- Arrest van 7 juni 2011

07/06/2011 - P.11.0898.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De kamer van inbeschuldigingstelling stelt aan de hand van het vertrouwelijke dossier onaantastbaar en authentiek vast dat de machtiging tot observatie werd bevolen voor welomschreven periodes (1). (1) Zie: Cass. 2 maart 2010, AR P.10.0177.N, AC, 2010, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0898.N

S. C. C. V. G.,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Christian Clement, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 april 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt eisers verweer niet.

2. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing voor de onderzoeksgerechten die geen uitspraak doen over de gegrondheid van de strafvordering.

In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht.

3. Het recht op tegenspraak dat voor de onderzoeksgerechten van toepassing is houdt evenwel in dat die gerechten moeten antwoorden op een door de verdediging aangevoerde verweer.

4. Voor de kamer van inbeschuldigingstelling heeft de eiser aangevoerd dat het proces-verbaal opgesteld met toepassing van artikel 47septies, § 2, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering, de verplichte vermelding bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 5°, van hetzelfde wetboek niet bevat.

5. Het arrest oordeelt: "Het proces-verbaal van de leidende officier van gerechtelijke politie van 7 juli 2010, opgesteld overeenkomstig de artikelen 47sexies, § 3, 6° en 47septies, § 2, alinea 1, Wetboek van Strafvordering, bevat alle vereiste vermeldingen. Een overzicht werd gegeven van alle machtigingen en verlengingen alsmede van de uitgevoerde observaties." Aldus beantwoordt het arrest het bedoelde verweer.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 47sexies, § 3, 5°, Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt dat de machtigingen tot observatie in het vertrouwelijk dossier werden ondergebracht, opgesteld zijn overeenkomstig de bepalingen van de wet en werden bevolen voor welomschreven periodes en plaatsen alsmede dat de bevestigingen tot machtiging aan het dossier werden toegevoegd; de machtigingen en de bevestiging van de machtigingen tot observatie bevatten geen opgave van de periode van observatie waarvoor de machtigingen zijn toegestaan en schenden daarmee de substantiële vormvereisten van artikel 47sexies, § 3, 5°, Wetboek van Strafvordering.

7. Het arrest stelt aan de hand van het vertrouwelijke dossier onaantastbaar en authentiek vast dat de machtigingen tot observatie werden bevolen voor welomschreven periodes.

In zoverre het middel opkomt tegen die vaststelling is het niet ontvankelijk.

8. Artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering, noch enige andere wetsbepaling vereisen dat de schriftelijke bevestiging door de procureur des Konings van de machtiging tot observatie, welke bij het dossier moet worden gevoegd, de periodes tijdens dewelke de observatie kan worden uitgevoerd, vermeldt.

In zoverre faalt het middel naar recht.

Ambtshalve onderzoek

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 85,34 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 7 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode van observatie

  • Machtiging tot observatie voor een welomschreven periode

  • Vaststelling