- Arrest van 7 september 2011

07/09/2011 - P.11.0591.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De politiediensten, die onder meer tot taak hebben om de bewijzen te verzamelen van de misdaden, wanbedrijven en overtredingen, maar tevens om aan de bevoegde gerechtelijke overheid de processen-verbaal over te maken met alle omtrent misdrijven verkregen inlichtingen en vaststellingen, beschikken hieromtrent over een initiatierecht; het feit dat zij een onderzoeksverrichting voorgeschreven door een magistraat ten uitvoer leggen beperkt hun algemene opsporingsbevoegdheid niet, evenmin als hun plicht om aan een andere magistraat rekenschap af te leggen van alle gegevens waarvan zij kennis nemen en die nuttig kunnen zijn voor een ander vooronderzoek of gerechtelijk onderzoek.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0591.F

STAD BERGEN, college van burgemeester en schepenen,

Mrs. Marc Uyttendaele en Laurent Kennes, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 februari 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. FEITEN

De federale gerechtelijke politie heeft bij een huiszoeking in de kantoren van de eiseres in aanwezigheid van de onderzoeksrechter, op 21 mei 2010 verschillende stukken ontdekt die geen verband houden met het gerechtelijk onderzoek maar die betrekking hebben op een lopend vooronderzoek van het parket van de procureur des Konings. Meteen nadat hij verwittigd werd, heeft die magistraat bevolen dat de voormelde stukken in beslag zouden worden genomen en werd daarvan een inventaris opgemaakt.

Bij beschikking van 8 juni 2010 heeft de onderzoeksrechter het door de eiseres op grond van artikel 61quater, § 2, Wetboek van Strafvordering neergelegde verzoekschrift niet ontvankelijk verklaard omdat het beslag door de procureur des Konings was gelegd.

Het arrest dat met toepassing van artikel 28sexies, § 4 van het voormelde wetboek is gewezen, bevestigt de beslissing van de procureur des Konings van 14 oktober 2010, die het verzoek tot opheffing van het beslag afwees omwille van de noodwendigheden van zijn onderzoek.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 87 en 88 Wetboek van Strafvordering die betrekking hebben op de huiszoeking door de onderzoeksrechter, is het niet ontvankelijk bij gebrek aan nauwkeurigheid.

Het middel dat schending aanvoert van artikel 8 EVRM dat het recht op privé-leven waarborgt, verwijt het arrest dat het het beslag regelmatig verklaart. Het voert immers aan dat voorwerpen zonder verband met de bij de onderzoeksrechter aanhangig gemaakte zaak, naar aanleiding van een huiszoeking alleen in beslag kunnen genomen worden in zoverre zij aanwijzingen opleveren van een ander misdrijf dat als dusdanig bij de procureur des Konings is aangegeven overeenkomstig artikel 29 Wetboek van Strafvordering. Het leidt daaruit af dat de stukken die naar aanleiding van een regelmatige huiszoeking zijn ontdekt, niet in beslag kunnen genomen worden wanneer zij geen betrekking hebben op het gerechtelijk onderzoek maar op een afzonderlijk vooronderzoek.

Enerzijds blijkt uit artikel 28ter, § 2, Wetboek van Strafvordering en uit de artikelen 15 en 40 Wet Politieambt, dat de politiediensten onder meer tot taak hebben om de bewijzen te verzamelen van de misdaden, wanbedrijven en overtredingen, maar tevens om de processen-verbaal met alle omtrent misdrijven verkregen inlichtingen en vaststellingen over te maken aan de bevoegde gerechtelijke overheid. Zij zijn bevoegd om hiervoor initiatieven te nemen. Het feit dat zij een ambtsverrichting van een magistraat ten uitvoer leggen beperkt hun algemene opsporingsbevoegdheid niet, evenmin als hun plicht om aan een andere magistraat rekenschap te geven van alle gegevens waarvan zij kennis nemen en die nuttig kunnen zijn voor een apart vooronderzoek of gerechtelijk onderzoek.

Anderzijds, wanneer een huiszoeking op regelmatige wijze is bevolen en uitgevoerd voor een welbepaald misdrijf, zijn de vaststellingen en inbeslagnemingen niet onwettig omdat zij betrekking hebben op andere misdrijven waarvoor geen onderzoek is geopend.

In zoverre het middel het tegendeel aanvoert, faalt het naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 7 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Politiediensten

  • Bijzondere opdrachten

  • Bevoegdheid tot het nemen van initiatieven