- Arrest van 27 juni 2011

27/06/2011 - C.10.0012.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de vordering van de eiseres in cassatie die de dochter beweert te zijn van de vooroverleden oom van de verweersters in cassatie, ertoe strekt om haar rechten van erfgename met voorbehouden erfdeel te doen gelden op de nalatenschap van de grootouders aan vaderszijde van die laatsten, dan is dat geschil, dat onderstelt dat de kwestie van de afstamming van de eiseres is beslecht in haar relatie tot alle erfgenamen die op de voornoemde nalatenschap aanspraak kunnen maken, onsplitsbaar in de zin van de artikelen 31 en 1084 van het Gerechtelijk Wetboek (1). (1) Zie de conclusie van het openbaar ministerie in Pas., nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0012.F

A. G.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. A. F.,

2. P. D., advocaat, gedagvaard als voorlopig bewindvoerder van I. F.,

3. C.V.M., advocaat, optredend als voorlopig bewindvoerder van voornoemde

I. F.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

in aanwezigheid van

P. E., notaris,

tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest op 16 september 2009 gewezen door het hof van beroep te Luik.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Over de grond van niet-ontvankelijkheid die door de verweerders is opgeworpen en die hieruit voortvloeit dat, hoewel het geschil onsplitsbaar is, de eiseres het cassatieberoep niet heeft gericht tegen alle bij de bestreden beslissing betrokken partijen wier belang strijdig is met het hare:

Luidens artikel 488bis, K, van het Burgerlijk Wetboek, worden betekeningen en kennisgevingen aan personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd gedaan aan diens woonplaats of verblijfplaats.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de vrederechter van het kanton Sint-Gillis, bij beschikking van 8 december 2009 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 18 december 2009, de opdracht van voorlopig bewindvoerder van de goederen van mevrouw F. I. die aan de tweede verweerder was toevertrouwd heeft beëindigd met ingang van 1 januari 2010.

De betekening van het verzoekschrift die op 5 januari 2010 aan de verweerder werd gedaan, hoewel die niet meer de hoedanigheid had om te worden gedagvaard heeft bijgevolg geen uitwerking.

Krachtens artikel 1084, eerste en derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, moet de voorziening, wanneer het geschil onsplitsbaar is, gericht worden tegen alle bij de bestreden beslissing betrokken partijen wier belang strijdig is met dat van de eiser en wordt de voorziening niet toegelaten bij niet-inachtneming van die regel.

Volgens artikel 31 van datzelfde wetboek is het geschil enkel onsplitsbaar, in de zin van artikel 1084, wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn.

Het arrest stelt vast dat de vordering van de eiseres die de dochter beweert te zijn van de vooroverleden oom van de verweerster en van mevrouw F. I. ertoe strekt om haar rechten van erfgename met wettelijk erfdeel te doen gelden op de nalatenschap van de grootouders aan vaderszijde van F.I..

Het geschil dat vereist dat uitspraak moet worden gedaan over de kwestie van de afstamming van de eiseres in haar relatie tot alle erfgenamen die op de voornoemde nalatenschap aanspraak kunnen maken, is onsplitsbaar in de zin van de voornoemde artikelen 31 en 1084.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

Bijgevolg moet geen acht worden geslagen op de tussenkomst van de derde verweerder.

Doordat het cassatieberoep verworpen is, heeft de vordering tot de bindend verklaring van het arrest ten aanzien van de notaris E. geen belang meer.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de voorziening en de vordering tot de bindend verklaring van het arrest;

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Christine Matray, Sylviane Velu, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Robert Boes en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Nalatenschap

  • Afstamming