- Arrest van 28 juni 2011

28/06/2011 - P.10.1570.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De artikelen 145, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en 488bis ,k, Burgerlijk Wetboek en het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf staan er niet aan in de weg dat, in strafzaken, de betekening van een dagvaarding van een persoon aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd, rechtsgeldig wordt gedaan aan de woonplaats of verblijfplaats van de voorlopige bewindvoerder (1). (1) zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1570.N

1. I. O. M. D.,

beklaagde,

met als raadsman mr. Philippe Casier, advocaat bij de balie te Kortrijk,

2. Philippe CASIER, advocaat te 8500 Kortrijk, Louis Verweestraat 2, in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder over de persoon en de goederen van eiseres sub 1, daartoe aangesteld bij vonnis van de vrederechter van het kanton Ieper II-Poperinge, zetel Ieper, van 5 juni 2009,

eisers.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Gent van 28 juli 2010.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal met opdracht Paul Kenis heeft op 8 juni 2011 een conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Paul Kenis heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser 2

1. De eiser 2 wordt niet veroordeeld. Zijn cassatieberoep is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van de artikelen 145 en 147 Wetboek van Strafvordering en van het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de dagvaarding geenszins nietig is aangezien de eerste eiseres haar rechten van verdediging heeft kunnen uitoefenen door verzet aan te tekenen tegen het verstekvonnis en om die reden de strafvordering ontvankelijk is; artikel 145, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de dagvaarding wegens overtreding of wegens wanbedrijf dat tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoort, dient te worden betekend aan de beklaagde; de strafrechtelijke aansprakelijkheid raakt uitsluitend de persoon van de onder voorlopig bewind gestelde en daaromtrent heeft de voorlopig bewindvoerder geen zeggenschap; daar er geen vrijwillige verschijning is geweest en de dagvaarding op 28 november 2009 betekend werd aan de tweede eiser in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder van de eerste eiseres, was er nimmer een geldige aanhangigmaking en wordt het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf miskend; de appelrechters spreken immers een straf uit lastens een persoon die niet werd gedagvaard; dergelijke niet regelmatig betekende dagvaarding kan aldus niet op ontvankelijke wijze de strafvordering aanhangig maken.

3. Ingevolge artikel 145, tweede lid, Wetboek van Strafvordering worden dagvaardingen wegens overtreding of wanbedrijf dat tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoort, door een gerechtsdeurwaarder betekend aan de beklaagde en wordt, in voorkomend geval, aan de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon, afschrift gelaten.

Artikel 488bis, k, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat betekeningen en kennisgevingen aan personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd, gedaan worden aan diens woonplaats of verblijfplaats.

Deze bepalingen staan er niet aan in de weg dat, in strafzaken, de betekening van een dagvaarding van een persoon aan wie een voorlopig bewindvoerder is toegevoegd, rechtsgeldig wordt gedaan aan de woonplaats of verblijfplaats van de voorlopige bewindvoerder.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat in strafzaken een persoon aan wie een voorlopig bewindvoerder is toegevoegd, enkel rechtsgeldig kan worden gedagvaard door betekening van de dagvaarding aan die persoon zelf, faalt het naar recht.

4. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 147 Wetboek van Strafvordering waarop het bestreden vonnis niet is gegrond, kan het niet tot cassatie van de bestreden beslissing leiden en is het niet ontvankelijk.

5. Voor het overige staat het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf er niet aan in de weg dat in strafzaken, de dagvaarding van een persoon aan wie een voorlopig bewindvoerder is toegevoegd, rechtsgeldig plaatsvindt door betekening ervan aan de woon- of verblijfplaats van de voorlopig bewindvoerder.

Het middel dat van de tegenovergestelde opvatting uitgaat, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op 63,39 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 28 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Paul Kenis, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Dagvaarding

  • Voorlopige bewindvoerder

  • Betekening