- Arrest van 24 mei 2011

24/05/2011 - P.10.2052.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 162bis Wetboek van Strafvordering beperkt de verhaalbaarheid van de rechtsplegingsvergoeding in strafzaken tot de verhoudingen tussen eendeels de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, anderdeels de burgerlijke partij (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.2052.N

1. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, bus 22,

eiser tot herstel,

2. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Koningin Astridlaan 50/1,

eiser tot herstel,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. F. L. W. B., in zijn hoedanigheid van wettige erfgenaam van G. B., oorspronkelijk beklaagde,

gedaagde tot hervatting van het geding,

2. G. M. J. C. C., in eigen naam en in haar hoedanigheid van wettige erfgenaam van G. B., oorspronkelijk beklaagde,

beklaagde en gedaagde tot hervatting van het geding,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 23 november 2010, na verwijzing ingevolge arrest van het Hof van 28 maart 2006.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft op 17 maart 2011 ter griffie een conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 6.1.41, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: na eisers' herstelvordering te hebben afgewezen, veroordelen de appelrechters hen onterecht tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de verweerders.

2. Artikel 162bis Wetboek van Strafvordering beperkt de verhaalbaarheid van de rechtsplegingsvergoeding in strafzaken tot de verhoudingen tussen eensdeels de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, anderdeels de burgerlijke partij.

3. De herstelmaatregel beoogt niet zoals de schadevergoeding, de vergoeding van schade aan particuliere belangen, maar strekt ertoe een einde te maken aan de met de wet strijdige toestand die uit het misdrijf is ontstaan en waardoor het algemeen belang wordt geschaad.

Het optreden van de stedenbouwkundig inspecteur, die een wettelijke opdracht in het algemeen belang uitoefent en geen particulier belang nastreeft, kan niet worden gelijkgesteld met het optreden van een burgerlijke partij in de zin van artikel 162bis Wetboek van Strafvordering.

4. De appelrechters, na de herstelvordering van de eisers ongegrond te hebben verklaard, veroordelen hen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding in hoofde van iedere verweerder. Zodoende schenden zij voormelde wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het beslist over de rechtsplegingsvergoeding.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerders in de helft van de kosten. Laat de overige kosten ten laste van de eisers.

Zegt dat er geen reden is tot verwijzing.

Bepaalt de kosten op 650,61 euro waarvan de eisers 66,53 euro verschuldigd zijn.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 24 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Rechtsplegingsvergoeding

  • Artikel 162bis, Wetboek van Strafvordering