- Arrest van 20 mei 2011

20/05/2011 - F.10.0079.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De belastingplichtige die de gemeentebelasting geheven op niet-bebouwde percelen in een niet-vervallen verkaveling betwist, mag het bestaan van de vrijstellingsgrond dat het perceel verhuurd is overeenkomstig de wet op de landpacht, bewijzen door alle middelen van recht (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0079.N

VAGAETRANS bvba, met zetel te 9140 Temse (Elversele), Pontweg 15,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

STAD LOKEREN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoren en 9160 Lokeren, Groentemarkt 1,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 november 2009.

Raadsheer Eric Stassijns brengt verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 21 februari 2011 een conclusie neergelegd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Uit de vaststellingen van de appelrechter blijkt dat het belastingreglement van de verweerster van 16 december 2002 bepaalt: "Er wordt ten behoeve van de gemeente voor een termijn van 4 jaar ingaande op 1 januari 2003 en eindigend op 31 december 2006 een jaarlijkse belasting gevestigd op de niet-bebouwde percelen, begrepen in een niet-vervallen verkaveling".

Volgens de vaststellingen van de appelrechter wordt op grond van artikel 5.7° van ditzelfde reglement vrijgesteld van belasting: "De eigenaar van het perceel dat ingevolge de bepalingen van de wet op de landpacht niet voor bouwen [kan] worden bestemd".

2. Hieruit blijkt dat de eigenaar van een niet-bebouwd perceel grond gelegen in een niet-vervallen verkaveling, gerechtigd is op de vrijstelling van de bedoelde belasting op voorwaarde dat hij bewijst dat zijn perceel is verhuurd overeenkomstig de wet op de landpacht.

Dat een perceel overeenkomstig de wet op landpacht is verhuurd, is een feit dat door alle middelen van recht kan worden bewezen.

De omstandigheid dat artikel 3 van de wet op de landpacht, tussen de partijen bij een pachtovereenkomst vooral aan de eigenaar restrictieve bewijsregels oplegt, heeft niet tot gevolg dat dezelfde restricties van toepassing zijn in de verhouding van de beweerde verpachter en een derde, zoals de verweerster.

3. De appelrechter kon dan ook niet zonder schending van de aangevoerde wetsbepalingen, oordelen dat de eiseres niet het bewijs leverde dat haar pachtcontract onder de toepassing valt van de wet op de landpacht omdat het voorgelegde geschrift niet voldoet aan de vereisten van artikel 3.1° Landpachtwet.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 20 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Belasting op niet-bebouwde percelen

  • Vrijstelling

  • Verhuring overeenkomstig de wet op de landpacht

  • Bewijs