- Arrest van 30 mei 2011

30/05/2011 - S.10.0058.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De appelrechters die op grond van een analyse van alle concrete gegevens van de zaak en de overgelegde stukken tot het besluit komen dat de beslissing van eiser incoherent en kennelijk onredelijk is, oefenen een marginale toetsing uit op de beslissing van de deskundigencommissie van eiser en mochten op grond hiervan die beslissing vernietigen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0058.N

VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Sterrenkundelaan 30,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

L. C.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 25 februari 2010.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel gaat er in zijn geheel van uit dat de appelrechters die de beslissing van de arbeidsrechtbank bevestigen en eraan toevoegen dat de verweerster een 24 uur op 24 permanentie nodig heeft, waardoor zij gerechtigd is op de categorie permanentie 3, een toetsing met volle rechtsmacht uitoefenen op de beslissing van de eiser die nochtans over een discretionaire bevoegdheid beschikt.

2. In tegenstelling met wat de eiser aanvoert hebben de appelrechters er zich toe beperkt een marginale toetsing uit te oefenen op de beslissing van de deskundigencommissie van de eiser. Op grond van een analyse van alle concrete gegevens van de zaak en de overgelegde stukken zijn zij tot het besluit gekomen dat de beslissing van de eiser incoherent en kennelijk onredelijk is, zodat zij op grond hiervan vermochten deze beslissing te vernietigen.

3. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters met volle rechtsmacht hebben geoordeeld in de plaats van de eiser of zijn deskundigencommissie en daardoor hun discretionaire beoordelingsbevoegdheid hebben aangetast, berust op een verkeerde lezing van het arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag.

4. Het onderdeel bekritiseert de appelrechters verder omdat zij niet alleen de beslissing van de arbeidsrechtbank bevestigen, maar bijkomend oordelen dat de verweerster bij de bepaling van haar persoonlijk-assistentiebudget gerechtigd is op de categorie permanentie 3, terwijl de deskundigencommissie van de eiser had geoordeeld dat de verweerster slechts aanspraak kon maken op een categorie van permanentie 2.

5. De appelrechters oordelen dat vermits de graad van permanentie een van de objectieve elementen is op grond waarvan het persoonlijk-assistentiebudget wordt bepaald, zulks weliswaar binnen de beschikbare budgettaire ruimte, zij marginaal kunnen toetsen of de eiser uit de concrete feitelijke gegevens van de zaak wettig heeft kunnen afleiden dat de verweerster geen 24 uur op 24 permanentie nodig heeft.

De appelrechters stellen op grond van de voorgebrachte stukken vast dat de verweerster wel degelijk een 24 uur op 24 permanentie nodig heeft en dat uit alle elementen in het dossier onbetwistbaar is gebleken dat de situatie van de verweerster sinds de vorige beslissing van de eiser is verslechterd.

Zij leiden hieruit af dat dit noodzakelijk moet leiden tot een permanentie van categorie 3 en dat er geen redelijke grond aanwezig was om de categorie van permanentie van de verweerster te verminderen.

Door hun oordeel dat de eiser bij de beoordeling van de categorie van permanentie van de verweerster rekening moet houden met de categorie 3, beperken de appelrechters niet de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de eiser, noch beslissen zij in de plaats van de eiser of zijn deskundigencommissie, maar geven zij alleen aan dat de eiser bij de uitoefening van zijn bevoegdheid dient te handelen als een redelijk oordelende overheidsinstantie, die uit de voorliggende gegevens die niet worden betwist en die zich aan eenieder opdringen, slechts redelijke conclusies kan trekken.

In zoverre het onderdeel uitgaat van het tegendeel, mist het feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

6. Dit onderdeel is enkel subsidiair aangevoerd voor zover het Hof van oordeel zou zijn dat de appelrechters met volle rechtsmacht kunnen oordelen.

Rekening gehouden met het antwoord op het eerste onderdeel, behoeft dit onderdeel geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 204,89 euro jegens de eisende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 30 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van afgevaardigd griffier Veerle Baeyens.

Vrije woorden

  • Sociale reclassering

  • Vlaamse Gemeenschap

  • Vlaams agentschap voor personen met een handicap

  • Deskundigencommissie

  • Discretionaire bevoegdheid

  • Toetsing door de feitenrechter