- Arrest van 15 juni 2011

15/06/2011 - P.11.0964.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Artikel 6.1 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden is alleen van toepassing op het onderzoek van ofwel burgerlijke rechten en verplichtingen, ofwel de gegrondheid van een beschuldiging in strafzaken ; die bepaling is dus niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechtbank die kennis neemt van een verzoek tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit (1). (1) Cass. 28 dec. 2010, AR P.10.1893.F, AC, 2010, nr. …; zie ook M. De Swaef en M. Traest, “Overzicht van cassatierechtspraak in strafuitvoeringszaken, 1 maart 2009-31 december 2010”, R.W., 2010-2011, p. 1643, nr. 53.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0964.F

N. A.,

Mrs. Sandra Berbuto en Estelle Berthe, advocaten bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Luik van 9 mei 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het vonnis weigert de eiser een voorlopige invrijheidstelling toe te kennen met het oog op verwijdering van het grondgebied en baseert zich daarvoor met name op de tegenaanwijzing betreffende de mogelijkheden om een onderdak te hebben, die bij artikel 47, § 2, 1°, Wet Strafuitvoering is bepaald.

De eiser voert aan dat het vonnis het recht van verdediging en het recht op een eerlijke behandeling van de zaak miskent omdat de rechtbank het debat niet heeft heropend om hem de gelegenheid te bieden uitleg te verschaffen over de waarheidsgetrouwheid van een door hem neergelegd stuk die door de beslissing in twijfel wordt getrokken.

Artikel 6.1 EVRM is alleen van toepassing op het onderzoek van ofwel burgerlijke rechten en verplichtingen, ofwel de gegrondheid van een beschuldiging in strafzaken. Die bepaling is dus niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechtbank die kennis neemt van een verzoek strekkende tot de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

Het overtuigingswaarde van een stuk ligt voor het overige besloten in de aanspraken van de partij die het stuk overlegt en die zich erop beroept tot staving van haar beweringen. Daaruit volgt dat de rechter die weigert aan het voormelde stuk de aangevoerde geloofwaardigheid toe te kennen, de heropening van het debat niet moet bevelen vooraleer hij de voormelde beoordeling formuleert.

Het middel faalt naar recht.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 15 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van afgevaardigd griffier Aurore Decottignies.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verdrag Rechten van de Mens

  • Artikel 6

  • Artikel 6.1

  • Toepassingsgebied

  • Draagwijdte

  • Strafuitvoeringsrechtbank