- Arrest van 17 juni 2011

17/06/2011 - C.10.0241.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 5, vijfde en zesde lid, van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten preciseert niet of het cassatieberoep tegen een beslissing van de federale raad van beroep van landmeters-experten een tegenpartij veronderstelt, noch desgevallend aan wie het cassatieberoep moet worden betekend; ze vereist derhalve niet dat het cassatieberoep aan een welbepaalde partij moet worden betekend, maar belet evenmin dat het cassatieberoep, in analogie met de cassatieprocedure bij andere beroepen, aan een orde of instituut of aan de instanties die een aantal bevoegdheden van dergelijke orde of instituut uitoefenen, wordt betekend; het aan die raden betekend cassatieberoep is ontvankelijk (1). (1) Zie de (strijdige) concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0241.N

R. C.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. FEDERALE RAAD VAN LANDMETERS-EXPERTEN, met zetel te 1000 Brussel, Simon Bolivarlaan 30,

2. FEDERALE RAAD VAN BEROEP VAN LANDMETERS-EXPERTEN, met zetel te 1000 Brussel, Simon Bolivarlaan 30,

3. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Middenstand, met kantoor te 1060 Sint-Gillis, Guldenvlieslaan 87,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing van de Nederlandstalige kamer van de federale raad van beroep van landmeters-experten van 22 maart 2010.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 26 juni 2011 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De eerste en de tweede verweerders werpen een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op: zij hebben beiden geen rechtspersoonlijkheid of waren geen partij bij de aangevochten beslissing.

2. Krachtens artikel 5, vijfde en zesde lid, van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, kunnen de beslissingen van de federale raad van beroep van landmeters-experten voor het Hof van Cassatie worden gebracht en wordt de rechtspleging van het cassatieberoep geregeld zoals in burgerlijke zaken.

Die wetsbepaling preciseert niet of het cassatieberoep een tegenpartij veronderstelt, noch desgevallend aan wie het cassatieberoep moet worden betekend. Ze vereist derhalve niet dat het cassatieberoep aan een welbepaalde partij moet worden betekend, maar belet evenmin dat het cassatieberoep, in analogie met de cassatieprocedure bij andere beroepen, aan een orde of instituut of aan de instanties die een aantal bevoegdheden van dergelijke orde of instituut uitoefenen, wordt betekend.

Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Eerste middel

3. De federale raad van beroep van landmeters-experten, ingesteld bij artikel 5 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten is ingevolge artikel 2 van voormelde wet de appelinstantie van de federale raad van landmeters-experten, die ingevolge artikel 4, § 1, van voormelde wet onder meer tot taak heeft te waken over de toepassing van de voorschriften van de plichtenleer en uitspraak in tuchtzaken te doen.

De wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert bepaalt in artikel 8, § 2, de tuchtstraffen, namelijk: de waarschuwing, de berisping, de schorsing voor een maximumtermijn van twee jaar en de schrapping. De federale raad van beroep van landmeters-experten doet in dergelijk geval uitspraak over de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen in de zin van het voormelde artikel 6.1, EVRM.

4. Krachtens artikel 6.1, EVRM heeft eenieder bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen recht op de verschillende, in dat artikel vastgestelde waarborgen en onder meer op een openbare behandeling van zijn zaak. Van deze regel van openbaarheid van de behandeling en van de uitspraak kan slechts worden afgeweken indien de betrokken daarvan vrijwillig en op ondubbelzinnige en met het nationale recht verenigbare wijze afstand doet.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de bestreden beslissing in openbare rechtszitting is uitgesproken.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

6. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing, behoudens in zoverre deze het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing.

Veroordeelt de verweerders in de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de anders samengestelde Nederlandstalige kamer van de federale raad van beroep van landmeters-experten.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 17 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Verweerders

  • Federale Raden van landmeters-experten

  • Beslissing

  • Betekening

  • Vereiste