- Arrest van 22 juni 2011

22/06/2011 - P.10.1289.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk wordt gesteld uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon, kan enkel degene die de zwaarste fout heeft begaan worden veroordeeld; indien de geïdentificeerde natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd, kan hij samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld; voor de toepassing van de strafuitsluitingsgrond is niet vereist dat de geïdentificeerde natuurlijke persoon en de rechtspersoon tezelfdertijd worden vervolgd (1). (1) Zie Cass. 9 nov. 2004, AR P.04.0849.N, A.C., 2004, nr. 539; F. ROGGEN, 'La responsabilité pénale des personnes morales (II)', in DPPP, 15 feb. 2008, p. 20 ; F. LUGENZ en O. KLEES, 'Le point sur la responsabilité pénale des personnes morales', R.D.P.C., 2008, p. 200 en 201; J. OVERATH, M. GERON en T. MATRAY, 'Projet de réforme de la responsabilité pénale des personnes morales (le projet de loi modifiant la loi du 4 mai 1999)', J.L.M.B., Opus 5, 2007, p. 49 en 50; A. MASSET, La responsabilité pénale des personnes morales, Revue Droit pénal de l'entreprise, 2011, p. 13 ; F. TULKENS, M. van de KERCHOVE, Y. CARTUYVELS en C. GUILLAIN, Introduction au droit pénal, Aspects juridiques et criminologiques, 9de uitg., Kluwer, 2010, p. 461 en 462.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1289.F

I. H. L.,

Mr. Michel Fadeur, advocaat bij de balie te Charleroi,

II. L. C.,

tegen

1. GEMEENTE MONTIGNY-LE-TILLEUL, vertegenwoordigd door het gemeentecollege,

2. STAD CHARLEROI, vertegenwoordigd door het gemeentecollege,

3. INTERCOMMUNALE POUR LA COLLECTE ET LA DESTRUCTION DES IMMONDICES DE LA REGION DE CHARLEROI, cvba.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 juni 2010.

De eiser H. L. voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van H. L.

Middel

De eiser voert aan dat bij ontstentenis van vervolging die tegelijkertijd is ingesteld tegen de rechtspersoon waarvan hij de bestuurder was, hij niet de mogelijkheid heeft gekregen om de in artikel 5, tweede lid, Strafwetboek bepaalde strafuitsluitingsgrond in te roepen en aldus het recht van verdediging en het recht op een eerlijke behandeling van de zaak zijn miskend.

Artikel 5, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon, enkel degene die de zwaarste fout heeft begaan kan worden veroordeeld. Indien de geïdentificeerde natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd, kan hij samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld.

Voor de toepassing van de strafuitsluitingsgrond vereist die bepaling niet dat de geïdentificeerde natuurlijke persoon en de rechtspersoon tezelfdertijd worden vervolgd.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissng op de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep van L. C.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 22 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Natuurlijke persoon

  • Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon

  • Willens en wetens begane fout

  • Strafuitsluitingsgrond

  • Voorwaarde

  • Tegelijkertijd ingestelde vervolgingen