- Arrest van 15 september 2011

15/09/2011 - C.10.0392.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het retentierecht is, met betrekking tot roerende lichamelijke zaken, ook tegenwerpelijk aan de eigenaar van de teruggehouden goederen die niet de schuldenaar is, op voorwaarde van de goede trouw van de schuldeiser (1). (1). Zie Cass. 27 april 2006, AR C.04.0478.N, AC, 2006, nr. 245.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0392.N

DART LINE LIMITED, vennootschap naar Engels recht, met zetel te DA2 6QB Dartford Kent (Groot-Brittannië), Dart Terminals, Thames Europort, Crossways Dartford,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

INTERNATIONAL CONTAINER EN TRAILER SERVICES nv, met zetel te 8380 Zeebrugge, Lanceloot Blondeellaan 11,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 4 april 2007.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Derde onderdeel

1. Het retentierecht is, met betrekking tot roerende lichamelijke zaken, ook tegenwerpelijk aan de eigenaar van de teruggehouden goederen die niet de schuldenaar is, op voorwaarde van de goede trouw van de schuldeiser.

De schuldeiser is te goeder trouw wanneer hij bij de inontvangstname van de goederen mocht aannemen dat zijn schuldenaar de eigenaar was van de goederen of althans erop mocht vertrouwen dat deze bevoegd was om ter zake van die goederen, overeenkomsten te sluiten die aanleiding kunnen geven tot de uitoefening van een retentierecht op deze goederen.

2. Het arrest stelt vast dat de eiseres haar retentierecht uitoefent op 23 trailers voor niet-betaalde vrachtgelden met betrekking tot diverse uitgevoerde zeetransporten en dat haar schuldenaar deze trailers die waren gehuurd van de verweerster, gebruikte bij deze transporten.

3. Het arrest oordeelt dat niet wordt aangetoond dat de eiseres "meteen mocht aannemen dat de 23 trailers van (haar schuldenaar) alle haar eigendom waren' en dat zelfs indien zulks het geval zou zijn, niet wordt aangetoond ‘waarom alsdan de voorkeur zou moeten gegeven worden aan haar ‘geloof' dat de trailers eigendom waren van (haar schuldenaar), boven het feit dat de trailers eigendom zijn van (de verweerster) en haar eigendomsrechten daarop niet aldus door een derde kunnen aangetast worden".

4. Door op die gronden te oordelen dat het retentierecht niet kan worden uitgeoefend, zonder na te gaan of de eiseres, zoals door haar aangevoerd, er niet mocht op vertrouwen dat haar schuldenaar bevoegd was om ter zake van de trailers overeenkomsten af te sluiten die aanleiding kunnen geven tot de uitoefening van een retentierecht op die goederen, verantwoordt het arrest zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 15 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Retentierecht

  • Tegenwerpelijkheid

  • Eigenaar