- Arrest van 24 mei 2011

24/05/2011 - P.11.0095.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het is niet verboden zichzelf te incrimineren; wat is verboden, is de dwang om zichzelf te incrimineren.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0095.N

D. S.,

beklaagde,

eiser,

met als raadslieden mr. Joachim Meese en mr. Christine Mussche, advocaten bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 7 december 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering en de miskenning van het recht van verdediging, van het verbod van zelfincriminatie en van het vermoeden van onschuld: de appelrechters hebben bij de beoordeling van de strafmaat rekening gehouden met het stilzwijgen van de eiser op de rechtszitting; zij hebben aldus bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de wijze waarop de beklaagde zijn onschuld staande hield en de wijze waarop hij zich in het algemeen heeft verdedigd.

2. De eiser voert miskenning aan van het verbod van zelfincriminatie. Het is niet verboden zichzelf te incrimineren; wat is verboden, is de dwang om zichzelf te incrimineren.

Het middel faalt in zoverre naar recht.

3. De appelrechters hebben in een eerste deel van het arrest (getiteld: 1. De schuld) als volgt geoordeeld over de schuld: "Op grond van de voor het hof gevoerde debatten getoetst aan een nieuw onderzoek van alle gegevens zoals vervat in het voorliggend strafdossier zijn de aan [de eiser], ten laste gelegde feiten, voorwerp van de telastleggingen A, B, C, D en E in zijnen hoofde zoals voor de eerste rechter ook voor het hof ten genoegen van recht bewezen gebleven; hetgeen overigens door [de eiser] voor het hof niet werd betwist".

De appelrechters hebben vervolgens, in een verder deel van het arrest (getiteld: 3. De strafmaat) geoordeeld zoals in het middel weergegeven. Zij hebben uitgebreid verwezen naar de adviezen van de tussengekomen psychiaters en in het bijzonder naar deze van Dr. V., behandelende geneesheer, wiens getuigschrift van 26 mei 2010 namens de eiser werd neergelegd ter rechtszitting van 12 oktober 2010. De appelrechters citeren onder meer uit dat getuigschrift: "Hij reageert dan met afwezige, starende blik, contactgestoord, niet converserende, maar solistisch in zichzelf gekeerd.". Zij voegen daaraan toe: "Naar aanleiding van de behandeling van de zaak voor het [hof van beroep] en ook op de terechtzitting van 12 oktober 2010 kon het [hof van beroep] bovendien zelf kennis nemen van het schier onmogelijk te doorgronden pantser van stilzwijgen dat [de eiser] zich inmiddels heeft eigen gemaakt."

4. Gezien de eiser, blijkens het proces-verbaal van de rechtszitting, dit aspect van zijn persoonlijkheid zelf in het debat heeft gebracht door de neerlegging van een getuigschrift van zijn behandelende geneesheer, kan het de appelrechters niet ten kwade worden geduid rekening te houden met deze elementen.

5. De eerbiediging van het recht op stilzwijgen bindt de rechter slechts in zoverre hij uitspraak doet over de gegrondheid van de beschuldiging. Nadat de appelrechters de eiser schuldig hadden verklaard en zij de aard en de maat van de straf met redenen moesten omkleden, konden zij - zonder dat dit de rechten van verdediging schendt - alle gegevens eigen aan de persoon van de beklaagde in rekening nemen, met name zijn mutisme, op voorwaarde dat zij niet de wijze bestraften waarop de beklaagde zich had verdedigd, wat de appelrechters in dit geval ook niet deden.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 85,34 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 24 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Artikel 14.3.g

  • Verbod gedwongen te worden tegen zichzelf te getuigen of bekentenissen af te leggen