- Arrest van 9 augustus 2011

09/08/2011 - P.11.1401.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het dossier dat ter beschikking wordt gesteld van de verdachte en zijn raadsman, voor de rechtszitting van het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de handhaving van het bevel tot aanhouding, moet alleen de stukken bevatten in verband met die handhaving, waarover de onderzoeksrechter beschikt; het moet niet noodzakelijk alle gegevens bevatten van het onderzoek dat aanleiding heeft gegeven tot nieuwe inverdenkingstellingen wegens nieuwe feiten die geen verband houden met de feiten waarvoor het bevel tot aanhouding was verleend (1). (1) Zie Cass. 14 juli 2009, AR P.09.1076.N, AC, 2009, nr. 457.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1401.F

I. R. A.,

II. R. A.,

Mr. Luc Balaes, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van 28 juli van de vakantiekamer van het hof van beroep te Luik, dienstdoende als kamer van inbeschuldigingstelling.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van 28 juli 2011, ingesteld op de griffie van het hof van beroep te Luik

Middel

1. Het middel voert miskenning aan van het algemeen beginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging: in het strafdossier dat de eiser en diens raadsman de dag voor de rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling ter beschikking is gesteld, ontbreken de stukken van een in Marokko uitgevoerde ambtelijke opdracht, die aanleiding heeft gegeven tot een nieuwe inverdenkingstelling van de eiser bij een op 15 juli 2011 ter kennis gebrachte beschikking ; de inverdenkingstelling heeft hetzelfde notitienummer van het parket en hetzelfde nummer van het onderzoeksdossier als de nummers met betrekking tot de feiten waarvoor de eiser in cassatie onder aanhoudingsbevel werd geplaatst, vermits, zoals uit de verschillende processen-verbaal blijkt, beide delen van het dossier onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; door de beroepen beschikking die de voorlopige hechtenis handhaaft te bevestigen, niettegenstaande het feit dat het dossier onvolledig is, miskent het arrest bijgevolg het recht van verdediging.

2. De bewering dat de feiten die aan de nieuwe inverdenkingstelling ten grondslag liggen, onlosmakelijk verbonden zijn met de feiten waarvoor de eiser onder aanhoudingsbevel was geplaatst, noodzaakt een beoordeling van de feiten, wat niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

3. Het dossier dat ter beschikking wordt gehouden van de inverdenkinggestelde en diens raadsman, voor de rechtszitting van het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de handhaving van het bevel tot aanhouding, moet alleen de stukken betreffende die handhaving bevatten waarover de onderzoeksrechter beschikt.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat het dossier dat ter beschikking van de inverdenkinggestelde en diens raadsman wordt gehouden, noodzakelijkerwijs alle gegevens moet bevatten die voortvloeien uit het onderzoek dat aanleiding heeft gegeven tot nieuwe inverdenkingstellingen wegens nieuwe feiten, ook als die geen verband houden met de feiten waarvoor het bevel tot aanhouding was verleend, faalt het naar recht.

4. Met verwijzing naar de feiten van het op 7 maart 2011 tegen de eiser verleende bevel tot aanhouding, zoals zij in de vordering van het openbaar ministerie zijn beschreven, oordeelt het bestreden arrest als volgt : "De nieuwe inverdenkingstelling en inzonderheid het ontbreken in het dossier van de in Marokko uitgevoerde internationale ambtelijke opdracht, heeft in deze fase van de rechtspleging geen weerslag op de uitoefening van het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde in het kader van het onderzoek van diens voorlopige hechtenis; ter handhaving van de hechtenis en inzonderheid om de volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid en het risico op herhaling te beoordelen, neemt het hof immers de relevante redenen van de voorafgaande vordering over, in zoverre zij betrekking hebben, enerzijds, op de door de speurders bij de huiszoekingen ontdekte cannabisteelt en, anderzijds, op de concrete gegevens die, in het geval van vrijlating, het gevaar inhouden dat de betrokkene nieuwe misdaden of wanbedrijven zou plegen."

Met die redenen en op grond van door hen met verwijzing naar de vordering van het parket aangevoerde overwegingen, verantwoorden de rechters hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep van 29 juli 2011, ingesteld bij de gemachtigde van de directeur van de gevangenis te Lantin

Een partij kan in de regel geen tweede maal cassatieberoep instellen tegen één en dezelfde beslissing, ook niet als dat cassatieberoep werd ingesteld vooraleer over het eerste uitspraak werd gedaan.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, de raadsheren Eric Stassijns, Luc Van hoogenbemt, Alain Simon en Alain Bloch, en in openbare terechtzitting van 9 augustus 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Onderzoeksgerecht

  • Terbeschikkingstelling van het dossier aan de verdachte en zijn raadsman

  • Stukken die het dossier moet bevatten

  • Stukken betreffende andere feiten dan die waarop de voorlopige hechtenis steunt