- Arrest van 22 september 2011

22/09/2011 - F.10.0015.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Nu uit de bepalingen van artikel 410 W.I.B. (1992) volgt dat de administratie vanaf de indiening van een bezwaar door de belastingplichtige geen betaling kan verkrijgen van zijn schuldvordering, behoudens voor wat het onbetwistbaar verschuldigd gedeelte betreft, is de verjaring van de invordering geschorst (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0015.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger der directe belastingen te Mortsel 2, met kantoor te 2140 Antwerpen (Borgerhout), College¬laan 1,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. DOUANEAGENTSCHAP VAN AERT bvba, met zetel te 2321 Meer-Hoogstraten, Amsterdamstraat 54,

2. VAN AERT-DISTRI bvba, met zetel te 2321 Meer, Luxemburgstraat 3,

verweersters,

met als raadsman mr. Hans Symoens, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2640 Mortsel, Wouwstraat 1, waar de verweersters woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 september 2008.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 7 april 2011 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Op grond van artikel 2251 Burgerlijk Wetboek loopt de verjaring tegen alle personen, behalve tegen hen voor wie de wet een uitzondering maakt.

2. Die bepaling voorkomt dat de verjaring intreedt terwijl een wettelijke regeling de schuldeiser verhindert de betaling te verkrijgen van zijn vordering.

3. Uit de bepalingen van artikel 410 WIB92, zoals van toepassing, volgt dat de eiser vanaf de indiening van een bezwaar door de belastingschuldige geen betaling kan verkrijgen van zijn schuldvordering, behoudens voor wat het onbetwistbaar verschuldigd gedeelte betreft, d.i. het gedeelte van de belasting dat overeenstemt met de inkomsten die de belastingschuldige heeft aangegeven of, in geval van ambtshalve vestiging van de aanslag wegens gebrek aan aangifte, de laatste definitieve belasting die voor een vorig jaar is gevestigd ten laste van dezelfde belastingschuldige.

In zoverre uit artikel 410 WIB92, zoals van toepassing, volgt dat het indienen van een bezwaarschrift tot gevolg heeft dat de betaling van de belastingschuld niet kan worden verkregen, dient uit deze wetsbepaling en uit artikel 2251 Burgerlijk Wetboek te worden afgeleid dat de verjaring van de invordering geschorst is.

4. De appelrechters stellen vast dat door de in het kohier vermelde belastingschuldige vennootschap bezwaar werd ingediend tegen de betwiste aanslag. Zij stellen niet vast dat de eiser, ondanks de indiening van dit bezwaar, al dan niet deels of gehele betaling kon verkrijgen van de belastingschuldige vennootschap en/of van de verweerster.

Door te oordelen dat het feit dat de administratie niet kon uitvoeren tegen de gesplitste belastingschuldige vennootschap, niet belet dat tegen de administratie de verjaring loopt, verantwoorden de appelrechters hun beslissing, dat de fiscale schuld reeds verjaard was op het moment dat door de eiser tot dagvaarding van de verweersters werd overgegaan, niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de beslissing over de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 22 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Betwiste belastingschuld

  • Onmogelijkheid tot invordering