- Arrest van 15 september 2011

15/09/2011 - C.04.0432.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het begrip 'gebruik' in de zin van artikel 9.1.a) en 9.2.d) van verordening (E.G.) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk heeft betrekking op een situatie waarin een handelstussenpersoon die optreedt in eigen naam maar voor rekening van de verkoper, en derhalve geen belanghebbende is bij een verkoop van waren waarin hij zelf wel verbonden partij is, in zijn stukken voor zakelijk gebruik een teken dat gelijk is aan een gemeenschapsmerk, gebruikt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is (1). (1) H.v.J. 29 feb. 2009, in deze zaak C-62/08, www curia.europa.eu/jurisp.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.04.0432.N

UDV NORTH AMERICA Inc., vennootschap naar Amerikaans recht, met zetel te 06901 Connecticut (Verenigde Staten van Amerika), Landmark Square 6,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BRANDTRADERS nv, met zetel te 8200 Brugge, Witte Molenstraat 45,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 4020 Luik, Boulevard Emile de Laveleye 14, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 23 september 2003.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING

1. Bij arrest van 7 februari 2008 heeft het Hof aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de volgende prejudiciële vragen gesteld:

"1) Is het voor het gebruik van het teken in de zin van de artikelen 9.1. a) en 9.2.d) van de verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk vereist dat de derde, bedoeld in artikel 9.1.a) van de verordening:

a) het teken gebruikt voor eigen rekening?

b) het teken gebruikt als belanghebbende bij een verhandeling van goederen waarin hijzelf verbonden partij is?

2) Kan een handelstussenpersoon, die optreedt in eigen naam, maar niet voor eigen rekening, gekwalificeerd worden als een derde die het teken gebruikt in de zin van de voormelde bepalingen?"

2. Bij beschikking van 19 februari 2009 heeft het Hof van Justitie (zaak C-62/08) deze vragen beantwoord.

III. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

IV. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Het middel voert aan dat het arrest dat beslist dat er geen gebruik is in de zin van artikel 9.1.a) en 9.2.d) van de verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk, op grond dat de verweerster "het teken niet heeft gebruikt als belanghebbende bij een verhandeling van goederen waarin zijzelf verbonden partij was, aangezien zij optrad voor rekening van een derde", de artikelen 9.1.a) en 9.2.d) van die verordening schendt.

2. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bij beschikking van 19 februari 2009, in zaak C-62/08, verklaard voor recht:

"Het begrip ‘gebruik' in de zin van artikel 9, leden 1, sub a, en 2, sub d, van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk, heeft betrekking op een situatie, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarin een handelstussenpersoon die optreedt in eigen naam maar voor rekening van een verkoper, en derhalve geen belanghebbende is bij een verkoop van waren waarin hij zelf wel verbonden partij is, in zijn stukken voor zakelijk gebruik een teken dat gelijk is aan een gemeenschapsmerk, gebruikt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven."

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

4. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 15 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Recht van houder

  • Bezwaar tegen gebruik

  • Begrip 'gebruik'

  • Gebruik door handelstussenpersoon

  • In eigen naam maar voor rekening van verkoper