- Arrest van 9 augustus 2011

09/08/2011 - P.11.1440.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Om te oordelen of de duur van de hechtenis al dan niet de redelijke termijn overschrijdt, gaat de rechter, aan de hand van de concrete gegevens van de zaak, zowel de effectieve als de relatieve duur van de hechtenis na, de moeilijkheidsgraad van het gerechtelijk onderzoek, de wijze waarop het werd gevoerd, het gedrag van de inverdenkinggestelde en van de bevoegde overheid (1). (1) Cass. 16 maart 2011, AR P.11.0451.F, AC, 2011, nr. 205.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1440.F

Z. B.,

Mrs. Ricardo Bruno en Marjorie Lefebvre, advocaten bij de balie te Charleroi.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 juli 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

Om te oordelen of de duur van de hechtenis de redelijke termijn al dan niet overschrijdt, gaat de rechter, aan de hand van de concrete gegevens van de zaak, zowel de effectieve als de relatieve duur van de hechtenis na, de moeilijkheidsgraad van het gerechtelijk onderzoek, de wijze waarop het werd gevoerd, het gedrag van de inverdenkinggestelde en van de bevoegde overheid.

Met eigen redenen en met verwijzing naar de vordering van de procureur-generaal stelt het arrest vast dat het gerechtelijk onderzoek geen onverantwoorde vertraging heeft opgelopen.

Het feit dat zich, zoals te dezen, tijdens de rechtspleging de noodzaak voordoet om de omstandigheden na te gaan die bepalend kunnen zijn voor de omschrijving van het vervolgde misdrijf, zonder dat de daaruit voortvloeiende vertraging valt toe te schrijven aan de instanties die met de vervolging zijn belast, kan op zich de verlenging van de hechtenis verantwoorden die tijdens het voorbereidend onderzoek is ondergaan.

De kamer van inbeschuldigingstelling omkleedt aldus haar beslissing dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 5.3 EVRM niet is overschreden, regelmatig met redenen en verantwoordt haar naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, de raadsheren Eric Stassijns, Luc Van hoogenbemt, Alain Simon en Alain Bloch, en in openbare terechtzitting van 9 augustus 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorwaarden

  • Redelijke termijn

  • Overschrijding

  • Beoordelingscriteria