- Arrest van 6 juni 2011

06/06/2011 - C.10.0126.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Door het louter opslaan in de pakhuizen van de producent met het oog op de verkoop ervan, wordt een product niet in het verkeer gebracht.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0126.F

AXA BELGIUM nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

SOCIÉTÉ DE SERVICES, DE PARTICIPATIONS, DE DIRECTION ET D'ÉLABORATION nv,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 11 juni 2009.

De zaak is bij beschikking van 18 mei 2011 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 6 en 16 van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 22 maart 1991 en in werking getreden op 1 april 1991;

- de artikelen 1, 6, 7, 11, 15, 17 en 19 van de richtlijn 85/374/EEG van 25 juli 1985 van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken.

Aangevochten beslissing

Het arrest beslist dat "de eerste rechter de rechtsvordering terecht ongegrond heeft verklaard op grond van de wet van 25 februari 1991, aangezien die wet ratione temporis niet op deze zaak van toepassing is", om alle redenen die hier als volledig weergegeven worden beschouwd, en inzonderheid om de volgende redenen:

"De (eiseres) grondt haar vordering op de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken.

Die wet, die de communautaire richtlijn van 25 juli 1985 inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken omzet in Belgisch recht, bepaalt in artikel 16 dat ‘deze wet de vergoeding regelt van schade veroorzaakt door gebrekkige producten die na haar inwerkingtreding in het verkeer zijn gebracht'.

Dat begrip ‘in het verkeer brengen' vormt zodoende het criterium om de werking van de wet in de tijd te bepalen.

In tegenstelling tot de Europese richtlijn, omschrijft de Belgische wet het begrip ‘in het verkeer brengen'; volgens artikel 6 van de wet ‘wordt onder ‘in het verkeer brengen' de eerste daad verstaan waaruit de bedoeling van de producent blijkt om aan het product de bestemming te verlenen die hij aan dat product geeft door overdracht aan derden of door gebruik ten behoeve van laatstgenoemden'.

Het gaat hier slechts om een omschrijving die niet bindend is en die niet tot gevolg kan hebben dat er in een welbepaald geval voor een andere oplossing wordt gekozen dan die waartoe de toepassing van de bepalingen van de richtlijn zelf zou leiden (...).

Zoals elke wet die een communautaire akte in de nationale wetgeving omzet, moet de wet van 25 februari 1991 uitgelegd worden overeenkomstig de richtlijn van 25 juli 1985 en de daarmee beoogde doelstelling (...).

De (eiseres) die verwijst naar de wettelijke omschrijving, betoogt dat het product pas in het verkeer is gebracht wanneer het product aan een derde is overgedragen.

Een dergelijke beperkende stelling kan niet worden aangenomen.

Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 25 februari 1991 blijkt dat de omschrijving van het begrip 'in verkeer brengen' een opzettelijk, subjectief bestanddeel vereist dat als doorslaggevend wordt omschreven, te weten de concrete wil van de producent om het product in omloop te brengen (...).

L. C. die commentaar levert bij het gebruik van het begrip ‘in het verkeer brengen van een product' in de Europese richtlijn, bepleit een ruime uitlegging van dat begrip om alle moeilijkheden te voorkomen: volgens die auteur biedt noch de gewone overdracht van het product, al dan niet in het voordeel van de eindconsument, noch het verlies van de controle over de zaak, noch, ten slotte, het in de handel brengen van die zaak, een correcte omschrijving van het begrip ‘in het verkeer brengen'; om een product in het verkeer te brengen, is het voldoende dat de producent anderen daadwerkelijk de mogelijkheid bieden om met het product in contact te komen (...).

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in het arrest O' B. van 9 februari 2006 beslist dat een product moet worden geacht in het verkeer te zijn gebracht in de zin van de richtlijn wanneer het product het fabricageproces van de producent heeft doorlopen en is opgenomen in een verkoopproces in een vorm waarin het aan het publiek wordt aangeboden voor gebruik of consumptie (...).

Het in het verkeer brengen kan niet alleen betrekking hebben op de levering in de distributieketen, maar ook op een reeks handelingen die aan die levering voorafgaan (...).

Uit de voorgaande overwegingen volgt dat het product in het verkeer is gebracht zodra de producent, na afloop van het productieproces, zijn product in omloop wil brengen met het oog op de verkoop ervan, waardoor dat product met derden in contact kan komen.

De bedoeling van de (verweerster) om flessen water in het verkeer te brengen, blijkt te dezen uit het feit dat de flessen, die het productie- en controleproces doorlopen hebben, met het oog op de verkoop ervan opgeslagen worden in haar pakhuizen, van waaruit zij rechtstreeks naar de brouwer of een groothandelaar verstuurd worden.

De eerste daad waaruit de bedoeling van de (verweerster) blijkt om aan het product de bestemming te verlenen die zij aan dat product geeft, is dus de opslag van het afgewerkte product met het oog op de verkoop ervan.

De eerste rechter heeft dus terecht geoordeeld dat de producent een fles water in het verkeer brengt zodra die fles wordt opgeslagen met het oog op de verzending ervan, ook al is zij nog niet overgedragen (of verkocht) aan een derde".

Grieven

Eerste onderdeel

De wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken vormt de omzetting, in Belgisch recht, van de Europese richtlijn 85/374/EEG van 25 juli 1985 van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken. Krachtens de artikelen 6 en 16 van die wet, regelt die wet de vergoeding van schade veroorzaakt door producten met gebreken die in het verkeer zijn gebracht na de inwerkingtreding van die wet, d.w.z. na 1 april 1991. Het "in het verkeer brengen" wordt omschreven als "de eerste daad waaruit de bedoeling van de producent blijkt om aan het product de bestemming te verlenen die hij aan dat product geeft door overdracht aan derden of door gebruik ten behoeve van laatstgenoemden".

Uit die omschrijving kan worden afgeleid dat het in het verkeer brengen van een product niet alleen een subjectief bestanddeel vereist - te weten "de bedoeling van de producent om aan het product de bestemming te verlenen die hij aan dat product geeft" - maar ook een objectief bestanddeel dat die bedoeling concretiseert, te weten "de overdracht aan een derde of (het) gebruik ten behoeve van laatstgenoemde".

De overdracht van het product aan een derde of het gebruik van dat product ten behoeve van die derde betekent dat de producent het product uit handen geeft of op zijn minst dat derden met dat product in contact kunnen komen.

Wanneer een product in de pakhuizen van de producent louter wordt opgeslagen "met het oog op de verkoop ervan", is het product hierdoor bijgevolg niet "in het verkeer gebracht" in de zin van de artikelen 6 en 16 van de in het middel bedoelde wet van 25 februari 1991, aangezien dat product niet aan een derde is overgedragen, niet ten behoeve van die derde is gebruikt en evenmin met een derde in contact kan komen.

Het arrest, dat beslist dat de verweerster de litigieuze fles in het verkeer heeft gebracht "zodra die fles werd opgeslagen [in de pakhuizen, van waaruit de flessen rechtstreeks naar de brouwer of een groothandelaar verstuurd worden,] met het oog op de verzending ervan, ook al was zij nog niet overgedragen (of verkocht) aan een derde", miskent het wettelijk begrip "in het verkeer brengen" bedoeld in de artikelen 6 en 16 van de wet van 25 februari 1991 en schendt derhalve die bepalingen.

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

De door de verweerster tegen het onderdeel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het onderdeel voert aan dat het hof van beroep artikel 6 van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken geschonden heeft door die bepaling toepasselijk te verklaren, zonder vast te stellen dat alle voorwaarden voor de toepassing ervan waren vervuld:

Het onderdeel verwijt het arrest niet dat het beslist dat de in de pakhuizen van de verweerster opgeslagen flessen, in de zin van artikel 6, van bij het begin van die opslag in het verkeer zijn gebracht, zonder dat het arrest heeft vastgesteld dat die flessen met derden in contact konden komen.

Het verwijt het arrest dat het artikel 6 schendt, doordat het aanneemt dat die flessen in het verkeer zijn gebracht op een ogenblik dat geen van de voorwaarden, waaraan die bepaling het in het verkeer brengen van die producten onderwerpt, vervuld waren, daar die flessen niet aan een derde waren overgedragen en evenmin met een derde in contact konden komen.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid van het onderdeel

Krachtens artikel 16 van de Wet Productaansprakelijkheid, regelt die wet de vergoeding van schade veroorzaakt door gebrekkige producten die na haar inwerkingtreding, d.w.z. 1 april 1991, in het verkeer zijn gebracht.

Volgens artikel 6 wordt onder "in het verkeer brengen", in de zin van die wet, verstaan de eerste daad waaruit de bedoeling van de producent blijkt om aan het product de bestemming te verlenen die hij aan dat product geeft door overdracht aan derden of door gebruik ten behoeve van laatstgenoemden.

De voormelde wet is de omzetting van de richtlijn 85/374/EEG van 25 juli 1985 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken.

Bij de toepassing van het nationale recht, en met name van een speciaal ter uitvoering van een richtlijn vastgestelde regeling, moet de nationale rechter dat recht zoveel mogelijk uitleggen in het licht van de bewoordingen van de tekst en het doel van de richtlijn, teneinde het hiermee beoogde resultaat te bereiken en aldus aan artikel 288, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te voldoen (cf., met name, arrest van 15 april 2008 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, Impact, C-268/06, punten 98 tot 101).

De voormelde richtlijn geeft geen omschrijving van het begrip "in het verkeer brengen", waarnaar in verschillende van haar artikelen verwezen wordt.

In het arrest O'B. C-127/04 van 9 februari 2006 beslist het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat artikel 11, dat handelt over de verjaring van de door de richtlijn aan de gelaedeerde toegekende rechten, in tegenstelling tot artikel 7 van die richtlijn, dat betrekking heeft op de mogelijkheden van de producent om van zijn aansprakelijkheid te worden bevrijd, en dat op beperkende wijze moet worden uitgelegd teneinde de belangen van de gelaedeerden van een door een gebrekkig product veroorzaakte schade veilig te stellen, een "neutraal karakter" heeft, daar "het doel van deze bepaling is tegemoet te komen aan de eisen van de rechtszekerheid in het belang van de betrokken partijen". Het Hof van Justitie beslist vervolgens dat "een product moet worden beschouwd als in het verkeer gebracht in de zin van [de laatstgenoemde bepaling], wanneer het het productieproces van de producent heeft verlaten en is opgenomen in een verkoopproces in een vorm waarin het aan het publiek wordt aangeboden voor gebruik of consumptie" (punten 25, 26 en 27).

Aangezien artikel 16 van de wet, net als artikel 11 van de richtlijn, ertoe strekt tegemoet te komen aan de eisen van de rechtszekerheid in het belang van de betrokken partijen, moet voor de toepassing van dat artikel 16 het in artikel 6 omschreven begrip "in het verkeer brengen" worden uitgelegd in het licht van dat arrest van het Hof van Justitie.

Een product dat slechts in de pakhuizen van de producent wordt opgeslagen met het oog op de verkoop ervan, is dus niet "in het verkeer is gebracht" in de zin van de voormelde artikelen 6 en 16 van de wet.

Het arrest beslist dat de litigieuze fles in het verkeer was gebracht vóór de inwerkingtreding van de wet, zodat die wet niet van toepassing was op het geschil, op grond dat de verweerster die fles in het verkeer heeft gebracht "zodra zij opgeslagen werd [in de pakhuizen, van waaruit de flessen rechtstreeks naar een brouwer of een groothandelaar werden verstuurd] met het oog op de verzending ervan, zonder dat zij al is overgedragen (of verkocht) aan een derde".

Het arrest miskent aldus het wettelijk begrip "in het verkeer brengen" bedoeld in de artikelen 6 en 12 van de wet en schendt derhalve die bepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het uitspraak doet over het incidenteel beroep van de verweerster.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 6 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten

  • In het verkeer brengen

  • Opslag van een product