- Arrest van 1 juni 2011

01/06/2011 - P.11.0292.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Bij de beoordeling van het belang van de burgerlijke partij spelen niet haar subjectieve voorkeuren een rol maar wel de vraag of een beslissing nadelig is voor de rechtsvordering die zij uitoefent; uit het feit alleen dat de omschrijving die de rechter in acht genomen heeft, niet die is welke de burgerlijke partij aan het misdrijf wil geven, volgt niet dat de beslissing dienaangaande nadelig is voor de rechtsvordering van die partij (1). (1) Zie Cass. 25 juni 2008, AR P.07.1364.F, AC, 2008, nr. 395; J. de CODT, 'Les fins de non-recevoir du pourvoi en matière répressive', Liber amicorum J. du Jardin, 2001, p. 170-171, nrs. 20-22; R. DECLERCQ, Cassation en matière répressive, Bruylant, 2006, nr. 109 e.v.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0292.F

CENTEA nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M. C.,

2. J. C..

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 6 januari 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het arrest verklaart de verweerders, respectievelijk een voormalige bediende en een voormalig zaakvoerder van een bankfiliaal van de eiseres, schuldig aan valsheid en gebruik van valse stukken en oplichting, en veroordeelt hen tot een straf.

Het arrest, dat uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering die de eiseres tegen de verweerders heeft ingesteld, kent haar een vergoeding toe.

De eiseres had voor de appelrechters geconcludeerd dat de feiten geen oplichting maar misbruik van vertrouwen uitmaakten. Tot staving van de ontvankelijkheid van haar cassatieberoep voert zij aan dat de strafrechtelijke omschrijving een belang vertoont aangezien zij blootstaat aan vorderingen tot schadevergoeding vanwege andere burgerlijke partijen die het slachtoffer zijn geworden van de bedrieglijke handelwijze van de verweerders.

De burgerlijke partij kan voor het vonnisgerecht de omschrijving van het misdrijf niet bekritiseren, buiten het geval waarin die omschrijving een verdeling van de aansprakelijkheid inhoudt en het geval waarin de omschrijving gevolgen heeft voor de omvang van de schade.

Bij de beoordeling van het belang van de burgerlijke partij spelen niet haar subjectieve voorkeuren een rol maar wel de vraag of een beslissing nadelig is voor de rechtsvordering die zij uitoefent.

Uit het feit alleen dat de omschrijving die de rechter in acht heeft genomen niet die is welke de burgerlijke partij aan het misdrijf wil geven, volgt niet dat de beslissing dienaangaande nadelig is voor de rechtsvordering van die partij.

Nadat het arrest heeft vastgesteld dat de verweerders fouten hadden begaan die in oorzakelijk verband staan met de schade van de eiseres, veroordeelt het hen tot herstel van de geleden schade.

Aangezien dergelijke beslissing de eiseres geen enkel nadeel berokkent, is het cassatieberoep niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Het Hof slaat geen acht op het overige gedeelte van de memorie, dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 1 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Gemis aan belang

  • Burgerlijke partij