- Arrest van 20 mei 2011

20/05/2011 - F.10.0027.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verbod tot het stellen van afzonderlijke daden van tenuitvoerlegging na faillissement, dat op grond van artikel 25 faillissementswet, de chirografaire en algemeen bevoorrechte schuldeisers treft, geldt niet voor boedelschulden die ontstaan zijn na het faillissement en die de curator heeft aangegaan teneinde de boedel behoorlijk te beheren nu geen enkele wettelijke bepaling de boedelschuldeisers aan dezelfde regeling onderwerpt als de schuldeisers in de boedel of hun rechten beperkt ten aanzien van de boedel; alleen een situatie van samenloop tussen de boedelschuldeisers of tussen die schuldeisers die houder zijn van een bijzonder voorrecht of van een zakelijke zekerheid, kan verhinderen dat de boedelschuldeisers individuele vervolgingen tegen die boedel instellen (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0027.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger der directe belastingen te Lier 2, met kantoor te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. Marc VAN PASSEL, met kantoor te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 146, Patrick DIERCKXSENS, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 191, Bruno VAN IMPE, met kantoor te 2100 Deurne, Generaal Slingeneyerlaan 107, allen als curatoren van het faillissement Van Gucht & Co nv,

verweerders,

2. DEPOSITO EN CONSIGNATIEKAS TE ANTWERPEN, met kantoor te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 71/73,

verweerster,

3. FORTIS BANK nv, met zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 11 september 2008.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 21 februari 2011 een conclusie neergelegd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het verbod tot het stellen van afzonderlijke daden van tenuitvoerlegging na faillissement, dat op grond van artikel 25 Faillissementswet 1997, de chirografaire en algemeen bevoorrechte schuldeisers treft, geldt niet voor boedelschulden die ontstaan zijn na het faillissement en die de curator heeft aangegaan teneinde de boedel behoorlijk te beheren.

Geen enkele wettelijke bepaling onderwerpt de boedelschuldeisers aan dezelfde regeling als de schuldeisers in de boedel of beperkt hun rechten ten aanzien van de boedel.

Alleen een situatie van samenloop tussen de boedelschuldeisers of tussen die schuldeisers en de schuldeisers die houder zijn van een bijzonder voorrecht of van een zakelijke zekerheid, kan verhinderen dat de boedelschuldeisers individuele vervolgingen tegen die boedel instellen.

2. Een schuld kan alleen dan een boedelschuld zijn, wanneer de curator verbintenissen heeft aangegaan met het oog op het beheer van de boedel, onder meer door de handelsactiviteit van de gefailleerde voort te zetten, de door laatstgenoemde gesloten overeenkomsten uit te voeren of nog door de roerende of onroerende goederen te gebruiken met het oog op het passend beheer van de failliete boedel. De boedel is alleen in die omstandigheden gebonden door de verbintenissen die met dat beheer verband houden en moet de schuld die erop rust dragen.

3. De appelrechters oordelen dat:

- een uitvoerend beslag op de goederen van de gefailleerde zinloos is en dat de eiser buiten de vermelde gevallen waarin hij optreedt als schuldeiser met een bijzonder voorrecht of als hypothecaire schuldeiser geen betaling kan verkrijgen buiten de regels eigen aan het faillissement, zelfs wanneer hij beweert schuldeiser van de boedel te zijn;

- de faillissementswet aan de schuldeisers van de boedel geen eigen uitvoeringsmaatregelen toekent.

Zij leiden hieruit af dat het uitvoerend beslag onder derden, ook al is de eiser een boedelschuldeiser, niet kan leiden tot betaling en dat ook voor een boedel-schuldeiser slechts een betaling in het raam van de faillissementsvereffening mogelijk is.

4. Door aldus te oordelen verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

5. Het onderzoek van de overige grieven kan niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het uitspraak doet over de ontvankelijkheid van de hogere beroepen.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 20 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Vereffening

  • Boedelschuldeisers

  • Individuele vervolgingen

  • Mogelijkheden