- Arrest van 23 mei 2011

23/05/2011 - S.10.0042.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De omstandigheid dat een in België of in het buitenland gevestigde onderneming geen arbeiders tewerkstelt met wie zij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, sluit niet uit dat die onderneming zelf een groothandel in voorwerpen in metaal drijft (1). (1) Zie concl. O.M.; K.B. 13 maart 1985 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan, na de wijziging ervan bij K.B. 27 april 2000.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0042.F

GENERAL DISTRIBUTION SERVICES bvba,

Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 7 januari 2010.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert de volgende twee middelen aan.

Eerste middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 35 en 37 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités ;

- artikel 1, inzonderheid 4, a), 6°, en 4, e), van het koninklijk besluit van 13 maart 1985, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2000 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart "het hoger beroep (van de verweerder) gegrond" en verklaart bijgevolg "de oorspronkelijke rechtsvordering van de (eiseres) ongegrond" om de volgende redenen:

"De vennootschap heeft de categoriewijziging doorgevoerd vanaf het derde kwartaal van het jaar 2000. De (eiseres) betoogt dat haar arbeiders ressorteren onder het paritair comité nr. 100.

Het paritair comité nr. 100, ‘aanvullend paritair comité voor werklieden', is uitsluitend bevoegd voor de arbeiders die niet ressorteren onder een bijzonder paritair comité en voor hun werkgevers. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit paritair comité, dat in 1974 werd opgericht (B.S. 7 december 1974) bij gebrek aan benoemde leden pas in 2008 aan de slag kon; alleen de minimale voorschriften waren met andere woorden van toepassing voor de arbeiders die onder dat paritair comité ressorteerden.

(De verweerder) betoogt dat de arbeiders van de (eiseres) tot 10 juni 2007 onder het paritair comité nr. 149/04 ressorteren dan wel onder het paritair comité nr. 140.

Volgens artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 mei 1981 (vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 7 mei 2007), is het paritair comité nr. 140 bevoegd voor de ondernemingen die zich voornamelijk bezighouden met het opslaan, het stouwen en het verzenden ven goederen buiten de havenzones, voor zover zij van geen ander paritair comité afhangen. De (eiseres), die goederen ontvangt, etiketteert en verpakt, oefent geen hoofdactiviteit uit die onder dat comité ressorteert.

(De verweerder) verdedigt de stelling volgens welke de activiteit van de (eiseres) nauw verbonden is met die van de vennootschap Metafranc, zodat de (eiseres) ressorteert onder het paritair comité nr. 149/04, dat wil zeggen het paritaire subcomité voor de metaalhandel, en dat vanaf de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 27 april 2000.

Het paritair subcomité nr. 149/04, zoals opgericht bij het koninklijk besluit van 13 maart 1985 (B.S. 16 april 1985), is bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, en in het bijzonder voor de ondernemingen die (inzonderheid) de volgende hoofdactiviteit uitoefenen :

a) de groothandel (met inbegrip van de import-export) of de kleinhandel in de hieronder vermelde voorwerpen, zelfs indien zij deze voorwerpen en/of toestellen gewoonlijk bewerken, afwerken, onderhouden, herstellen of plaatsen, voor zover deze ondernemingen niet ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de elektriciens (installatie en distributie) of onder het Paritair Subcomité voor de edele metalen :

1° materieel voor de burgerlijke bouwkunde en/of voor intern transport,

2° fietsen,

3° landbouwmateriaal, met inbegrip van de landbouwtractoren,

4° elektrische en elektronische toestellen en materieel die specifiek bestemd zijn voor al dan niet gemotoriseerde wegvoertuigen,

5° mechanische, elektrische of elektronische kantoormachines,

6° evenals elk ander voorwerp in metaal en/of mechanisch toestel ;

(...) Bij koninklijk besluit van 27 april 2000 (B.S. 14 juni 2000) werd een punt e) toegevoegd, dat gesteld is als volgt:

e) het verrichten van een of meerdere handelingen met betrekking tot de behandeling of distributie van goederen voor ondernemingen die vallen onder de bevoegdheid van het paritair subcomité voor de metaalhandel of voor in het buitenland gevestigde ondernemingen, die een zelfde activiteit uitoefenen zoals bepaald in dit besluit. Onder het verrichten van een of meerdere handelingen met betrekking tot de behandeling of distributie van goederen wordt verstaan: het opslaan, het stouwen, het verzenden, het verpakken of herverpakken in kleinere eenheden, het merken of alle andere activiteiten gericht op de bewaring, de verkoop of de levering van goederen. Het paritair subcomité is niet bevoegd wanneer de onderneming hoofdzakelijk het vervoer voor rekening van derden verricht of wanneer zij valt onder de bevoegdheid van het paritair comité voor het havenbedrijf.

De activiteit van de (eiseres) bestaat in de (her)behandeling van goederen (ontvangst, verpakking, etikettering), zodat zij verdeeld kunnen worden door de vennootschap Metafranc ; het gaat om handelingen (zie 'een of meerdere') die vallen onder de goederenbehandeling, zoals dat begrip omschreven wordt in het voormelde artikel e).

Daarenboven blijkt uit de verslagen van de inspectie dat de hoofdactiviteit van de vennootschap Metafranc bestaat in de groothandel (kleinhandelaars en warenhuizen) van ijzerwaren uit, hoofdzakelijk, metaal of metaalderivaten (messing) en dat die goederen door de (eiseres) behandeld worden; de door de (eiseres) voorgelegde catalogus geldt niet als bewijs van het tegendeel. De verkoop in het groot van dat materiaal valt onder het paritair comité nr. 149/04 (artikel 1, punt a) hierboven).

De bevoegdheid van het paritair subcomité nr. 149/04 artikel 1, punt e) wordt bepaald door de behandeling van goederen (de hoofdactiviteit van (de eiseres) voor ondernemingen die onder het paritair subcomité voor de metaalhandel (hoofdactiviteit van de vennootschap Metafranc) ressorteren. Een onderneming zoals de vennootschap Metafranc ressorteert, in de zin van die bepaling [artikel 1, punt e)], onder het paritair subcomité voor de metaalhandel, daar haar hoofdactiviteit ressorteert onder dat paritair subcomité, ook al stelt zij zelf geen arbeiders tewerk (de arbeiders worden door de (eiseres) ter beschikking gesteld).

Uit de overgelegde stukken en verslagen blijkt dat de activiteit van de vennootschap Metafranc niet vergeleken kan worden met die van een ‘brico-center'.

Het maakt daarenboven weinig uit dat de vennootschap Metafranc, voor haar bedienden, niet ressorteert onder het paritair comité nr. 209. Wat telt, is dat de activiteit van de vennootschap Metafranc, voor de in aanmerking te nemen periode, onder het paritair subcomité voor de metaalhandel ressorteert. Wat dat betreft moet worden opgemerkt dat de eiseres het bij het rechte eind heeft wanneer zij opmerkt dat het moeilijk is om de bevoegdheid te bepalen volgens het behandelde goed, aangezien dat kan variëren, maar dat net die moeilijkheid één van de juridische onzekerheden was waaraan de stellers van de besluiten van 2007 een halt hebben willen toeroepen (zie infra).

Kortom, het paritair comité nr. 149/04 is bevoegd voor de arbeiders van de (eiseres) vanaf 24 juni 2000, gelet op het koninklijk besluit van 27 april 2000, dat het toepassingsgebied van dat op 13 maart 1985 opgerichte paritair subcomité wijzigt. Met die slotsom past het arbeidshof de reglementering nauwgezet toe op het aan dat hof voorgelegde dossier.

Grieven

Krachtens de artikelen 35 en 37 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités kan de Koning, bij koninklijk besluit, paritaire comités en paritaire subcomités oprichten.

De Koning bepaalt dus zelf welke personen, bedrijfstakken of ondernemingen onder die paritaire comités en subcomités ressorteren.

Het paritair comité of subcomité waaronder een onderneming ressorteert, wordt in de regel bepaald door haar hoofdactiviteit, tenzij een koninklijk besluit een ander criterium bepaalt.

Het koninklijk besluit dat een paritair comité opricht, moet op beperkende wijze worden uitgelegd. In geen geval mag het toepassingsgebied van een paritair comité, onder het voorwendsel van uitlegging, ruimer worden vastgesteld dan wat de Koning heeft bepaald.

2. Volgens artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 maart 1985, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2000, tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan, "worden de hiernavolgende paritaire subcomités opgericht, bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers (...) 4. Paritair subcomité voor de metaalhandel, te weten de ondernemingen die (...) zich hoofdzakelijk bezighouden met: a) de groothandel (met inbegrip van de import-export) of de kleinhandel in de hieronder vermelde ontwerpen, zelfs indien zij deze voorwerpen en/of toestellen gewoonlijk bewerken, afwerken, onderhouden, herstellen of plaatsen, voor zover deze ondernemingen niet ressorteren onder het paritair subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie of onder het paritair subcomité voor de edele metalen: 6° [...] elk ander voorwerp in metaal en/of mechanisch toestel".

Of een onderneming ressorteert onder het paritair comité voor de metaalhandel, hangt dus af van de activiteit die zijzelf gewoonlijk uitoefent. Ze moet actief zijn in de groot- of kleinhandel in elk voorwerp in metaal en/of mechanisch toestel.

De normale uitoefening van een dergelijke activiteit impliceert dat de onderneming zelf haar eigen arbeiders tewerkstelt.

Het arrest stelt enerzijds vast "dat de hoofdactiviteit van de vennootschap Metafranc bestaat in de groothandel (kleinhandelaars en warenhuizen) van ijzerwaren uit, hoofdzakelijk, metaal of metaalderivaten (messing)" maar dat die vennootschap anderzijds "zelf geen arbeiders tewerkstelt (de arbeiders worden door de (eiseres) ter beschikking gesteld)".

Het arrest beslist bijgevolg onwettig dat de vennootschap Metafranc "ressorteert onder het paritair subcomité voor de metaalhandel", aangezien die vennootschap zelf geen arbeiders tewerkstelt. Zij worden immers door de eiseres ter beschikking gesteld en dus kan de vennootschap niet beschouwd worden als een onderneming die zelf de hoofdactiviteit uitoefent die onder het voornoemde paritair comité ressorteert (schending van de artikelen 35 en 37 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en van artikel 1, inzonderheid 4, a), 6°, van het koninklijk besluit van 13 maart 1985, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2000, tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan).

3. Volgens artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 maart 1985, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2000, tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan, "worden de hiernavolgende paritaire subcomités opgericht, bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers (...) 4. Paritair subcomité voor de metaalhandel, te weten de ondernemingen die (...) zich hoofdzakelijk bezighouden met: (...) e) het verrichten van een of meerdere handelingen met betrekking tot de behandeling of distributie van goederen voor ondernemingen die vallen onder de bevoegdheid van het paritair subcomité voor de metaalhandel of voor in het buitenland gevestigde ondernemingen, die een zelfde activiteit uitoefenen zoals bepaald in dit punt. Onder het verrichten van een of meerdere handelingen met betrekking tot de behandeling of distributie van goederen wordt verstaan: het opslaan, het stouwen, het verzenden, het verpakken of herverpakken in kleinere eenheden, het merken of alle andere activiteiten gericht op de bewaring, de verkoop of de levering van goederen. Het paritair subcomité is niet bevoegd wanneer de onderneming hoofdzakelijk het vervoer voor rekening van derden verricht of wanneer zij valt onder de bevoegdheid van het paritair comité voor het havenbedrijf".

Overeenkomstig de artikelen 35 en 37 van de wet van 5 december 1968, volgt uit die bepaling dat het criterium op grond waarvan een onderneming die goederen behandelt of verdeelt onder het paritair subcomité voor de metaalhandel ressorteert, de activiteit van de onderneming is waarvoor de handelingen met betrekking tot de behandeling of distributie van goederen worden verricht.

Wat dat betreft beslist het arrest, na te hebben vastgesteld dat "de activiteit van de (eiseres) bestaat in de (her)behandeling van goederen (ontvangst, verpakking, etikettering), zodat zij verdeeld kunnen worden door de vennootschap Metafranc", ten onrechte dat "een onderneming zoals de vennootschap Metafranc, in de zin van die bepaling [artikel 1, punt e)], ressorteert onder het paritair subcomité voor de metaalhandel, daar haar hoofdactiviteit ressorteert onder dat paritair subcomité, ook al stelt zij zelf geen arbeiders tewerk (de arbeiders worden door de (eiseres) ter beschikking gesteld)", daar de vennootschap Metafranc, zoals hierboven is aangetoond en gezien de omstandigheden van de zaak, niet ressorteert onder het paritair subcomité voor de metaalhandel.

Het arrest beslist bijgevolg onwettig dat "het paritair comité nr. 149/04 (...) bevoegd (is) voor de arbeiders van de (eiseres) vanaf 24 juni 2000, gelet op het koninklijk besluit van 27 april 2000, dat het toepassingsgebied van dat op 13 maart 1985 opgerichte paritair subcomité wijzigt" (schending van de artikelen 35 en 37 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en van artikel 1, 4, a), 6°, en 4, e), van het koninklijk besluit van 13 maart 1985, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2000, tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan).

Tweede middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 35 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités ;

- artikel 1, inzonderheid § 1, punt 1, en § 2, punt 18, van het koninklijk besluit van 6 april 1995 tot oprichting van het paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 7 mei 2007.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart "het hoger beroep (van de verweerder) gegrond" en verklaart bijgevolg "de oorspronkelijke rechtsvordering van de (eiseres) ongegrond" om de volgende redenen:

"Voor de bedienden heeft het geschil (vordering tot terugbetaling) betrekking op het tweede kwartaal van het jaar 2002 en op de daaropvolgende kwartalen, als gevolg van de categoriewijziging die voor de bedienden werd doorgevoerd (010 naar 200). De (eiseres) betoogt dat de bedienden afhangen van het paritair comité nr. 218, wat de eerste rechter heeft aangenomen. Het paritair comité nr. 218 is - zoals zijn naam ‘nationaal aanvullend paritair comité voor bedienden', aangeeft -, uitsluitend bevoegd voor de bedienden die onder geen enkel bijzonder paritair comité ressorteren. (De verweerder) betoogde voor de eerste rechter dat de (eiseres), voor haar bedienden, ressorteert onder het paritair comité nr. 226.

Tot de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 7 mei 2007 droeg het paritair comité nr. 226 de naam ‘paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken'. Dat comité was bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk hoofdarbeid verrichten en hun werkgevers, waarvan de ondernemingen door hun hoofdzakelijke activiteiten behoren tot: 1. de bedrijfstakken van de internationale handel, het vervoer voor rekening van derden, de tussenpersonen in het vervoer en de met deze bedrijfstakken aanverwante dienstverlening (art. 1, § 1, van het koninklijk besluit van 6 april 1996, B.S. 26 april 1996). Daarenboven wordt het volgende gepreciseerd:

- (artikel 1, § 2) Maken, bij wijze van voorbeeld, deel uit van deze bedrijfstakken en aanverwante dienstverlening de volgende ondernemingen en activiteiten: (...) 18. de ondernemingen, zowel binnen als buiten de havengebieden, voor het stouwen en de goederenbehandeling en voor het opslaan, de herverpakking, het verzenden en de distributie van goederen in het algemeen;

- (artikel 3) Vanaf de datum van de installatie van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken, bedoeld in artikel 1, is dit besluit eveneens van toepassing op de werknemers en hun werkgevers die voor de inwerkingtreding ervan onder de bevoegdheid van het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor de bedienden ressorteerden.

De (eiseres) is weliswaar niet actief in de internationale handel, en evenmin in het vervoer of de havenactiviteiten. Zij verschaft de vennootschap Metafranc, die producten uit andere landen op de Belgische markt verdeelt, echter wel de nodige logistieke steun voor die verdeling : ontvangst (producten die hoofdzakelijk uit Azië afkomstig zijn), etikettering en verpakking ; de eiseres omschrijft haar activiteiten zelf als ‘merchandising, verpakking en behandeling van de producten die door de vennootschap Metafranc verdeeld worden'.

Die behandeling van de goederenvoorraad van de vennootschap Metafranc, met herverpakking, is een activiteit die in verband staat met de handelsactiviteit van de vennootschap Metafranc en die onder de in artikel 1, § 1, bedoelde activiteiten en aanverwante diensten valt. Het arbeidshof deelt de zienswijze van (de eiseres) niet, die in het aangehaalde voorbeeld (punt 18) de verplichting ziet om cumulatief aan de in dat voorbeeld opgesomde activiteiten te voldoen opdat er van het begrip 'aanverwante activiteiten en diensten' sprake kan zijn".

Grieven

Krachtens artikel 35 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités richt de Koning, bij koninklijk besluit, paritaire comités op en bepaalt hij welke personen, bedrijfstakken of ondernemingen onder die paritaire comités ressorteren.

Overeenkomstig voormeld artikel 35 moet de vraag onder welk paritair comité een welbepaalde onderneming ressorteert, concreet worden beantwoord door de hoofdactiviteit van de onderneming in aanmerking te nemen, tenzij een koninklijk besluit een ander criterium vaststelt.

Het koninklijk besluit dat een paritair comité opricht, moet op beperkende wijze worden uitgelegd. Die uitlegging kan in geen geval leiden tot een uitbreiding van het toepassingsgebied van een paritair comité.

Artikel 35 van de wet van 5 december 1968, bepaalt dat artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 6 april 1995, zoals het van kracht was vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 7 mei 2007 tot oprichting van de paritaire commissie voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, een paritair comité opricht, "genaamd ‘paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken', dat bevoegd is voor de werknemers die hoofdzakelijk hoofdarbeid verrichten en hun werkgevers, waarvan de ondernemingen door hun hoofdzakelijke activiteiten behoren tot: 1. de bedrijfstakken van de internationale handel, het vervoer voor rekening van derden, de tussenpersonen in het vervoer en de met deze bedrijfstakken aanverwante dienstverlening".

Artikel 1, § 2, van het voormelde koninklijk besluit, vervolgt: "Maken, bij wijze van voorbeeld, deel uit van deze bedrijfstakken en aanverwante dienstverlening de volgende ondernemingen en activiteiten: (...) 18. de ondernemingen, zowel binnen als buiten de havengebieden, voor het stouwen en de goederenbehandeling in het algemeen".

In de zin van dat koninklijk besluit hebben die "bedrijfstakken en aanverwante dienstverlening" dus betrekking op het geheel van de activiteiten die cumulatief worden uitgeoefend in het kader van de internationale handel of het transport, te weten, in het geval bedoeld in punt 18 van de tweede paragraaf van het besluit, de bedrijven die cumulatief het stouwen, de goederenbehandeling, het opslaan, de herverpakking, het verzenden en de distributie van goederen in het algemeen verzorgen.

Dat het hier om een cumulatieve opsomming gaat, kan overigens worden afgeleid uit het gebruik van het voegwoord in het voormelde punt 18.

Het arrest stelt vast dat de activiteit van de eiseres bestaat in de "behandeling van de goederenvoorraad van de vennootschap Metafranc, met herverpakking".

Het arrest, dat ten onrechte vermeldt dat het zich niet kan aansluiten bij "de zienswijze van (de eiseres), die in het aangehaalde voorbeeld (punt 18) de verplichting ziet om cumulatief aan de in dat voorbeeld opgesomde activiteiten te voldoen opdat er van het begrip ‘aanverwante activiteiten en diensten' sprake kan zijn", beslist dus onwettig dat de activiteit van de eiseres, die bestaat in de behandeling van de goederenvoorraad van de vennootschap Metafranc, met herverpakking, "onder de in artikel 1, § 1," van het voormelde koninklijk besluit "bedoelde activiteiten en aanverwante diensten valt", aangezien die activiteiten, waarvan het vaststelt dat de eiseres ze uitoefent, beperkt zijn en niet alle activiteiten en diensten omvatten die bedoeld worden in het voormelde punt 18 (schending van artikel 35 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en artikel 1, § 1, en § 2, punt 18, van het koninklijk besluit van 6 april 1995, vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 7 mei 2007 tot oprichting van de paritaire commissie voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Krachtens artikel 1, tweede lid, 4, e), van het koninklijk besluit van 13 maart 1985 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan, zoals het te dezen van toepassing is, is het paritair subcomité nr. 149/04 voor de metaalhandel bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, waaronder de ondernemingen die zich hoofdzakelijk bezighouden met het verrichten van een of meerdere handelingen met betrekking tot de behandeling of distributie van goederen voor ondernemingen die vallen onder de bevoegdheid van hetzelfde paritair subcomité of voor in het buitenland gevestigde ondernemingen, die een zelfde activiteit uitoefenen in de zin van dat punt e).

Overeenkomstig artikel 1, tweede lid, 4, a), 6°, van dat koninklijk besluit, is dat paritair comité ook bevoegd voor de handarbeiders en hun werkgevers, waarvan de ondernemingen zich hoofdzakelijk bezighouden met de groothandel in voorwerpen in metaal.

De omstandigheid dat een in België of in het buitenland gevestigde onderneming geen arbeiders tewerkstelt met wie zij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, sluit niet uit dat die onderneming zelf een dergelijke handel drijft.

De onderneming, die als hoofdactiviteit een of meerdere handelingen van behandeling verricht of de verdeling van goederen voor een andere onderneming verzorgt, ressorteert overeenkomstig artikel 1, tweede lid, 4, e), van het koninklijk besluit onder het paritair subcomité nr. 149/04, wanneer de hoofdactiviteit van die andere, in België of in het buitenland gevestigde onderneming eveneens bestaat in de groothandel in voorwerpen in metaal, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, 4, a), 6°, ook al stelt zij geen arbeiders onder arbeidsovereenkomst tewerk.

Het middel, dat van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht.

Tweede middel

Artikel 1, § 1, punt 1, van het koninklijk besluit van 6 april 1995 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en de bevoegdheid van het paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken, zoals het te dezen van toepassing is, bepaalt dat de paritaire commissie nr. 226 bevoegd is voor de werknemers die hoofdzakelijk hoofdarbeid verrichten en hun werkgevers, waarvan de ondernemingen door hun hoofdzakelijke activiteiten behoren tot de bedrijfstakken van de internationale handel, het vervoer voor rekening van derden, de tussenpersonen in het vervoer en de met deze bedrijfstakken aanverwante dienstverlening.

Artikel 1, § 2, somt voorbeelden op van ondernemingen en activiteiten die deel uitmaken van de bedrijfstakken en van de aanverwante dienstverlening bedoeld in paragraaf, punt 1. Onder punt 18 vermeldt dat artikel de ondernemingen die zich bezighouden met het stouwen en de goederenbehandeling alsook met het opslaan, de herverpakking, het verzenden en de distributie van goederen in het algemeen.

Door die voorbeelden op te sommen, beperkt paragraaf 2 de draagwijdte van paragraaf 1, punt 1, niet.

De omstandigheid dat een onderneming niet alle in punt 18 van paragraaf 2 opgesomde activiteiten uitoefent, volstaat niet om die onderneming uit te sluiten uit de bedrijfstakken van de aanverwante dienstverlening, zoals bedoeld in paragraaf 1, punt 1.

Het middel, dat van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Christine Matray, Sylviane Velu, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 23 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Paritair subcomité

  • Metaalhandel

  • Groothandel

  • Voorwerpen in metaal

  • Bevoegdheid

  • Criterium

  • Arbeiders

  • Arbeidsovereenkomst

  • Onderneming

  • Geen arbeidsovereenkomst