- Arrest van 23 mei 2011

23/05/2011 - S.10.0087.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het gevolg dat de werkloze geeft aan de tweede uitnodiging van de directeur voor het evaluatiegesprek, is geen voorwaarde voor het recht op uitkeringen die losstaat van de voorwaarde om werk te zoeken, in voorkomend geval, overeenkomstig de verbintenis die hij in de geschreven overeenkomst is aangegaan.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0087.F

B. Y.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 3 juni 2010 van het arbeidshof te Bergen.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 7, inzonderheid § 1 en 11, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;

- artikel 580, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek;

- de artikelen 58, 59bis, 59sexies en 59septies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;

- artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek;

- artikel 149 van de Grondwet;

- -algemeen beginsel van het recht van verdediging.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, wijzigt het beroepen vonnis en herstelt de beslissing van de verweerder in haar geheel, op grond dat "wat de oorzaak van het geschil betreft, de enige feiten die als precies, steekhoudend en bewezen moeten worden beschouwd in het licht van het voorwerp van het hoger beroep en de juridische problematiek daarrond, als volgt kunnen worden samengevat:

- de (eiseres) werd bij brief van 25 april 2008 uitgenodigd voor een derde evaluatiegesprek;

- het kan niet worden betwist dat de eiseres niet is komen opdagen voor dat evaluatiegesprek en dat zij bijgevolg, overeenkomstig artikel 59sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991, bij aangetekende brief van 19 juni 2008 opnieuw werd uitgenodigd om zich op 4 juli 2008 om 10 uur aan te melden op het werkloosheidsbureau te C. (...);

- het kan evenmin worden betwist dat die aangetekende brief, die door de (eiseres) niet werd opgehaald, haar aandacht in het bijzonder op de volgende punten vestigde:

- de documenten die zij diende over te leggen als bewijs van de inspanningen zij had geleverd om opnieuw werk te vinden;

- de mogelijkheid om opnieuw uitgenodigd te worden op een latere datum indien zij niet kon verschijnen op de vastgestelde datum (met toevoeging, in bijlage, van een formulier dat zij diende in te vullen om een andere afspraak voor het gesprek te verkrijgen en een vak waarin zij de redenen tot staving van haar aanvraag diende te vermelden);

- de gevolgen in geval van afwezigheid op het gesprek, om een geldige dan wel ongeldige reden;

Ondanks het bovenstaande hebben de diensten van de verweerder alleen maar kunnen vaststellen dat de betrokkene, zonder geldige reden, niet is komen opdagen voor het gesprek van 4 juli 2008 (...), wat geleid heeft tot de oorspronkelijke litigieuze beslissing van 9 juli 2008 (...).

Gelet op de voorafgaande elementen, moet herhaald worden dat artikel 59sexies, § 1, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 het volgende bepaalt: ‘ten vroegste na het verstrijken van een termijn van 4 maanden die aanvangt de dag na de in artikel 59quinquies bedoelde ondertekening van de overeenkomst, nodigt de directeur de in artikel 59quinquies, § 5 bedoelde werkloze per brief uit voor een derde gesprek op het werkloosheidsbureau, om een evaluatie te maken van de naleving door de werkloze van de verbintenis die hij is aangegaan in de geschreven overeenkomst bedoeld in artikel 59quinquies, § 5 of, indien er geen verbintenis is, van de inspanningen die hij heeft verricht om zich te integreren in de arbeidsmarkt.

De aanwezigheid van de werkloze op het evaluatiegesprek is verplicht. De werknemer kan zich evenwel laten bijstaan door een advocaat of door een afgevaardigde van een werknemersorganisatie die een erkende uitbetalingsinstelling heeft opgericht.

Indien de werkloze zich niet aanmeldt op het evaluatiegesprek wordt hem een nieuwe aangetekende uitnodiging gestuurd.

Indien de werkloze zonder geldige reden geen gevolg geeft aan de tweede uitnodiging, wordt hij gelijkgesteld met een werkloze die de verbintenis aangegaan in de in artikel 59quinquies, § 5 bedoelde schriftelijke overeenkomst, niet heeft nageleefd en wordt hij uitgesloten van het genot van uitkeringen overeenkomstig de bepalingen van § 6...'.

Dat wettigt de vaststelling dat de administratie, gelet op de gegevens van de zaak en in het licht van de tekst van artikel 59sexies, § 1, van het koninklijk besluit van 25 november 1991, slechts gehandeld heeft naar de letter en de geest van de toepasselijke bepaling die trouwens, ten overvloede, een gemeenrechtelijk basisbeginsel van het verbintenissenrecht en van artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek herhaalt, volgens hetwelk aangegane verbintenissen moeten worden nagekomen (te goeder trouw, preciseert het derde lid van die bepaling), en dat het niet nakomen van essentiële of elementaire verbintenissen in bepaalde gevallen alleen maar als uiterst ernstig beschouwd kan worden, zo ernstig zelfs dat de gehele uitvoering van de overeenkomsten hierdoor in het gedrang komt.

Wanneer een dergelijke tekortkoming vastgesteld wordt, hoeft dus niet eens nagegaan te worden of andere verbintenissen al dan niet werden nagekomen".

Grieven

Krachtens artikel 7, § 1, van de besluitwet van 28 december 1944 [betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders heeft de verweerder tot taak, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, met behulp van de te dien einde opgerichte instellingen aan de onvrijwillige werklozen en aan hun gezin de uitbetaling van de hun verschuldigde uitkeringen te verzekeren.

De regels van de werkloosheidsuitkeringen zijn vastgelegd in titel II van het koninklijk besluit van 25 november 1991, dat de voorwaarden voor de toekenning van die uitkeringen vaststelt. Krachtens artikel 58, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit, moet de volledig werkloze aldus actief zoeken naar werk.

Dat actieve zoekgedrag naar werk wordt krachtens artikel 59bis van datzelfde koninklijk besluit opgevolgd door de verweerder, die uitspraak kan doen over het subjectieve recht van de werkloze op de werkloosheidsuitkeringen. Zo wordt de werkloze uitgenodigd voor verschillende evaluatiegesprekken, waarop hij aanwezig moet zijn.

Krachtens artikel 59sexies, § 1, van dat koninklijk besluit, wordt de werkloze uitgenodigd voor een derde gesprek om na te gaan of de werkloze, indien hij tijdens het tweede gesprek een schriftelijke overeenkomst is aangegaan, die overeenkomst heeft nageleefd. Indien de werkloze zonder geldige reden geen gevolg geeft aan de uitnodiging, wordt hij gelijkgesteld met een werkloze die de in de schriftelijke overeenkomst aangegane verbintenis niet is nagekomen en wordt hij uitgesloten van het genot van de uitkeringen overeenkomstig de bepalingen van § 6, volgens welke de werkloze van het genot van de werkloosheidsuitkeringen wordt uitgesloten indien hij de in de tweede overeenkomst aangegane verbintenis niet heeft nageleefd of indien hij niet voldoende inspanningen heeft geleverd om zich in de arbeidsmarkt te integreren.

Krachtens paragraaf 7 van artikel 59sexies, gaat de met toepassing van paragraaf 6 genomen beslissing in op de maandag die volgt op de afgifte ter post van de kennisgeving van deze beslissing aan de werkloze. De tekst van die paragraaf heeft betrekking op alle uitsluitingsbeslissingen, ook die welke genomen zijn ten aanzien van de afwezige werkloze. Die beslissing moet onder meer vermelden dat de werkloze een administratief beroep kan indienen bij de nationale administratieve commissie binnen de termijn en volgens de modaliteiten voorzien in artikel 59septies van het koninklijk besluit.

Luidens dat artikel 59septies, kan de werkloze dat administratief beroep instellen indien hij meent de in de geschreven overeenkomst aangegane verbintenis te zijn nagekomen of voldoende inspanningen te hebben geleverd om zich in de arbeidsmarkt te integreren of indien hij getroffen is door een arbeidsongeschiktheid van minstens 33 pct. Indien dat beroep gegrond wordt verklaard, wordt de in paragraaf 6 bedoelde beslissing van de directeur vernietigd. Artikel 59septies maakt geen enkel onderscheid tussen de situatie waarin de werkloze het gesprek heeft bijgewoond en de directeur beslist dat de tijdens het tweede gesprek aangegane overeenkomst niet werd nageleefd en die waarin de werkloze het gesprek niet heeft bijgewoond en werd gelijkgesteld met een werkloze die de aangegane verbintenis niet is nagekomen.

Artikel 59sexies, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit, dat de werkloze, die niet aanwezig is op het derde gesprek, gelijkstelt met een werkloze die de tijdens het tweede gesprek aangegane verbintenis niet is nagekomen, kan dus niet los gelezen worden van de bepalingen van paragraaf 6 van datzelfde artikel, waarnaar het verwijst, van paragraaf 7, die betrekking heeft op alle in paragraaf 6 bedoelde beslissingen, en van artikel 59septies, dat de mogelijkheid biedt om tegen alle, in artikel 59sexies, § 7, bedoelde beslissingen beroep in te stellen voor de nationale administratieve commissie.

Bijgevolg kan noch uit "de letter" en "de geest" van artikel 59sexies, § 1, van het koninklijk besluit noch uit de volledige reglementering betreffende het toezicht op het actieve zoekgedrag van de werkloze worden afgeleid dat zijn afwezigheid op het derde gesprek "in dergelijke mate ernstig is dat het de uitvoering van de gemaakte afspraken geheel zou ondermijnen" en "het hierdoor zinloos is (...) na te gaan of andere verbintenissen al dan niet zijn nageleefd".

Krachtens de artikelen 7, § 11, van de besluitwet van 28 december 1944 en 580, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, behoren geschillen over rechten, ontstaan uit de werkloosheidsregeling, tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank, die bij het toezicht op de naleving, door de werkloze, van de voorwaarden voor de toekenning van de uitkeringen over volheid van rechtsmacht beschikt. Het beroep voor de nationale administratieve commissie is geen verplichting. Wanneer de werkloze beslist om geen beroep in te stellen, heeft dat geen enkel gevolg voor zijn rechtsvordering voor de arbeidsrechtbank.

Eerste onderdeel

Uit het geheel van die bepalingen kan worden afgeleid dat de arbeidsgerechten, zelfs bij afwezigheid van de werkloze op het gesprek, kunnen nagaan of de na het derde onderhoud genomen uitsluitingsbeslissing wettig is omdat ze voldoet aan de voorwaarde voor de toekenning van de werkloosheidsuitkeringen, met name het actief zoeken naar werk, en meer bepaald nagaan of de overeenkomst, indien deze werd aangegaan tijdens het tweede gesprek, werd nageleefd. De aanwezigheid van de werkloze op het gesprek is, met andere woorden, geen bijkomende voorwaarde voor de toekenning van de uitkeringen. Zijn afwezigheid heeft alleen tot gevolg dat vermoed wordt dat hij niet actief naar werk heeft gezocht in de loop van de periode die tijdens het derde gesprek geëvalueerd wordt en dat de directeur hem bijgevolg van het recht op uitkeringen kan uitsluiten.

Het arrest, dat beslist dat niet hoeft te worden nagegaan of andere verbintenissen al dan niet werden nagekomen wanneer vastgesteld wordt dat de elementaire, essentiële verbintenis om gevolg te geven aan de uitnodiging op het derde gesprek niet werd nagekomen, dat niet nagaat of de eiseres, zoals zij betoogde, de in de tweede overeenkomst bepaalde verbintenissen is nagekomen en dat, in zijn uiteenzetting van de feiten en van de voorafgaande rechtspleging, vermeldt dat "wat de oorzaak van het geschil betreft, de enige feiten die als precies, steekhoudend en bewezen moeten worden beschouwd in het licht van het voorwerp van het hoger beroep en de juridische problematiek daarrond, als volgt kunnen worden samengevat", zonder daarbij acht te slaan op het feit dat de eiseres de tweede overeenkomst heeft nageleefd, schendt derhalve de artikelen 7, inzonderheid § 1 en 11, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, 580, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, en 58, 59bis, 59sexies en 59septies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.

Het arrest, dat die controle niet uitoefent, stelt het Hof van Cassatie op zijn minst in de onmogelijkheid toezicht te houden op de wettigheid van de beslissing om de beroepen administratieve beslissing, die de eiseres uitsluit van het recht op werkloosheidsuitkeringen, in haar geheel te herstellen (schending van artikel 149 van de Grondwet).

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 7, § 1, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders heeft de verweerder tot taak, met behulp van de te dien einde opgerichte of nog op te richten instellingen, aan de onvrijwillige werklozen en aan hun gezin de uitbetaling van de hun verschuldigde uitkeringen te verzekeren.

Krachtens artikel 58 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering moet de volledig werkloze, om uitkeringen te genieten, actief zoeken naar werk.

Overeenkomstig artikel 59bis, § 1, van het koninklijk besluit, volgt de directeur van het gewestelijk bureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening het actieve zoekgedrag naar werk van de volledig werkloze op. De procedure van opvolging is in de artikelen 59bis tot 59decies vastgelegd.

In de in artikel 59quater, § 5, bedoelde gevallen, met name indien de directeur vaststelt dat de werkloze niet voldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren in de arbeidsmarkt, en in de in artikel 59quinquies, § 5, bedoelde gevallen, met name indien de directeur vaststelt dat de werkloze de verbintenis die hij is aangegaan in de in artikel 59quater, § 5 bedoelde overeenkomst, niet heeft nageleefd, wordt de werkloze uitgenodigd een schriftelijke overeenkomst te ondertekenen waarin hij zich ertoe verbindt de concrete acties uit te voeren die van hem worden verwacht in de loop van de volgende maanden.

Volgens artikel 59sexies, § 1, nodigt de directeur de werkloze uit om een evaluatie te maken van de naleving, door de werkloze, van de in artikel 59quinquies, § 5, aangegane verbintenis of, indien de werkloze de in de artikelen 59quater, § 5, of 59quinquies, § 5, bepaalde overeenkomst niet is aangegaan, van de inspanningen die hij heeft geleverd om zich te integreren in de arbeidsmarkt.

Artikel 59sexies, § 6, sluit de werkloze, binnen de daarin bepaalde grenzen, van het genot van de uitkeringen uit indien hij de verbintenis niet is nagekomen die hij is aangegaan in de in artikel 59quinquies, § 5, bedoelde schriftelijke overeenkomst of indien hij onvoldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren in de arbeidsmarkt.

Artikel 59sexies, § 7, bepaalt dat de met toepassing van § 6 genomen beslissing de mogelijkheid vermeldt om een administratief beroep in te dienen bij de nationale administratieve commissie. Artikel 59septies, § 1, eerste lid, bepaalt dat het voormelde beroep door de werkloze kan worden ingediend indien hij meent dat hij de verbintenis is nagekomen die hij is aangegaan in de in artikel 59quater, § 5, of artikel 59quinquies, § 5, bedoelde schriftelijke overeenkomst, of, wanneer hij een dergelijke verbintenis niet is aangegaan, indien hij meent dat hij voldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren in de arbeidsmarkt gedurende de periode volgend op het evaluatiegesprek bedoeld in de artikelen 59quater of 59quinquies.

Uit die bepalingen volgt dat de werkloze, om uitkeringen te kunnen genieten, actief moet zoeken naar werk en dat, in voorkomend geval, overeenkomstig de verbintenis die hij is aangegaan in de in artikel 59quinquies, § 5, bedoelde schriftelijke overeenkomst.

Artikel 59sexies, § 1, vierde lid, bepaalt dat de werkloze, indien hij zonder geldige reden geen gevolg geeft aan de tweede uitnodiging voor het in die paragraaf bedoelde evaluatiegesprek, gelijkgesteld wordt met een werkloze die de in de schriftelijke overeenkomst aangegane verbintenis niet is nagekomen en wordt hij uitgesloten van het genot van uitkeringen overeenkomstig de bepalingen van artikel 59sexies, § 6.

Voormeld artikel 59sexies, § 1, vierde lid, maakt van het feit dat de werkloze ingaat op de tweede uitnodiging van de directeur, geen voorwaarde voor het recht op uitkeringen die losstaat van de voorwaarde om werk te zoeken, in voorkomend geval overeenkomstig de in de schriftelijke overeenkomst aangegane verbintenis.

Wanneer de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening de werkloze op grond van die bepaling uitsluit van het recht op uitkeringen en de werkloze die beslissing betwist, ontstaat er tussen laatstgenoemde en de Rijksdienst een geschil over het recht op de uitkeringen waarvan hij uitgesloten werd.

Krachtens artikel 580, 2°, Gerechtelijk Wetboek, is de arbeidsrechtbank bevoegd om over dat geschil uitspraak te doen.

Wanneer de rechtbank van een dergelijk geschil kennisneemt, gaat zij de wettigheid van de uitsluitingsbeslissing na en doet zij uitspraak over de rechten van de werkloze op de uitkeringen waarvan hij uitgesloten werd.

Het arrest stelt vast dat de verweerder de verweerster heeft uitgesloten van het genot van de uitkeringen op grond van artikel 59sexies, § 1, vierde lid, en dat de eiseres die beslissing betwist.

Het arrest, dat het beroep van de eiseres tegen de beslissing die de verweerder genomen heeft op grond van artikel 59sexies, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit, uitsluitend verwerpt op basis van de vaststelling dat de eiseres zonder geldige reden geen gevolg heeft gegeven aan de tweede uitnodiging, zonder na te gaan of zij actief werk had gezocht overeenkomstig de verbintenis die zij was aangegaan in de in artikel 59quinquies, § 5, bedoelde schriftelijke overeenkomst, schendt de voormelde wettelijke bepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dat arrest het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Gelet op artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Brussel.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, als voorzitter, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare rechtszitting van 23 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Werkloze

  • Verbintenis

  • Actief zoeken naar werk

  • Werkloze die zonder geldige reden geen gevolg geeft aan de tweede uitnodiging voor het evaluatiegesprek