- Arrest van 15 september 2011

15/09/2011 - C.07.0447.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 12 B.M.W., enerzijds, artikel 2.19.1 B.V.I.E, anderzijds, in samenhang gelezen met artikel 4.8 B.V.I.E. moeten zo worden uitgelegd dat de houder van een merk dat op grond van het eenvormige Beneluxrecht vervallen is, geen bescherming kan verlangen tegen het gebruik van dat teken ten aanzien van een onderneming die verwarring sticht door datzelfde teken te gebruiken (1). (1) BenGH, 23 dec. 2010, zaak A 2009/3, met conclusie van advocaat-generaal J.-F. LECLERCQ, www.courbeneluxhof.be.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.07.0447.N

D. ENGELS bvba, met zetel te 2000 Antwerpen, Paardenmarkt 83,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

DAEWOO ELECTRONICS EUROPE GmbH, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 35510 Butzbach, Duitsland, Otto-Hahnstrasse 21,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 4020 Luik, rue de Chaudfontaine 11, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 30 april 2007.

Het Hof heeft op 3 april 2009 een prejudiciële vraag gesteld aan het Benelux-Gerechtshof.

Het Benelux-Gerechtshof heeft die vraag op 23 december 2010 beantwoord.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

1. Op grond van de artikelen 1 en 2 van de wet van 26 september 1974 houdende onder meer goedkeuring van het verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Stockholm op 14 juli 1967, kunnen de Belgen te hunnen voordele de toepassing inroepen van artikel 10bis, 3), 1°, van dit verdrag.

Krachtens artikel 10bis, 3), 1°, van het voormelde verdrag dienen met name te worden verboden de "daden, welke ook, die verwarring zouden kunnen verwekken door onverschillig welk middel ten opzichte van de inrichting, de waren of de werkzaamheid op het gebied van nijverheid of handel van een concurrent".

2. Krachtens artikel 12 Benelux Merkenwet, hierna BMW, kan niemand, welke vordering hij ook instelt, in rechte bescherming inroepen voor een teken, dat als merk beschouwd wordt in de zin van artikel 1 BMW, tenzij hij het op regelmatige wijze heeft gedeponeerd en zo nodig de inschrijving ervan heeft doen vernieuwen.

3. Artikel 4.8 Beneluxverdrag Intellectuele Eigendom, hierna BVIE bepaalt dat de bepalingen van dit verdrag geen afbreuk doen aan de toepassing van het verdrag van Parijs.

4. Het Benelux-Gerechtshof heeft in het dictum van zijn arrest van 23 december 2010 verklaard voor recht: "artikel 12 BMW, enerzijds, artikel 2.19, lid 1, BVIE, anderzijds, in samenhang gelezen met artikel 4.8 BVIE, moeten zo worden uitgelegd dat de houder van een merk dat op grond van het eenvormige Beneluxrecht vervallen is, geen bescherming kan verlangen tegen het enkele gebruik van dat teken door een onderneming die verwarring sticht door dat teken te gebruiken".

5. Door te oordelen dat aangezien het door de eiseres geregistreerde merk ‘DE' vervallen is, de eiseres zich voor datzelfde teken niet kan beroepen op de bescherming van artikel 10bis van het verdrag van Parijs, verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten jegens de eisende partij op de som van 567,67 euro en jegens de verwerende partij op de som van 236,27 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 15 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Benelux Merkenwet

  • Benelux-Verdrag intellectuele eigendom

  • Benelux-Merk

  • Verval

  • Teken

  • Gebruik

  • Bescherming

  • Mogelijkheid