- Arrest van 5 september 2011

05/09/2011 - C.11.0111.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever met artikel 22 van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden slechts die personen strafbaar heeft gesteld aan wie de toegang tot het speelveld en de aansluitende zones verboden is en die de omschreven feiten plegen (1). (1) In het enig middel tot cassatie was aangevoerd dat dit artikel niet enkel toepasselijk was op toeschouwers van een voetbalwedstrijd maar eveneens op de voetbalspelers zelf. Het Hof oordeelde dat dergelijk standpunt faalt naar recht.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0111.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 2, voor wie optreedt de algemene directie veiligheids- en preventiebeleid, voetbalcel, met zetel te 1000 Brussel, Waterloolaan 76,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

B.V.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politierechtbank te Tongeren van 14 december 2009.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 28 juni 2011 verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 22 van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, voor de wijziging ervan bij wet van 25 april 2007, bepaalt:

"Behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, kan eenieder die bepaalde zones van het stadion betreedt of poogt te betreden zonder in het bezit te zijn van een geldig toegangsbewijs voor die zone of die plaatsen betreedt of poogt te betreden die voor het publiek niet toegankelijk zijn, een of meer sancties oplopen als bepaald in artikel 24.

Als plaatsen die voor het publiek niet toegankelijk zijn worden beschouwd:

1° het speelveld en de aansluitende zones die zijn afgescheiden van het publiek;

2° de muren, omheiningen of andere middelen bestemd tot het scheiden van de toeschouwers;

3° de door de Koning als niet toegankelijk voor het publiek omschreven zones."

2. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever met deze wetsbepaling slechts die personen strafbaar heeft gesteld aan wie de toegang tot het speelveld en de aansluitende zones verboden is en die de omschreven feiten plegen.

Het middel, dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op de som van 474,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Mireille Delange, en in openbare rechtszitting van 5 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Johan Pafenols

Vrije woorden

  • Voetbalwet

  • Artikel 22

  • Sancties