- Arrest van 24 mei 2011

24/05/2011 - P.11.0070.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter oordeelt op grond van de gegevens van de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding en van het strafdossier onaantastbaar of de feiten die hij onder de verbeterde omschrijving bewezen verklaart, werkelijk die zijn welke het voorwerp uitmaken van de vervolging of daaraan ten grondslag liggen; het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord (1). (1) Cass. 13 sept. 2005, AR P.05.0657.N, AC, 2005, nr. 430; Cass. 20 feb. 2007, AR P.06.1377.N, AC, 2007, nr. 104.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0070.N

1. I. A. H.,

beklaagde, aangehouden,

2. O. S. H.,

beklaagde, aangehouden,

eisers,

met als raadslieden mr. Gerry Janssens en mr. Johan Verstraeten, advocaten bij de balie te Leuven,

tegen

K. E.,

burgerlijke partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 7 december 2010.

De eisers voeren in memories die aan dit arrest zijn gehecht, vier gelijkluidende middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert miskenning aan van de kwalificatieplicht van de feiten: het arrest heromschrijft de telastlegging A van poging doodslag in het met voorbedachten rade opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen met ziekte of arbeidsongeschiktheid tot gevolg; deze heromschrijving was niet mogelijk omdat ze is gesteund op andere feiten dan die begrepen in de akte van aanhangigmaking; het openbaar ministerie heeft in de akte van aanhangigmaking alleen een juridische kwalificatie gegeven en geen feiten, zodat de appelrechters daardoor waren gebonden.

2. In correctionele of politiezaken maakt de door een onderzoeksgerecht gewezen beschikking tot verwijzing of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen, niet de daarin vermelde kwalificatie en omschrijving bij het vonnisgerecht aanhangig, maar de feiten zoals ze blijken uit de stukken van het onderzoek of het opsporingsonderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding ten grondslag liggen.

Die kwalificatie is in wezen voorlopig en het vonnisgerecht, ook in hoger beroep, heeft het recht en de plicht om, mits het recht van verdediging te eerbiedigen, aan de ten laste gelegde feiten de juiste kwalificatie en omschrijving te geven en het mag daartoe de vermeldingen van de telastleggingen aanpassen, verbeteren en aanvullen.

Het vonnisgerecht moet daarbij evenwel bij de gepleegde feiten blijven, zoals die bepaald of bedoeld zijn in de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt.

3. De rechter oordeelt op grond van de gegevens van de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding en van het strafdossier onaantastbaar of de feiten die hij onder de verbeterde omschrijving bewezen verklaart, werkelijk die zijn welke het voorwerp uitmaken van de vervolging of daaraan ten grondslag liggen.

Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

Het middel dat opkomt tegen die beoordeling door de rechter is in zoverre niet ontvankelijk.

4. Het arrest oordeelt dat het vaststaat dat het toebrengen van de messteek gebeurde in het kader van een vechtpartij en dat in de oorspronkelijke telastlegging van poging doodslag niet alleen het toebrengen van die messteek is begrepen, maar het geheel van handelingen van het gevecht waarbij de messteek uiteindelijk werd toegebracht. Aldus verantwoordt het arrest naar recht zijn beslissing dat de heromschreven telastlegging van het te Leuven op 4 december 2007 met voorbedachten rade toebrengen van opzettelijke slagen of verwondingen aan de verweerder met een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg, dezelfde feiten beoogt als de oorspronkelijke telastlegging van het te Leuven op 4 december 2007 pogen opzettelijk doden van de verweerder.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het heromschrijft in het motiverend gedeelte de telastlegging A maar veroordeelt in het beschikkend gedeelte de eisers voor de oorspronkelijke telastlegging A.

6. Het arrest heromschrijft de telastlegging A (p. 3), verklaart de feiten der telastlegging A, zoals heromschreven, bewezen in hoofde van de beide eisers (p. 3), stelt vast dat de bewezen verklaarde feiten in hoofde van de eiser 2 de voortgezette en opeenvolgende uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet (p. 8), omkleedt de straftoemeting voor de door elk van de eisers gepleegde feiten met redenen (p. 8-9) en vermeldt bij de toegepaste wetsbepalingen (p. 12) onder meer de artikelen 392 en 399 Strafwetboek en niet de bepalingen betreffende de poging doodslag.

Het arrest veroordeelt bijgevolg de eisers voor de heromschreven telastlegging A.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Derde middel

7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet het verweer van de eisers dat de verweerder zijn verklaringen heeft aangepast en dat deze leugenachtig zijn; het arrest beantwoordt evenmin het verweer dat het volstrekt onlogisch zou zijn dat indien de eisers op één of andere manier bij de steekpartij betrokken waren, zij naar de misdrijfplaats zouden terugkeren.

8. Op grond van het geheel van redenen die het arrest vermeldt (p. 3-8), beantwoordt het arrest het verweer van de eisers dat ze niet schuldig zijn aan het hen ten laste gelegde. De appelrechters dienden niet verder te antwoorden op de in het middel vermelde argumenten die tot staving van dit verweer zijn aangevoerd, maar die geen zelfstandig verweer uitmaken.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Vierde middel

9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest is dubbelzinnig, vaag, onduidelijk en tegenstrijdig gemotiveerd; het oordeelt dat er slechts één messsteek is toegebracht maar ook dat de verweerder melding maakte van meerdere messteken omwille van fysieke waarnemingen.

10. Het middel dat aanvoert dat het arrest om een en dezelfde reden dubbelzinnig, vaag, onduidelijk en tegenstrijdig is, is wegens onnauwkeurigheid niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Onmiddellijke aanhouding

12. Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van de cassatieberoepen tegen de beslissing op de strafvordering, gaat het arrest in kracht van gewijsde.

In zoverre de cassatieberoepen betrekking hebben op de beslissing tot onmiddellijke aanhouding van de eisers, hebben ze geen voorwerp meer.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op 88,47 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 24 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Strafvordering

  • Herkwalificatie van de feiten

  • Beoordeling of die feiten werkelijk het voorwerp uitmaken van de vervolging

  • Grenzen

  • Marginale toetsing