- Arrest van 23 september 2011

23/09/2011 - C.10.0279.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechterlijke macht kan een onregelmatige aantasting, door de administratie, van een subjectief recht zowel voorkomen als vergoeden (1). (1) Cass. 24 sept. 2010, AR C.08.0429.N, met concl. adv.-gen. Vandewal.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0279.F

STAD CHARLEROI,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het hof van cassatie,

tegen

T. N.,

Mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, dat op 10 maart 2010 is gewezen door het hof van beroep te Bergen.

Raadsheer Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht;

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert een middel aan in haar cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

Middel

Eerste en het vierde onderdeel

De rechter in kort geding kan maatregelen tot bewaring van recht bevelen indien er een schijn van rechten is die een dergelijke beslissing verantwoordt.

De rechter die zich ertoe beperkt de ogenschijnlijke rechten van de partijen te onderzoeken, zonder enige rechtsregel toe te passen die de door hem bevolen voorlopige maatregel niet redelijkerwijs kan ondersteunen, overschrijdt zijn bevoegdheid niet.

Aangezien die rechter geen uitspraak ten gronde doet over de rechten van de partijen, schendt zijn beslissing geen enkele regel van materieel recht waarop hij zijn oordeel grondt.

Het hof van beroep, dat in kort geding uitspraak doet op grond "van een onderzoek prima facie [van de gegevens] van de zaak" en van een "oppervlakkige en voorlopige beoordeling van de strijdige belangen", heeft de eiseres, in afwachting van de uitspraak over de grond van de zaak, bevolen om de verweerster toegang te verlenen tot de scholen waarin zij is aangesteld en er wiskundelessen te geven terwijl zij de islamitische hoofddoek draagt.

Het hof van beroep heeft bijgevolg de bepalingen niet geschonden waarop het zijn oordeel heeft gebaseerd en waarvan het middel de schending aanvoert.

De onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

(...)

Zevende onderdeel

De rechterlijke macht kan een onregelmatige aantasting van een subjectief recht door de administratie zowel voorkomen als vergoeden.

Krachtens artikel 584 Gerechtelijk Wetboek, doet de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt.

De dwingende kracht van de administratieve rechtshandeling verbiedt de rechter in kort geding niet om, krachtens dat artikel, een voorlopige maatregel te bevelen wanneer er voldoende schijn van recht is om die beslissing te onderbouwen.

Er is sprake van spoed in de zin van dat artikel zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt; bijgevolg mag het kort geding worden gehanteerd wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden, wat de rechter in kort geding een ruime feitelijke beoordelingsbevoegdheid geeft.

De eiseres betoogt in haar conclusie in hoger beroep alleen maar dat er geen grond bestond voor een kort geding, aangezien de verweerster zelf verantwoordelijk is voor de noodsituatie die zij aangrijpt om te weigeren te gehoorzamen aan het bevel van haar hiërarchie om ongesluierd les te geven.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres voor het hof van beroep heeft betoogd dat de door de verweerster gevorderde maatregel haar schade zou berokkenen die verband zou houden met "de verplichting om onderwijs te verstrekken door zich, zonder enige vorm van discriminatie, te moeten aanpassen aan de verschillende religieuze voorschriften die de personeelsleden haar voorleggen".

Het arrest stelt vast dat de eiseres "het spoedeisend karakter betwist" en vermeldt dat de verweerster betoogt dat "zij haar betrekking zal verliezen indien er geen voorlopige maatregel genomen wordt die [de eiseres] gebiedt [de verweerster] toe te staan gesluierd les te geven".

Het arrest erkent dat er sprake is van spoed, op grond dat "indien het [hof van beroep], dat bij voorraad uitspraak doet, oordeelt dat de aan [de verweerster] opgelegde beslissing kennelijk onwettig is in het licht van de regels en beginselen die zij aanvoert [...], het spoedeisend karakter van de zaak aangetoond is" en dat, "indien de vraag om de hoofddoek in aanwezigheid van de leerlingen af te doen niet rechtmatig is, [de verweerster] niet kan worden verweten dat zij geweigerd heeft hieraan gehoor te geven en dat zij bijgevolg terecht heeft betoogd dat zij aldus het spoedeisend karakter heeft veroorzaakt".

Het arrest, dat het Hof aldus in staat stelt zijn wettigheidstoezicht te houden, is regelmatig met redenen omkleed en miskent het begrip "spoedeisendheid" in de zin van artikel 584, eerste lid, niet.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

In zoverre, voor het overige, het onderdeel de miskenning aanvoert van het algemeen rechtsbeginsel van de continuïteit van de openbare dienstverlening en van het algemeen rechtsbeginsel van de benuttingsgelijkheid van de openbare dienst, verplicht het het Hof feitelijke gegevens te onderzoeken, waartoe het Hof niet bevoegd is, zodat het onderdeel niet ontvankelijk is.

(...)

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Sylviane Velu en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 23 september 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bevoegdheid

  • Administratie

  • Subjectief recht

  • Aantasting