- Arrest van 2 september 2011

02/09/2011 - C.10.0242.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer verschillende motorrijtuigen betrokken zijn bij een verkeersongeval, is iedere verzekeraar van die voertuigen gehouden tot volledige vergoeding van de schade aan het slachtoffer dat niet de bestuurder is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0242.F

AXA BELGIUM nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. MERCATOR VERZEKERINGEN nv,

2. ETHIAS nv.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 6 januari 2010 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Dinant.

Raadsheer Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert een middel aan

Geschonden wettelijke bepalingen

- algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging;

- algemeen rechtsbeginsel inzake het recht op tegenspraak;

- artikel 1251, 3°, van het Burgerlijk Wetboek;

- artikel 29bis, inzonderheid § 1 en 4, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis verklaart de vordering van de eiseres niet gegrond.

Het verantwoordt die beslissing om alle redenen die geacht worden hier integraal weergegeven te zijn en inzonderheid om de volgende redenen:

"Het begrip betrokkenheid van een voertuig in de zin van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 is niet de werkelijke inzet van het geschil.

Terecht merkt de (tweede verweerster) op dat 'artikel 29bis de aansprakelijkheidsregeling van gemeen recht niet zonder meer afschaft. In § 5 wordt bepaald dat de regels betreffende de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van toepassing blijven op alles wat niet uitdrukkelijk bij dit artikel wordt geregeld. Dat blijkt ook nog op een andere manier: artikel 29bis, § 4, bepaalt immers dat de verzekeraar (of het Gemeenschappelijk motorwaarborgfonds) in de rechten treedt van het slachtoffer tegen de in gemeen recht aansprakelijke derden. De aansprakelijke persoon of personen in de traditionele betekenis (of hun verzekeraars als zij verzekerd zijn...) dragen dus de uiteindelijke last van het ongeval' (N. Denoël, L'indemnisation des usagers faibles - Article 29bis de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs, CUP, deel 13, januari 1997, p. 133).

De hr. T. is tot beloop van twee derde aansprakelijk verklaard voor het ongeval en de erdoor veroorzaakte schade; het gedeelte van de door (de eiseres) betaalde bedragen dat overeenkomt met de aansprakelijkheid van haar eigen verzekerde moet bijgevolg definitief te haren laste blijven; de (eerste verweerster) gaat hiermee akkoord en (de eiseres) vordert trouwens dat gedeelte van haar uitgaven niet terug.

(De eiseres) wil op de (verweersters) enkel de betalingen verhalen die overeenkomen met het gedeelte van de schade dat op grond van het op 8 mei 2006 door de correctionele rechtbank gewezen vonnis dat een eindvonnis is geworden, ten laste van het slachtoffer C. blijft.

(De eiseres) die het slachtoffer C, een zwakke weggebruiker, volledig vergoed heeft treedt, als zij een regresvordering instelt op grond van artikel 29bis, in de rechten van de getroffene en dus kan zij niet méér terugvorderen dan wat het slachtoffer zelf naar gemeen recht zou kunnen krijgen van de aansprakelijke derde of derden.

Alleen de hr. T. is aansprakelijk verklaard voor dat ongeval en het gedeelte van de schade (dat de eiseres) wil terugkrijgen komt precies overeen met het gedeelte dat definitief ten laste moet blijven van het slachtoffer in wiens rechten zij getreden is.

Haar regresvordering kan bijgevolg noch ten laste van de ene noch ten laste van de andere (verweerster) gegrond verklaard worden".

Grieven

...

Tweede onderdeel

De eiseres stelde in haar conclusie voor het gedeelte dat zij had betaald een regresvordering in op grond van artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek volgens hetwelk "indeplaatsstelling van rechtswege geschiedt ten voordele van hem die, met anderen (...) tot betaling van een schuld gehouden zijnde, er belang bij had deze te voldoen".

Zo wilde zij de verzekeraars van de aansprakelijkheid voor de twee andere "betrokken" voertuigen of op zijn minst één van hen doen veroordelen om de vergoeding van de schade die ten laste van de zwakke weggebruiker blijft, gelijkelijk tussen de verzekeraars te verdelen.

Het staat immers vast dat op grond van artikel 29bis, § 1, van de wet van 29 november 1989 de verzekeraars van alle bij een verkeersongeval "betrokken" voertuigen hoofdelijk gehouden zijn tot schadeloosstelling van het slachtoffer van een dergelijk ongeval.

De verzekeraar die de schade heeft vergoed maar die de vergoeding verdeeld wil zien tussen de verschillende verzekeraars van de bij het ongeval betrokken voertuigen die samen met hem tot die vergoeding gehouden zijn, kan, door op grond van artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wegboek in de rechten van de zwakke weggebruiker te treden, verkrijgen dat zijn regresvordering gegrond verklaard wordt op voorwaarde dat hij de betrokkenheid van dat voertuig bij het ongeval aantoont. Hij hoeft evenwel niet aan te tonen dat de bestuurder van het betrokken voertuig voor het overige een fout in oorzakelijk verband met de schade van de zwakke weggebruiker heeft begaan, overeenkomstig het gemeen recht inzake aansprakelijkheid.

Het bestreden vonnis eist dat de verzekeraar van een betrokken voertuig, die op grond van artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek in de rechten van de zwakke weggebruiker getreden is, de verzekeraars van wie de verdeling gevorderd wordt van de vergoeding die krachtens artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 aan de zwakke weggebruiker verschuldigd is, niet alleen het bewijs levert dat er andere voertuigen bij het ongeval betrokken zijn, maar ook dat de aansprakelijkheidsregeling van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek van toepassing is.

Het staat vast dat de indeplaatssteller op grond van de in artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek bedoelde indeplaatsstelling over dezelfde rechten beschikt als de gesubrogeerde. Tevens staat vast dat de zwakke weggebruiker, teneinde vergoeding van zijn schade te verkrijgen op grond van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989, niet het bestaan van aansprakelijkheid in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek dient aan te tonen maar wel het feit dat het voertuig waarvoor vergoeding gevorderd wordt van de verzekeraar, bij het ongeval betrokken is. Aldus was de eiseres in de rechten getreden die de hr. C. op grond van artikel 29bis, § 1, van de wet van 21 november 1989 kon doen gelden tegen elk van de verzekeraars van de betrokken voertuigen, maar niet in de rechten die de hr. C. op grond van artikel 29bis, § 1, van de wet van 21 november 1989 had kunnen uitoefenen tegen elk van degenen die aansprakelijk zijn in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek.

Het bestreden vonnis dat de vordering niet gegrond verklaart op grond dat "(de eiseres) die (de hr. C.) volledig heeft vergoed, door haar regresvordering te baseren op artikel 29bis, in de rechten van het slachtoffer is getreden en dat zij dus in het kader van die vordering niet méér kan terugvorderen dan wat het slachtoffer zelf naar gemeen recht zou kunnen krijgen van de aansprakelijke derde of derden, dat alleen de hr. T. aansprakelijk verklaard is voor dat ongeval en dat het gedeelte van de schade dat (de eiseres) wil terugkrijgen precies overeenkomt met het gedeelte dat definitief ten laste moet blijven van het slachtoffer in wiens rechten zij getreden is", schendt zowel artikel 1251, 3°, van het Burgerlijk Wetboek als artikel 29bis, § 1 en 4, van de wet van 21 november 1989.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, en § 2, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen dat op het geschil van toepassing is, wordt, met uitzondering van de stoffelijke schade, alle schade geleden door de slachtoffers van het ongeval, andere dan de bestuurder, of hun rechthebbenden en voortvloeiende uit lichamelijke letsels of het overlijden, vergoed door de verzekeraar die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van dat motorrijtuig dekt overeenkomstig deze wet.

Artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat indeplaatsstelling van rechtswege geschiedt ten voordele van hem die, met of voor anderen tot betaling van een schuld gehouden zijnde, er belang bij had deze te voldoen.

Uit die bepalingen volgt dat, wanneer verschillende motorrijtuigen betrokken zijn bij een verkeersongeval, iedere verzekeraar van die voertuigen gehouden is tot volledige vergoeding van het slachtoffer dat niet de bestuurder is.

Wanneer een van de verzekeraars een schadevergoeding toekent aan de getroffene, die een zwakke weggebruiker is, en de aansprakelijkheid voor het ongeval ten dele ten laste van de verzekerde en ten dele ten laste van de getroffene valt, komt het gedeelte van de vergoeding dat overeenkomt met het gedeelte waarvoor zijn verzekerde aansprakelijk is definitief ten laste van die verzekeraar. Voor het overige kan hij tegen iedere verzekeraar van de andere bij het ongeval betrokken voertuigen een regresvordering instellen op grond van artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek.

De verzekeraar die genoemde regresvordering instelt tegen een andere verzekeraar, dient dus aan te tonen dat het door die verzekeraar verzekerde voertuig betrokken is bij het ongeval, zonder dat hij hoeft aan te tonen dat de bestuurder van dat voertuig geheel of gedeeltelijk aansprakelijk is voor het ongeval.

Het bestreden vonnis stelt vast:

- dat de door de eiseres verzekerde bestuurder die de voetganger E.C. aangereden heeft op de autosnelweg, door de correctionele rechtbank te Dinant bij een in kracht van gewijsde gegane vonnis van 8 mei 2006 is veroordeeld wegens onopzettelijke slagen en verwondingen; dat genoemd vonnis in de uitspraak over de burgerlijke belangen beslist dat het slachtoffer een derde van zijn schade moet dragen omdat hij onvoorzichtig is geweest;

- dat de eiseres E.C. heeft vergoed op grond van artikel 29bis van voormelde wet van 21 november 1989, en vervolgens tegen de verweersters in hun hoedanigheid van verzekeraars van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van die voertuigen een regresvordering heeft ingesteld krachtens artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek op grond van de overweging dat het voertuig van E.C. en dat van een andere bestuurder betrokken waren bij het ongeval.

Het bestreden vonnis verklaart die rechtsvordering niet gegrond op grond dat "de inzet van het geschil niet het begrip betrokkenheid van een voertuig is in de zin van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989" en dat "[de eiseres die] op de twee [verweersters] enkel de uitkeringen wil verhalen die overeenkomen met het gedeelte van de schade dat ten laste van het slachtoffer C. [...] blijft, dat zij, als zij een regresvordering instelt op grond van artikel 29bis, in de rechten van de getroffene treedt en dat zij dus niet in het kader van die vordering meer kan terugvorderen dan wat het slachtoffer zelf naar gemeen recht zou kunnen krijgen ten laste van de aansprakelijke derde of derden"; het schendt aldus de artikelen 1251, 3°, van het Burgerlijk Wetboek en 29bis, § 1, van de wet van 21 november 1989.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Namen, zitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Christine Matray en Martine Regout, en in openbare terechtzitting van 2 september 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verkeersongeval

  • Betrokkenheid van verschillende voertuigen

  • Getroffene die niet de bestuurder is

  • Verplichting van de verzekeraars