- Arrest van 22 september 2011

22/09/2011 - C.10.0506.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Conclusie van advocaat-generaal Thijs.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0506.N

HOLTIMA bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 3221 LD Hellevoetsluis (Nederland), Gorslaan 3,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur der douane en accijnzen, met kantoor te 9000 Gent, Sint-Lievenslaan 27,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 februari 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 9 maart 2011 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 263 AWDA, in zijn versie voor de wet van 20 juli 2005, kan door het bestuur worden getransigeerd met betrekking tot de geldboete, de verbeurdverklaringen en het sluiten van de onderneming.

Wanneer het bestuur transigeert in de door dat artikel bepaalde omstandigheden, is deze overeenkomst een dading zoals bedoeld in artikel 2044 Burgerlijk Wetboek. In zoverre zij rechtmatig is aangegaan, stelt de overeenkomst een einde aan de betwisting over de vrijgave van in beslag genomen goederen.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

2. Het onderdeel gaat uit van de in het eerste onderdeel verworpen stelling dat de betwiste transactie geen dading is in de zin van de artikelen 2044 en volgende Burgerlijk Wetboek en dus kan vernietigd worden wegens verschoonbare dwaling.

Het onderdeel dat van een onjuiste rechtsopvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht.

3. Ingevolge de beslissing dat het om een dading gaat, hoefden de appelrechters geen vaststellingen te doen om rechtsdwaling uit te sluiten.

Het onderdeel kan in zoverre het schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

4. Krachtens de artikelen 1108 en 1131 Burgerlijk Wetboek is een overeenkomst slechts rechtsgeldig aangegaan indien zij een reële en geoorloofde oorzaak heeft.

Het voorhanden zijn van een rechtsgeldige oorzaak is een ontstaansvoorwaarde van de overeenkomst en dient derhalve te worden beoordeeld bij de totstandkoming ervan.

5. De appelrechters die met eigen redenen en onder verwijzing naar de redengeving van de eerste rechter oordelen dat de latere arresten van het Grondwettelijk Hof de rechtsgeldigheid van de dading niet kunnen aantasten, verantwoorden hun beslissing naar recht en voldoen aan het voorschrift van artikel 149 Grondwet.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 300,04 euro en voor de verweerder op 146,24 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 22 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Transactie