- Arrest van 13 september 2011

13/09/2011 - P.11.1510.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De opsomming van de tegenaanwijzingen voor de toekenning van strafuitvoeringsmodaliteiten is limitatief en de strafuitvoeringsrechtbank kan de in Titel V, Wet Strafuitvoering bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten niet weigeren op grond van redenen die geen verband houden met deze wettelijk bepaalde tegenaanwijzingen; dit sluit evenwel niet uit dat bij de beoordeling van die tegenaanwijzingen andere omstandigheden mede in rekening worden genomen, zoals de medische toestand van de veroordeelde bij de beoordeling van de vooruitzichten op sociale reclassering (1). (1) Zie Cass. 22 juli 2008, AR P.08.1040.F, AC, 2008, nr. 426; Zie Cass. 26 aug. 2008, AR P.08.1251.N, AC, 2008, nr. 435.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1510.N

N. B.,

veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerde,

eiser,

met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie te Tongeren.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen, van 11 augustus 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 47, § 1, en artikel 56 Wet Strafuitvoering: deze bepalingen impliceren dat de strafuitvoeringsrechtbank bij het afwijzen van een strafuitvoeringsmodaliteit moet aangeven op welke grond van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering een modaliteit wordt afgewezen; het vonnis verwijst naar de medische toestand, die evenwel geen grond vormt tot afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht en de voorwaardelijke invrijheidstelling.

2. Het vonnis oordeelt onder meer duidelijkheid te willen over de gezondheidstoestand van de eiser en over de mate waarin het hem toegelaten is thuis, in zijn gezin, te verblijven en een opleiding te volgen zonder een besmettingsgevaar te vormen voor zijn omgeving en "in de gegeven omstandigheden wijst de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling en het elektronisch toezicht af omdat er onvoldoende vooruitzicht is op een sociale reclassering".

3. Het middel, dat ervan uitgaat dat het vonnis de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht en de voorwaardelijke invrijheidstelling afwijst op grond van de medische toestand van de eiser, berust in zoverre op een onvolledige lezing van het vonnis en mist bijgevolg feitelijke grondslag.

4. Krachtens artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering kunnen de in Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten aan de veroordeelde worden toegekend voor zover er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan, die betrekking hebben op 1° de afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de veroordeelde, 2° het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten, 3° het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen, 4° de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers van de misdrijven die tot zijn veroordeling hebben geleid.

Deze opsomming is limitatief en de strafuitvoeringsrechtbank kan de in Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten niet weigeren op grond van redenen die geen verband houden met deze wettelijk bepaalde tegenaanwijzingen. Dit sluit evenwel niet uit dat bij de beoordeling van die tegenaanwijzingen andere omstandigheden mede in rekening worden genomen.

5. In zoverre het middel ervan uitgaat dat in het raam van de beoordeling van de vooruitzichten op sociale reclassering de medische toestand van de veroordeelde niet mede in rekening mag worden genomen, faalt het naar recht.

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en miskenning van het recht op een eerlijk proces en op een onpartijdige rechterlijke instantie: het vonnis verwijst naar de medische toestand van de eiser om hem elektronisch toezicht en voorwaardelijke invrijheidstelling te weigeren; de strafuitvoeringsrechtbank is reeds voor de behandeling van de zaak van oordeel geweest, omwille van de medische toestand van de eiser, hem geen strafuitvoeringsmodaliteiten toe te kennen.

7. Een strafuitvoeringsrechtbank geeft geen blijk van enige partijdigheid door de enkele omstandigheid dat zij op grond van onder meer de gezondheidstoestand van de eiser zich uitspreekt over de vooruitzichten op een sociale reclassering.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 5,31 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 13 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsmodaliteiten

  • Voorwaardelijke invrijheidstelling

  • Elektronisch toezicht

  • Tegenaanwijzingen

  • Beoordeling door de strafuitvoeringsrechtbank