnis niet vaststellen dat het debat ab initio werd hervat voor het nieuw samengestelde rechtscollege, blijkt echter uit de conclusies die na het vonnis tot heropening van het debat werden neergelegd door de eiseres en door de verweerders dat de partijen opnieuw en volledig hebben geconcludeerd over de vordering van de eiseres tot toekenning van een vergoeding voor het herstel van de gehuurde eerste verdieping in haar oorspronkelijke staat en over de door de verweerders verschuldigde interest, dus over de geschilpunten die het vonnis van 27 maart 2009 nog niet had beslecht.

Aldus blijkt dat het debat in zijn geheel werd hervat.

Het bestreden vonnis schendt bijgevolg artikel 779, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek niet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Sylviane Velu en Martine Regout, en in openbare terechtzitting van 19 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean-Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Heropening van het debat

  • Voortzetting van het debat

  • Wijziging samenstelling van de rechtbank

  • Hervatting van het debat ab initio

  • Bewijs

  • Conclusies van de partijen