- Arrest van 13 september 2011

13/09/2011 - P.10.2039.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bijzondere procedure op heterdaad krachtens dewelke de in artikel 49 Wetboek van Strafvordering bedoelde onderzoekshandelingen kunnen worden uitgevoerd, is een uitzonderingsregime en haar toepassingsgebied moet bijgevolg strikt worden benaderd; dit houdt in dat het noodzakelijk is dat een misdrijf van tevoren is vastgesteld, dit is dat men het heeft ontdekt hetzij terwijl het gepleegd werd hetzij terstond daarna, alvorens het onderzoek door de bevoegde overheid op heterdaad wordt verdergezet; een louter vermoeden of aanwijzing is daartoe niet voldoende (1). (1) Zie Cass. 29 juni 2005, AR P.05.0864.F, AC, 2005, nr. 383.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.2039.N

L. H. C. W.,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Luc Van Damme, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Hasselt van 25 november 2010.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

- artikelen 41, eerste lid, en 49 Wetboek van Strafvordering.

1. Artikel 41, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "Het misdrijf ontdekt terwijl het gepleegd wordt of terstond nadat het gepleegd is, is een op heterdaad gepleegd misdrijf."

Deze bepaling houdt in dat opdat er sprake zou zijn van heterdaad, vereist is dat het misdrijf is vastgesteld op het ogenblik dat het is gepleegd of terstond nadat het is gepleegd.

2. Artikel 49 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de leden van de federale politie en van de lokale politie bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, in de gevallen van ontdekking op heterdaad de processen-verbaal opmaken, de verklaringen van de getuigen opnemen en de bezichtigingen en andere handelingen die in de bedoelde gevallen tot de bevoegdheid van de procureur des Konings behoren, doen.

3. De bijzondere procedure op heterdaad krachtens dewelke de in artikel 49 Wetboek van Strafvordering bedoelde onderzoekshandelingen kunnen worden uitgevoerd, is een uitzonderingsregime en haar toepassingsgebied moet bijgevolg strikt worden benaderd. Dit houdt in dat het noodzakelijk is dat een misdrijf van tevoren is vastgesteld, dit is dat men het heeft ontdekt hetzij terwijl het gepleegd werd hetzij terstond daarna, alvorens het onderzoek door de bevoegde overheid op heterdaad wordt verdergezet. Een louter vermoeden of aanwijzing is daartoe niet voldoende.

4. Op de conclusie van eiseres dat de heterdaad niet kan worden gerechtvaardigd, oordeelt het bestreden vonnis dat de voorliggende onderzoeksgegevens en de concrete omstandigheden aantonen dat de heterdaad is blijven voortbestaan gelet op de tijd die redelijkerwijze nodig was om het optreden van een bevoegd officier mogelijk te maken en dat de vaststellingen van de verbalisanten derhalve niet uit de debatten dienen geweerd te worden.

Met die redenen stelt het bestreden vonnis evenwel niet vast dat het misdrijf reeds ontdekt was alvorens de bevoegde politieofficieren voormelde onderzoeksdaden hebben gesteld. Bijgevolg oordeelt het bestreden vonnis niet wettig dat er heterdaad was die het stellen van die onderzoeksdaden verantwoordde. Aldus schendt het bestreden vonnis de vermelde wetsbepalingen.

Middel

5. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging, behoeft het middel geen antwoord.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de telastlegging C.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Tongeren, zitting houdende in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 118,70 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 13 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Procedure op heterdaad