- Arrest van 10 juni 2011

10/06/2011 - C.10.0465.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De uitoefening van de rechtstreekse vordering van de onderaannemer tegen de bouwheer is niet aan vormvoorschriften onderworpen (1). (1) Cass. 25 maart 2005, AR C.04.0126.N, AC, 2005, nr. 192.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0465.N

RENE HUYBRECHTS bvba, met zetel te 2960 Brecht, Ringovenlaan 19,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. Ilse MERTENS, advocaat, q.q., in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van de bvba Dakwerken Lion, met kantoor te 2018 Antwerpen, Molenstraat 52-54.

2. ALGEMENE AANNEMINGEN VAN LAERE nv, met zetel te 2070 Zwijndrecht, Antwerpsesteenweg 320,

verweersters.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 25 november 2004.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 1798, eerste lid, Burgerlijk Wetboek hebben metselaars, timmerlieden, arbeiders, vaklui en onderaannemers, gebezigd bij het oprichten van een gebouw of voor andere werken die bij aanneming zijn uitgevoerd, tegen de bouwheer een rechtstreekse vordering ten belope van hetgeen deze aan de aannemer verschuldigd is op het ogenblik dat hun rechtsvordering wordt ingesteld.

2. De uitoefening van deze rechtstreekse vordering is niet aan vormvoorschriften onderworpen.

3. De appelrechter oordeelt dat de rechtstreekse vordering een dagvaarding of een in een akte van vrijwillige verschijning voor de rechter gestelde eis vergt en weigert om die reden te aanvaarden dat de rechtstreekse vordering te dezen werd ingesteld bij brief van de raadsman van de eiseres van 6 december 1996, waarbij deze laatste betaling vroeg aan de tweede verweerster.

4. Door aldus te oordelen schendt de appelrechter artikel 1798, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 10 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier- hoofd van dienst Karin Merckx.

Vrije woorden

  • Aannemingsovereenkomst

  • Onderaanneming

  • Rechtstreekse vordering tegen de bouwheer

  • Vorm