- Arrest van 7 juni 2011

07/06/2011 - P.11.0125.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer het middel niet aan de feitenrechter is voorgelegd en de gronden die het middel ondersteunen niet van die aard zijn dat de eiser in cassatie ze slechts bij de kennisneming van het bestreden arrest kon ontdekken, is het middel nieuw en derhalve niet ontvankelijk (1). (1) Zie: Cass. 15 dec. 2010, AR P.10.0914.F, AC, 2010, nr. ….; Cass., 10 mei 2011, AR P.11.0057.N, AC, 2011, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0125.N

P. J. D. S.,

beklaagde,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. E. B.,

burgerlijke partij,

2. M. V. E.,

burgerlijke partij,

3. A. B.,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 21 december 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiser doet zonder berusting afstand van het cassatieberoep in zoverre het arrest het beroepen vonnis bevestigt waar het de eiser veroordeelt om te betalen aan de verweerster 1 een voorschot van 1.000 euro en aan de verweerders 2 en 3 de voorschotten van 500 euro en 1.000 euro, uitspraak doet over het door de eerste rechter bevolen deskundigenonderzoek en de verdere afhandeling van de zaak naar een andere rechtszitting verdaagt, alsmede in zoverre het beslist dat het deskundigenonderzoek zal worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 962 tot 991bis Gerechtelijk Wetboek, de beslissing over de rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en in hoger beroep aanhoudt en de zaak voor verdere afhandeling van de burgerlijke rechtsvorderingen naar de correctionele rechtbank verwijst.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM alsmede miskenning van het algemene rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het arrest laat eisers schuldigverklaring ten onrechte steunen op zijn verklaring afgelegd op 17 december 2007; die verklaring is afgelegd zonder bijstand van een advocaat, waardoor eisers recht van verdediging en recht op eerlijk proces werden miskend.

2. De bekritiseerde verklaring was in het debat voor het hof van beroep en het was geenszins onvoorzienbaar dat de appelrechters deze verklaring in aanmerking zouden kunnen nemen om hieruit besluiten te trekken over de persoonlijkheid en de handelswijze van de eiser. Het feit dat het beroepen vonnis de schuldigverklaring niet laat steunen op die verklaring, doet hieraan geen afbreuk. De gronden die het middel ondersteunen zijn bijgevolg niet van die aard dat de eiser ze slechts bij de kennisneming van het arrest kon ontdekken.

Het middel is nieuw, mitsdien niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

3. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand zoals hierboven bepaald.

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 85,34 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 7 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden