- Arrest van 10 juni 2011

10/06/2011 - F.10.0066.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Inzake inkomstenbelastingen moet het verzoekschrift in cassatie van de belastingplichtige niet noodzakelijk door een advocaat bij het Hof van Cassatie, maar in elk geval door een advocaat worden ondertekend en neergelegd (1). (1) Cass. 9 maart 2006, AR F.04.0052.N, AC, 2006, nr. 143 met concl. O.M.; Cass. 22 nov. 2007, AR F.06.0028.N, AC, 2007, nr. 575; Cass. 14 jan. 2010, AR F.08.0101.N-F.09.0005.N, www.cass.be.; het Hof heeft op 10 juni 2011 in de zaak F.10.0126.N een arrest uitgesproken in dezelfde zin.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0066.N

J. D.,

eiser,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, voor wie optreedt de gewestelijke directeur der directe belastingen te Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 maart 2010.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift een grieven aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Het openbaar ministerie werpt op dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is, omdat het verzoekschrift niet ondertekend werd door een advocaat, noch vooraf werd betekend aan de tegenpartij. Hiervan is aan de eiser kennis gegeven overeenkomstig artikel 1097 Gerechtelijk Wetboek.

2. Krachtens artikel 1079, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de voorziening ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen, dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie de voorziening is gericht.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerder.

4. Inzake inkomstenbelastingen moet bovendien het verzoekschrift tot cassatie, in elk geval door een advocaat worden ondertekend en neergelegd.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het verzoekschrift niet door een advocaat is ondertekend.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 10 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van hoofdgriffier Chantal Van Der Kelen.

Vrije woorden

  • Cassatieberoep vanwege de belastingplichtige

  • Ondertekening

  • Neerlegging