- Arrest van 16 augustus 2011

16/08/2011 - C.11.0485.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Krachtens artikel 837, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, worden, te rekenen van de dag van de mededeling van de akte van wraking aan de rechter, alle vonnissen en verrichtingen geschorst, behalve wanneer de vordering niet uitgaat van een partij of van het openbaar ministerie; de in dat artikel bepaalde schorsende werking belet de tenuitvoerlegging niet van een onderzoekshandeling die door de onderzoeksrechter op regelmatige wijze is bevolen voordat tegen hem een vordering tot wraking wordt ingesteld (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0485.F

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

tegen

P. A.,

Mr. Adrien Masset, advocaat bij de balie te Verviers.

in aanwezigheid van

1. Benoît DELCOURT, advocaat bij de balie te Nijvel, in de hoedanigheid van curator van de failliete nv CIAO,

2. Christine JEEGERS, advocaat bij de balie te Nijvel, in de hoedanigheid van curator van de failliete nv Immoworld,

3. Jean-Philippe DE MIDDELEER, advocaat bij de balie te Nijvel, in de hoedanigheid van curator van de failliete nv Bentophe,

4. F. D., momenteel zonder gekende woon- of verblijfplaats in België,

5. H. P., momenteel zonder gekende woon- of verblijfplaats in België,

6. G. V.,

7. M. W.,

8. RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 23 mei 2011.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in een verzoekschrift die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Krachtens artikel 837, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, worden, te rekenen van de dag van de mededeling van de akte van wraking aan de rechter, alle vonnissen en verrichtingen geschorst, behalve wanneer de vordering niet uitgaat van een partij of van het openbaar ministerie.

Enerzijds belet de in dat artikel bepaalde schorsende werking de tenuitvoerlegging niet van een onderzoekshandeling die door de onderzoeksrechter op regelmatige wijze is bevolen voordat tegen hem een vordering tot wraking wordt ingesteld.

Anderzijds kan uit het feit dat een onderzoeksrechter door een der partijen gewraakt wordt, niet worden afgeleid dat de handelingen die deze magistraat vóór de vordering tot wraking heeft verricht, onvermijdelijk zouden moeten worden nietigverklaard.

Het arrest, dat heeft vastgesteld dat "de advocaat [van de verweerder] aanvoerde ‘dat krachtens een arrest van het Hof van Cassatie van 7 april 2004, de onderzoekshandelingen die door de gewraakte onderzoeksrechter werden verricht (en het versturen van een internationale ambtelijke opdracht behoort daartoe), nadat diens gebrek aan onpartijdigheid is aangetoond, niet als regelmatig kunnen worden aangemerkt'", en dat heeft geoordeeld dat "te dezen het gedrag van onderzoeksrechter M. P. (door die wraking voor haar Luxemburgse ambtsgenoot te verzwijgen en door een onjuiste samenvatting te geven van de arresten van de kamer van inbeschuldigingstelling zonder te vermelden dat die arresten ruim van vóór de wraking dateerden), onverenigbaar is met de plicht tot onafhankelijkheid en onpartijdigheid die de onderzoeksrechter bij zijn ambtsvervulling vóór alles in acht moet nemen".

Het arrest, dat oordeelt dat onderzoeksrechter P. voor haar Luxemburgse ambtsgenoot heeft verzwegen dat haar voorganger was gewraakt, verplicht die rechter in wezen ertoe om informatie te verstrekken over het bestaan van een dergelijke beslissing, terwijl in de regel de handelingen die door de gewraakte rechter vóór diens wraking werden gesteld niet vermoed worden nietig te zijn, en schendt bijgevolg artikel 837, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek.

In zoverre is het middel gegrond.

Aangezien de grief de nietigverklaring met zich meebrengt van het arrest, is er geen grond om te antwoorden op de overige grieven die betrekking hebben op redenen die onlosmakelijk daarmee verbonden zijn.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, de raadsheren Eric Stassijns, Luc Van hoogenbemt, Alain Simon en Alain Bloch, en in openbare terechtzitting van 16 augustus 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Onderzoeksrechter

  • Vordering tot wraking

  • Schorsende werking