- Arrest van 19 juli 2011

19/07/2011 - P.11.1154.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

In strafzaken leggen de partijen hun conclusie neer ter rechtszitting: geen enkele wettelijke bepaling verplicht de inverdenkinggestelde zijn conclusie vooraf aan het openbaar ministerie mede te delen; het arrest dat eisers conclusie weert op grond dat ze laattijdig is en niet vooraf aan het openbaar ministerie was medegedeeld, miskent het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces (1). (1) Cass. 3 feb. 2009, AR P.08.1742.N, AC, 2009, nr. 90.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1154.N

J V A,

verzoeker tot het stellen van onderzoekshandelingen,

eiser,

met als raadslieden mr. Hans Rieder en mr Joris Van Cauter, advocaten bij de belie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Recolettenlei 39-40, waar de eiser woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 24 mei 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Hij doet afstand van zijn cassatieberoep in de mate de bestreden beslissingen geen eindbeslissingen zijn.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Afstand

1. Het arrest doet onder meer uitspraak met toepassing van artikel 61quater, § 5, en 61quinquies Wetboek van Strafvordering. Dit is geen eindbeslissing noch een beslissing gewezen in een der gevallen bepaald in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

In zoverre het cassatieberoep tegen die beslissing is gericht, kan de afstand worden verleend.

2. Tegen de overige beslissingen staat onmiddellijk cassatieberoep open.

In zoverre het cassatieberoep tegen die beslissingen is gericht, kan de afstand niet worden verleend.

Tweede middel

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van het algemene rechtsbeginsel houdende het recht van verdediging: het arrest weert ten onrechte eisers conclusie daar ze dilatoir is; de eiser heeft slechts beschikt over acht dagen om een conclusie op te stellen zodat de neerlegging van die conclusie drie uur voorafgaand aan de rechtszitting of op de rechtszitting deel uitmaakt van de uitoefening van zijn recht van verdediging.

4. Ter rechtszitting van 24 mei 2011 heeft de eiser een conclusie neergelegd waarbij hij onder meer de kamer van inbeschuldigingstelling vroeg met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode informantenwerking te onderzoeken.

5. In strafzaken leggen de partijen hun conclusie neer ter rechtszitting. Geen enkele wettelijke bepaling verplicht de inverdenkinggestelde zijn conclusie vooraf aan het openbaar ministerie mede te delen.

6. Het arrest weert eisers conclusie op grond dat ze laattijdig is en niet vooraf aan het openbaar ministerie was medegedeeld. Aldus miskent het arrest het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

7. De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het geen uitspraak doet over eisers verzoek toepassing te maken van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Verleent akte van de afstand voor het overige

Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 135,60 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, en de raadsheren Paul Maffei, Beatrijs Deconinck en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 19 juli 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Conclusie van de inverdenkinggestelde

  • Neerlegging van conclusie

  • Mededeling aan het openbaar ministerie vóór de neerlegging

  • Verzuim

  • Weren

  • Wettigheid