- Arrest van 22 juni 2011

22/06/2011 - P.11.0770.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De nietigheid die voortvloeit uit een schending van het artikel 31 Taalwet Gerechtszaken, beperkt zich tot de op onregelmatige wijze vertaalde verklaring en tast de overige stukken van de rechtspleging niet aan ; daaruit volgt dat die sanctie niet toepasselijk is op de geschriften die de verhoorde partij heeft neergelegd en die bij het proces-verbaal werden gevoegd (1). (1) Zie Cass. 9 nov. 2005, AR P.05.1176.F, AC, 2005, nr. 582.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0770.F

I. R. R.,

II. A. S.,

Mr. Adrien Masset, advocaat bij de balie te Verviers.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 april 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van de eiser

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep van de eiseres

Middel

Eerste onderdeel

Het middel voert schending aan van de artikelen 31, tweede lid, en 40 Taalwet Gerechtszaken, en verwijt de appelrechters dat zij de nietigheid van de door de burgerlijke partij aan de politie afgelegde verklaring, die als bijlage gevoegd is bij het proces-verbaal van 27 april 2008, niet hebben uitgebreid tot de bij die gelegenheid overhandigde stukken.

De nietigheid die voortvloeit uit een schending van het voormelde artikel 31, beperkt zich tot de verklaring, waarvan de vertaling op onregelmatige wijze is gebeurd, en tast de overige stukken van de rechtspleging niet aan. Daaruit volgt dat die sanctie niet toepasselijk is op de geschriften die de verhoorde partij heeft neergelegd en die bij het proces-verbaal werden gevoegd.

Het onderdeel faalt naar recht.

Tweede onderdeel

De eiseres voert aan dat het arrest, door zijn beslissing om de verklaring die het nietig verklaart niet uit het dossier te verwijderen, artikel 235bis, § 6, Wetboek van Strafvordering schendt.

Met toepassing van de voormelde wetsbepaling staat het aan de kamer van inbeschuldigingstelling om, wanneer zij een stuk nietig verklaart, te bevelen dat het uit het dossier zou worden verwijderd en op de griffie zou worden neergelegd.

Aangezien de voormelde verklaring geen uitwerking meer heeft, vermag de bodemrechter daarop geen acht te slaan.

Aangezien de aanwezigheid ervan in het dossier de eiseres geen nadeel berokkent, is het onderdeel niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 22 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorbereidend onderzoek

  • Op onregelmatige wijze vertaalde verklaring

  • Nietigheid