- Arrest van 28 juni 2011

28/06/2011 - P.11.1120.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Noch artikel 5.1.c E.V.R.M, dat bepaalt dat de arrestatie of gevangenhouding 'langs de wettelijke weg' en 'op rechtmatige wijze' moet geschieden, noch enige norm van het interne recht bepaalt dat de verdachte moet worden vrijgelaten in geval van een onregelmatigheid bij het lokaliseren van de verdachte voorafgaandelijk aan zijn vrijheidsbeneming; niets belet het onderzoeksgerecht prima facie te onderzoeken of de vastgestelde onregelmatigheid van een onderzoekshandeling tot bewijsuitsluiting en onvoldoende ernstige aanwijzingen van schuld moet leiden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1120.N

E. I.,

inverdenkinggestelde, gedetineerd,

eiseres,

met als raadsman mr. Marijn Van Nooten, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 juni 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Paul Kenis heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5 EVRM: de eiseres vroeg niet om haar vrijlating omwille van een gebrek aan ernstige aanwijzingen van schuld ingevolge de uitsluiting van onregelmatig verkregen bewijs, maar wel omdat haar arrestatie rechtstreeks gesteund is op een onwettige onderzoekshandeling, namelijk de lokalisatie van haar GSM; elke onregelmatigheid die leidt tot een arrestatie en aanhouding dient de vrijlating van de aangehoudene tot gevolg te hebben; ten onrechte hebben de appelrechters dan ook onderzocht of er tot bewijsuitsluiting moest worden overgegaan.

2. Artikel 5.1.c EVRM dat bepaalt dat de arrestatie of gevangenhouding "langs de wettelijke weg" en "op rechtmatige wijze" moet geschieden, houdt in dat de vrijheidsbeneming niet willekeurig mag zijn maar de nationale normen zowel naar vorm als naar inhoud moeten worden nageleefd.

Noch artikel 5.1.c EVRM noch enige norm van het interne recht bepaalt dat in geval van een onregelmatigheid bij het lokaliseren van de verdachte voorafgaandelijk aan zijn vrijheidsbeneming, hij moet worden vrijgelaten.

In zoverre faalt het onderdeel naar recht.

3. Niet de onderzoekshandeling zelf, wel het daardoor verkregen bewijs is bepalend voor de ernstige schuldaanwijzingen ter rechtvaardiging van de voorlopige hechtenis.

4. Niets belet het onderzoeksgerecht prima facie te onderzoeken of de vastgestelde onregelmatigheid van de onderzoekshandeling tot bewijsuitsluiting en onvoldoende ernstige aanwijzingen van schuld moet leiden.

In zoverre het onderdeel aanvoert dat voor de verplichte opheffing van de voorlopige hechtenis de enkele vaststelling van de onregelmatigheid volstaat en ieder verder onderzoek naar de bewijsuitsluiting of naar de ernstige aanwijzingen van schuld niet aan de orde is, faalt het eveneens naar recht.

Tweede onderdeel

5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering: de appelrechters oordelen ten onrechte dat een mogelijke onregelmatigheid geen bewijsuitsluiting en onregelmatigheid van het bevel tot aanhouding tot gevolg heeft, hoewel zij buiten de procedure van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering niet kunnen oordelen over de bewijsuitsluiting.

6. De kamer van inbeschuldigingstelling die gevat is door een hoger beroep tegen een beschikking van de raadkamer die de aanhouding handhaaft dient zich ook uit te spreken over het bestaan van aanwijzingen van schuld.

De appelrechters konden in dat verband onderzoeken of de aangevoerde onregelmatigheid leidde tot bewijsuitsluiting, alvorens te oordelen "er blijven ernstige aanwijzingen van schuld".

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

7. Het onderdeel voert miskenning aan van de motiveringsplicht: de appelrechters antwoorden niet op de schriftelijke conclusie van de eiseres waarbij zij werden verzocht "prima facie vast te stellen dat voormelde onderzoekshandeling, het weze de precieze lokalisatie van (het GSM-nummer van) eiseres in cassatie onregelmatig is, basis voor de arrestatie van eiseres in cassatie."

8. Met overname van de redenen van de aanvullende vordering van de procureur-generaal van 31 mei 2011 oordelen de appelrechters dat voor zover het bevel tot aanhouding het rechtstreeks gevolg van de uitgevoerde lokalisatie zou zijn, de onregelmatigheid niet kan leiden tot de onrechtmatigheid van het bevel tot aanhouding.

Zodoende beantwoorden zij de conclusie van de eiseres.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Vierde onderdeel

9. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5 EVRM en artikel 235bis Wetboek van Strafvordering en miskenning van de motiveringsplicht: vooraleer over te gaan tot toepassing van de bewijsuitsluitingsregels, diende het arrest de regelmatigheid van de onderzoekshandeling na te gaan.

10. Het onderdeel preciseert niet hoe artikel 235bis Wetboek van Strafvordering wordt geschonden en de motiveringsplicht wordt miskend.

In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.

11. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit de in het eerste onderdeel tevergeefs aangevoerde schending van artikel 5.1.c EVRM en is het dus niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek

12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op 57,12 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 28 juni 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Paul Kenis, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Onregelmatige lokalisatie van de gearresteerde

  • Aanwijzingen van schuld